Naar de inhoud

Oefenexamen · B1 · Luisteren

Inburgering B1 Luisteren oefenen, in de echte vorm.

Luister naar zes gesprekken en beantwoord 36 vragen. Op het examen hoor je elk fragment één keer. Daarna zie je je score en lees je bij elke vraag wat er gezegd werd.

Naar het oefenexamen

Gratis B1 oefenexamen Luisteren

Er zijn 2 oefenexamens. Elk examen heeft 6 delen met elk één gesprek en 6 vragen. Zet je geluid aan.

Oefenexamen 1

Werk

Fragment 1 van 36

Deel 1: Een gesprek met een fietsenmaker

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Daan Bakker. Daan heeft tien jaar in een kantoorbaan gewerkt en is daarna een eigen fietsenwinkel begonnen. De interviewer vraagt hem naar die overstap.

Daan noemt verschillende kanten van zijn oude baan.

1. Waarom stopte Daan met zijn kantoorbaan?

  • a.Hij kon niet met zijn collega's opschieten.
  • b.Hij verdiende er te weinig.
  • c.Hij miste het maken van iets echts.
Werk

Fragment 2 van 36

1. Wat deed Daan met fietsen voordat hij de winkel begon?

  • a.Hij werkte in het schuurtje van zijn vader.
  • b.Hij verkocht opgeknapte fietsen aan zijn buren.
  • c.Hij repareerde in het weekend de fietsen van vrienden en buren.
Werk

Fragment 3 van 36

Daan vertelt hoe hij zijn eerste klanten kreeg.

1. Hoe kwam Daan vooral aan zijn eerste klanten?

  • a.Doordat mensen elkaar over hem vertelden.
  • b.Doordat mensen zijn mooie website wisten te vinden.
  • c.Doordat hij veel reclame maakte.
Werk

Fragment 4 van 36

Daan heeft een leerling-monteur in dienst.

1. Welk werk doet de leerling-monteur?

  • a.De moeilijkere reparaties die hij nu al leert.
  • b.De ingewikkelde versnellingssystemen.
  • c.De makkelijkere reparaties, zoals banden plakken.
Werk

Fragment 5 van 36

Daan vergelijkt zijn inkomen met vroeger.

1. Wat zegt Daan over het geld dat hij nu verdient?

  • a.Hij verdient minder, maar dat vindt hij het waard.
  • b.Hij verdient inmiddels meer dan vroeger in zijn kantoorbaan.
  • c.Geld is voor hem toch het belangrijkste gebleven.
Werk

Fragment 6 van 36

Daan geeft advies aan mensen die ook voor zichzelf willen beginnen.

1. Wat raadt Daan anderen vooral aan?

  • a.Zo snel mogelijk je baan opzeggen en voor jezelf beginnen.
  • b.Eerst goed uitzoeken of er genoeg vraag is naar je werk.
  • c.Meteen flink groeien met je bedrijf.
Studie

Fragment 7 van 36

Deel 2: Een gesprek met een student diergeneeskunde

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Fleur de Wit. Fleur studeert diergeneeskunde en zit in haar laatste jaar. De interviewer vraagt haar naar haar studie en haar plannen.

Fleur vertelt wanneer ze haar keuze maakte.

1. Wat gaf voor Fleur de doorslag om dierenarts te willen worden?

  • a.Dat haar tante haar al vroeg voor het vak enthousiast maakte.
  • b.Dat een dierenarts haar hond beter maakte.
  • c.Dat ze het als klein kind al zeker wist.
Studie

Fragment 8 van 36

Fleur vertelt wat ze het zwaarst vindt.

1. Wat vindt Fleur het moeilijkst aan de studie?

  • a.De hoeveelheid stof die ze moet stampen.
  • b.De bloederige operaties bij de dieren.
  • c.Dat ze zelf honderden medicijnen uitdeelt.
Studie

Fragment 9 van 36

Fleur wilde eerst ergens anders stage lopen.

1. Hoe denkt Fleur nu over haar stage bij de kliniek?

  • a.Ze is er blij mee omdat ze er veel leert.
  • b.Ze vindt het er te druk met patiënten.
  • c.Ze baalt dat ze niet naar een dierentuin kon.
Studie

Fragment 10 van 36

1. Hoeveel dagen per week loopt Fleur nu stage?

  • a.Vijf dagen.
  • b.Eén dag.
  • c.Vier dagen.
Studie

Fragment 11 van 36

Fleur ontdekte tijdens haar stage iets over zichzelf.

1. Met welke dieren wil Fleur nu het liefst werken?

  • a.Met huisdieren, zoals honden en katten.
  • b.Met dieren op de boerderij, zoals koeien en schapen.
  • c.Met dieren in een spreekkamer.
Studie

Fragment 12 van 36

Fleur geeft een tip aan toekomstige studenten.

1. Wat raadt Fleur jongeren aan?

  • a.Eerst een huisdier nemen om te oefenen.
  • b.Eerst een dag meekijken bij een dierenarts.
  • c.Alleen beginnen als je echt dol op dieren bent.
Dagelijks leven

Fragment 13 van 36

Deel 3: Een gesprek over een buurtmoestuin

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Hassan El Amrani. Hassan heeft samen met zijn buren een stuk braakliggend land in een moestuin veranderd. De interviewer vraagt hem hoe dat is gegaan.

Hassan vertelt over het eerste contact met de gemeente.

1. Hoe reageerde de gemeente op hun plan?

  • a.De gemeente vond het te spannend.
  • b.De gemeente was er positief over.
  • c.De gemeente zei meteen nee.
Dagelijks leven

Fragment 14 van 36

1. Met hoeveel mensen begonnen ze de moestuin?

  • a.Met alle buren uit de groepsapp.
  • b.Met vier mensen.
  • c.Met ruim dertig gezinnen.
Dagelijks leven

Fragment 15 van 36

Hassan vertelt ook over een plan dat niet doorging.

1. Waarom plantten ze geen fruitbomen?

  • a.Omdat ze pas na jaren vrucht dragen.
  • b.Omdat appels en peren niet in de tuin passen.
  • c.Omdat de groep liever pompoenen wilde planten.
Dagelijks leven

Fragment 16 van 36

Er blijft vaak groente over.

1. Wat gebeurt er met de groente die overblijft?

  • a.Die wordt op de markt verkocht voor extra geld.
  • b.Die gaat naar de voedselbank in de buurt.
  • c.Die nemen de vrijwilligers mee naar huis.
Dagelijks leven

Fragment 17 van 36

Hassan vertelt wat de tuin hem persoonlijk heeft gebracht.

1. Wat vindt Hassan zelf het waardevolst aan de moestuin?

  • a.De verse groente die hij meeneemt.
  • b.Dat hij elke zaterdag buiten is.
  • c.Het betere contact met zijn buren.
Dagelijks leven

Fragment 18 van 36

Hassan geeft een advies aan andere buurten.

1. Wat is volgens Hassan de belangrijkste les?

  • a.Klein beginnen en daarna rustig uitbreiden.
  • b.Vanaf het begin meteen het hele terrein vol planten.
  • c.Eerst zo veel mogelijk buren verzamelen.
Werk

Fragment 19 van 36

Deel 4: Een gesprek met een nachtverpleegkundige

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Petra Jansen. Petra werkt al twaalf jaar als verpleegkundige, en sinds een paar jaar vooral in de nachtdienst. De interviewer vraagt haar naar dat werk.

Petra legt haar belangrijkste reden uit.

1. Waarom werkt Petra het liefst 's nachts?

  • a.Omdat ze overdag beter slaapt dan 's nachts.
  • b.Omdat haar man ook 's nachts werkt.
  • c.Zo kan ze haar kinderen overdag naar school brengen en ophalen.
Werk

Fragment 20 van 36

Petra vergelijkt de nacht met de dag.

1. Wat is volgens Petra het lastige aan de nachtdienst?

  • a.Dat het 's nachts een drukte van belang is op de afdeling.
  • b.Dat de patiënten 's nachts veel zorg vragen.
  • c.Dat je er bij problemen meer alleen voor staat.
Werk

Fragment 21 van 36

1. Hoeveel nachten werkt Petra nu meestal achter elkaar?

  • a.Een paar dagen.
  • b.Drie nachten.
  • c.Vijf nachten.
Werk

Fragment 22 van 36

Petra heeft leren slapen overdag.

1. Wat helpt Petra nu om overdag te slapen?

  • a.'s Ochtends even op haar telefoon kijken.
  • b.Een dutje doen in de avond.
  • c.Donkere gordijnen en oordoppen.
Werk

Fragment 23 van 36

Petra praat over het contact met collega's.

1. Wat zegt Petra over haar nachtploeg?

  • a.Ze heeft er een hechte band mee door die stille uren samen.
  • b.Ze ziet hen alleen bij de overdracht.
  • c.Ze mist de praatjes bij de koffie met hen.
Werk

Fragment 24 van 36

Petra denkt na over de langere termijn.

1. Wat zegt Petra over de nachtdienst op de lange termijn?

  • a.Ze gaat later terug naar gewone diensten.
  • b.Ze wil binnenkort helemaal stoppen met werken.
  • c.Ze wil voor altijd 's nachts blijven werken.
Studie

Fragment 25 van 36

Deel 5: Een gesprek met een avondstudent

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Marco Visser. Marco is achtendertig jaar en volgt naast zijn werk een avondopleiding boekhouden. De interviewer vraagt hem hoe hij dat combineert.

Marco werkte jaren in een magazijn.

1. Waarom wil Marco ander werk gaan doen?

  • a.Het werk is lichamelijk te zwaar geworden.
  • b.Hij vond het werk in het magazijn veel te saai.
  • c.Hij kon niet goed opschieten met zijn oude baas.
Studie

Fragment 26 van 36

1. Op welke avonden heeft Marco les?

  • a.Elke avond van de week.
  • b.In het weekend.
  • c.Op maandag en woensdag.
Studie

Fragment 27 van 36

Marco was bang voor de reactie van zijn baas.

1. Hoe reageerde de baas van Marco?

  • a.Hij steunde Marco en bood hem een nieuwe functie aan.
  • b.Hij wist niets van de rugklachten van Marco.
  • c.Hij vond het lastig en wilde niet meewerken aan de werktijden.
Studie

Fragment 28 van 36

Marco was bang dat hij de oudste zou zijn.

1. Hoe zit het met de leeftijd van zijn klasgenoten?

  • a.Marco is veruit de oudste van de klas.
  • b.Zijn klasgenoten zijn vooral jonge studenten.
  • c.De meesten zijn ouder dan Marco.
Studie

Fragment 29 van 36

Marco vertelt wat hij had onderschat.

1. Wat vindt Marco het moeilijkst?

  • a.Dat de lessen te laat op de avond beginnen.
  • b.Dat hij 's avonds erg moe is na zijn werk.
  • c.Dat de lesstof te ingewikkeld is.
Studie

Fragment 30 van 36

Marco geeft zijn belangrijkste tip.

1. Wat is volgens Marco het belangrijkste om te slagen?

  • a.Steun van de mensen om je heen.
  • b.Een goed voorbeeld zijn voor je kinderen.
  • c.In het weekend zo veel mogelijk leren.
Dagelijks leven

Fragment 31 van 36

Deel 6: Een gesprek over reizen met de trein

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Sanne Bos. Sanne heeft besloten om niet meer met het vliegtuig op vakantie te gaan, maar alleen nog met de trein. De interviewer vraagt haar naar die keuze.

Sanne legt haar belangrijkste reden uit.

1. Waarom is Sanne gestopt met vliegen?

  • a.Vanwege de gevolgen voor het klimaat.
  • b.Omdat de vliegtickets voor haar te duur werden.
  • c.Omdat ze bang is om te vliegen.
Dagelijks leven

Fragment 32 van 36

De treinreis duurt lang.

1. Hoe kijkt Sanne nu tegen de lange reistijd aan?

  • a.Ze wil zo snel mogelijk op de bestemming zijn.
  • b.Ze ziet de reis inmiddels als een deel van haar vakantie.
  • c.Ze ziet nog steeds tegen de lange reistijd op.
Dagelijks leven

Fragment 33 van 36

Sanne had dit jaar eerst een ander plan.

1. Waar is Sanne dit jaar uiteindelijk naartoe gegaan?

  • a.Naar Zwitserland.
  • b.Naar Italië.
  • c.Naar het zuiden van Frankrijk.
Dagelijks leven

Fragment 34 van 36

Sanne geeft een tip over de prijs.

1. Hoe houdt Sanne de treinreis betaalbaar?

  • a.Door op het laatste moment te boeken.
  • b.Door haar kaartjes een paar maanden van tevoren te kopen.
  • c.Door onderweg een kortere route te kiezen.
Dagelijks leven

Fragment 35 van 36

Sanne vertelt over de reactie van haar man.

1. Hoe denkt haar man nu over treinreizen?

  • a.Hij wil nog steeds liever vliegen.
  • b.Hij is overtuigd geraakt na de eerste reis.
  • c.Hij vindt dat de kinderen te druk zijn in de trein.
Dagelijks leven

Fragment 36 van 36

Sanne geeft haar advies aan anderen.

1. Wat raadt Sanne anderen aan?

  • a.Om treinreizen te vermijden als je weinig tijd hebt.
  • b.Om het treinreizen gewoon een keer uit te proberen.
  • c.Om nooit meer met het vliegtuig te gaan.

Oefenexamen 2

Werk

Fragment 1 van 36

Deel 1: Een gesprek met een bloemist

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Sofie Vink. Sofie heeft een eigen bloemenwinkel in een klein dorp. De interviewer vraagt haar naar haar werk en haar keuzes.

Sofie vertelt over haar oude baan bij het tuincentrum.

1. Waarom wilde Sofie weg bij het tuincentrum?

  • a.Ze vond het werk op de afdeling planten helemaal niet leuk.
  • b.Ze deed daar nauwelijks iets creatiefs met bloemen.
  • c.Ze kon niet goed met de kassa van het tuincentrum overweg.
Werk

Fragment 2 van 36

Anderen raadden Sofie de stad aan.

1. Waarom koos Sofie toch voor het dorp?

  • a.Omdat er in het dorp nog geen bloemist was.
  • b.Omdat de huur in het dorp goedkoper was.
  • c.Omdat er in het dorp meer klanten waren dan in de stad.
Werk

Fragment 3 van 36

Sofie haalt haar bloemen tegenwoordig bij kwekers in de buurt.

1. Wat noemt Sofie als nadeel van de kwekers in de buurt?

  • a.De bloemen zijn er iets duurder.
  • b.Ze moet er 's nachts voor opstaan.
  • c.De bloemen zijn er minder vers.
Werk

Fragment 4 van 36

Sofie vertelt wanneer ze het drukst is.

1. Wanneer heeft Sofie het het allerdrukst?

  • a.Tijdens de feestdagen in december.
  • b.In het voorjaar.
  • c.In de zomervakantie.
Werk

Fragment 5 van 36

Sofie is met de online verkoop gestopt.

1. Waarom stopte Sofie met de online verkoop?

  • a.Er kwamen te weinig bestellingen binnen via internet.
  • b.Ze miste daarbij het contact met de klanten.
  • c.Het bezorgen van de boeketten kostte haar te veel tijd.
Werk

Fragment 6 van 36

De interviewer vraagt of Sofie groter wil worden.

1. Hoe denkt Sofie over een tweede winkel?

  • a.Daar voelt ze niets voor, ze blijft liever klein.
  • b.Ze twijfelt nog, want de workshops zaten meteen vol.
  • c.Dat wil ze heel graag, net als haar collega's.
Studie

Fragment 7 van 36

Deel 2: Een gesprek met een student gebarentaal

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Tom Bergsma. Tom volgt een opleiding tot gebarentolk en zit in zijn derde jaar. De interviewer vraagt hem naar zijn studie en zijn plannen.

Tom kende gebarentaal al lang voordat hij ervoor koos.

1. Wat zorgde ervoor dat Tom van gebarentaal zijn werk wilde maken?

  • a.Dat hij als kind al graag met zijn dove buurjongen speelde.
  • b.Dat hij die taal met je handen meteen al prachtig vond.
  • c.Een doktersbezoek waarbij zijn buurjongen niets begreep.
Studie

Fragment 8 van 36

Tom vertelt wat hij het moeilijkst vindt.

1. Wat vindt Tom het lastigst aan zijn studie?

  • a.De losse gebaren goed onthouden.
  • b.De grammatica van het Nederlands leren.
  • c.Tegelijk luisteren en alles vertalen.
Studie

Fragment 9 van 36

Tom vertelt over de dove docenten.

1. Wat vindt Tom van de dove docenten op de opleiding?

  • a.Hij leert liever uit een boek dan van hen.
  • b.Hij is heel blij dat ze hem direct verbeteren.
  • c.Hij vindt het nog steeds eng om les van ze te krijgen.
Studie

Fragment 10 van 36

Tom liep mee bij een ouderavond.

1. Wat leerde Tom vooral van die dag op school?

  • a.Dat tolken op een ouderavond op een school niet mag.
  • b.Dat een tolk veel meer moet doen dan alleen vertalen.
  • c.Dat een tolk bij een fel gesprek zijn eigen mening moet geven.
Studie

Fragment 11 van 36

Tom ontdekte tijdens zijn meeloopdagen wat hij het liefst wil.

1. In wat voor situaties wil Tom nu het liefst tolken?

  • a.Het liefst bij een theatervoorstelling of een groot congres.
  • b.Bij persoonlijke gesprekken, zoals bij een dokter.
  • c.Bij grote evenementen, lekker in de schijnwerpers.
Studie

Fragment 12 van 36

Tom geeft een tip aan toekomstige studenten.

1. Wat is volgens Tom het belangrijkst om tolk te worden?

  • a.De taal zelf heel mooi blijven vinden.
  • b.Zo veel mogelijk gebaren uit je hoofd leren.
  • c.De wereld van dove mensen echt leren kennen.
Werk

Fragment 13 van 36

Deel 3: Een gesprek met een fysiotherapeut

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Niels Hofman. Niels werkt als fysiotherapeut in een eigen praktijk. De interviewer vraagt hem naar zijn werk.

Niels vertelt wat voor patiënten hij behandelt.

1. Wat voor patiënten ziet Niels het vaakst?

  • a.Vooral sporters met een blessure aan hun knie.
  • b.Vooral gewone mensen met klachten door hun werk of leeftijd.
  • c.Vooral kinderen die weer moeten leren lopen.
Werk

Fragment 14 van 36

Niels vertelt wat hij het lastigst vindt.

1. Wat vindt Niels het moeilijkst aan zijn werk?

  • a.Dat het werk lichamelijk zwaar is.
  • b.Dat hij te veel patiënten op een dag heeft.
  • c.Dat patiënten te snel resultaat verwachten.
Werk

Fragment 15 van 36

Niels verhuisde naar een grotere ruimte.

1. Waarom is Niels naar een grotere ruimte verhuisd?

  • a.Omdat de huur er lager was.
  • b.Omdat zijn oude ruimte te ver weg lag.
  • c.Zodat hij meer mensen kan behandelen.
Werk

Fragment 16 van 36

1. Hoeveel patiënten behandelt Niels nu op een normale dag?

  • a.Ongeveer twaalf.
  • b.Ongeveer dertig.
  • c.Ongeveer twintig.
Werk

Fragment 17 van 36

Niels geeft tegenwoordig ook leefstijladvies.

1. Waarom geeft Niels nu ook advies over leefstijl?

  • a.Omdat patiënten daar zelf om vragen.
  • b.Omdat klachten anders vaak terugkomen.
  • c.Omdat hij dat altijd al deed.
Werk

Fragment 18 van 36

Niels geeft een advies aan toekomstige fysiotherapeuten.

1. Wat vindt Niels het belangrijkst voor een goede fysiotherapeut?

  • a.Goed kunnen luisteren naar de patiënt.
  • b.Vooral de juiste techniek beheersen.
  • c.Veel kennis hebben van spieren en gewrichten.
Studie

Fragment 19 van 36

Deel 4: Een gesprek over een afstudeerproject

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Yara Hendriks. Yara doet haar afstudeerproject bij een groot bedrijf. De interviewer vraagt haar hoe dat gaat.

Yara legt haar opdracht uit.

1. Wat doet Yara in haar afstudeerproject?

  • a.Ze doet vooral puur onderzoek, zonder een plan te maken.
  • b.Ze bedenkt hoe het bedrijf minder papier kan gebruiken.
  • c.Ze maakt nieuwe producten voor het bedrijf.
Studie

Fragment 20 van 36

Yara vertelt wat ze moest leren.

1. Wat vond Yara in het begin het lastigst?

  • a.Dat besluiten bij het bedrijf langzaam gaan.
  • b.Dat het werk inhoudelijk te moeilijk was.
  • c.Dat ze met te veel mensen moest samenwerken.
Studie

Fragment 21 van 36

Yara vertelt over de stagevergoeding.

1. Wat zegt Yara over de vergoeding die ze krijgt?

  • a.Ze krijgt er helemaal geen vergoeding voor.
  • b.Het is genoeg om haar reiskosten van te betalen.
  • c.Het is een heel hoog bedrag per maand.
Studie

Fragment 22 van 36

Het project veranderde Yara's plannen.

1. Wat voor werk wil Yara nu het liefst doen?

  • a.Werk waarin techniek en contact met mensen samenkomen.
  • b.Werk waarin ze alleen maar programmeert.
  • c.Werk waarin ze leiding geeft aan programmeurs.
Studie

Fragment 23 van 36

Yara vertelt hoe ze het schrijven aanpakt.

1. Hoe houdt Yara het schrijven van haar scriptie bij?

  • a.Door elke dag een uur te schrijven.
  • b.Door het schrijven steeds uit te stellen.
  • c.Door alleen in het weekend te schrijven.
Studie

Fragment 24 van 36

Yara geeft een tip aan andere studenten.

1. Wat is volgens Yara de belangrijkste les?

  • a.Dat je beter bij een klein bedrijf kunt afstuderen.
  • b.Dat je vooral zelfstandig moet werken zonder hulp.
  • c.Dat je vragen moet durven stellen.
Dagelijks leven

Fragment 25 van 36

Deel 5: Een gesprek over een repair café

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Otto de Lange. Otto helpt als vrijwilliger in een repair café, waar mensen kapotte spullen gratis kunnen laten maken. De interviewer vraagt hem hierover.

Otto legt zijn belangrijkste reden uit.

1. Wat is voor Otto de hoofdreden om mee te helpen?

  • a.Hij wil vrijwilligers zoeken voor het repair café bij hem in de buurt.
  • b.Hij vindt het sleutelen aan oude apparaten gewoon heerlijk om te doen.
  • c.Hij wil voorkomen dat bruikbare spullen worden weggegooid.
Dagelijks leven

Fragment 26 van 36

1. Hoeveel van de spullen worden ongeveer gerepareerd?

  • a.Ongeveer één van de drie.
  • b.Bijna alles, op heel oude apparaten na.
  • c.Ongeveer twee van de drie.
Dagelijks leven

Fragment 27 van 36

Otto laat mensen meekijken bij de reparatie.

1. Waarom laat Otto mensen meekijken en meehelpen?

  • a.Zodat hij het apparaat daarna gewoon kan teruggeven.
  • b.Zodat ze zien dat een schroef vastdraaien best moeilijk is.
  • c.Zodat ze een kleine reparatie later zelf kunnen doen.
Dagelijks leven

Fragment 28 van 36

Otto vertelt over de openingstijden.

1. Hoe vaak is het repair café nu open?

  • a.Elke zaterdag van de maand.
  • b.Eén ochtend per maand.
  • c.Elke week een hele ochtend.
Dagelijks leven

Fragment 29 van 36

Otto vertelt over de rol van het repair café in de buurt.

1. Wat is het repair café volgens Otto óók geworden?

  • a.Een winkel waar bezoekers oude spullen kunnen kopen.
  • b.Een plek waar buurtgenoten elkaar ontmoeten.
  • c.Een uitje dat alleen voor de oudere bezoekers bedoeld is.
Dagelijks leven

Fragment 30 van 36

Otto geeft advies aan starters.

1. Wat raadt Otto mensen aan die ook willen beginnen?

  • a.Eerst zo veel mogelijk bezoekers bij elkaar zoeken.
  • b.Eerst dure apparatuur en een grote ruimte regelen.
  • c.Gewoon klein beginnen en niet op perfect wachten.
Dagelijks leven

Fragment 31 van 36

Deel 6: Een gesprek met een hondentrainer

U gaat luisteren naar een gesprek tussen een interviewer en Maud Peters. Maud geeft training aan honden en hun baasjes. De interviewer vraagt haar naar haar werk.

Maud legt uit waar het meestal misgaat.

1. Waarom luistert een hond volgens Maud vaak niet?

  • a.Omdat de hond gewoon niet wil luisteren.
  • b.Omdat de eigenaar het verkeerd aanpakt.
  • c.Omdat de hond ziek is.
Dagelijks leven

Fragment 32 van 36

Maud werkt soms thuis bij mensen.

1. Waarom gaat Maud bij gedragsproblemen liever naar mensen thuis?

  • a.Omdat mensen niet naar het trainingsveld willen komen.
  • b.Omdat de hond zich thuis laat zien zoals hij echt is.
  • c.Omdat groepslessen te druk zijn.
Dagelijks leven

Fragment 33 van 36

Maud vertelt hoe ze in dit vak rolde.

1. Hoe is Maud hondentrainer geworden?

  • a.Door een cursus voor haar eigen lastige hond.
  • b.Doordat haar ouders ook honden trainden.
  • c.Door een opleiding die ze als kind al wilde doen.
Dagelijks leven

Fragment 34 van 36

1. Hoeveel lessen heeft iemand gemiddeld nodig voor de basis?

  • a.Ongeveer zes.
  • b.Eén les.
  • c.Eén keer per week, een jaar lang.
Dagelijks leven

Fragment 35 van 36

Maud kan niet iedereen helpen.

1. Wanneer kan Maud een hond niet helpen?

  • a.Als de eigenaar zelf niet wil veranderen.
  • b.Als de hond veel te agressief is.
  • c.Als de hond er al te oud voor is.
Dagelijks leven

Fragment 36 van 36

Maud geeft advies aan nieuwe pup-eigenaren.

1. Wat vindt Maud het allerbelangrijkst bij het opvoeden van een pup?

  • a.De pup de eerste maanden met rust laten.
  • b.De pup binnen een week alles proberen te leren.
  • c.Geduld hebben en steeds dezelfde regels aanhouden.

Zo werkt Luisteren B1

In de B1-route is Luisteren een onderdeel van het Staatsexamen NT2, programma I. Je hoort gesprekken over werk, studie en het dagelijks leven.

Elk deel begint met een korte uitleg van de situatie. Daarna hoor je het gesprek in stukjes. Na elk stukje beantwoord je een vraag. Je hoort elk stukje maar één keer. Lees daarom eerst de vraag.

De vragen gaan over details, maar ook over wat iemand bedoelt of vindt. In de uitslag zie je per onderwerp en per soort vraag hoe het ging.

Alle B1-onderdelen staan bij inburgeringsexamen oefenen b1. Lezen oefen je bij Inburgering B1 Lezen oefenen.

Vragen over Luisteren B1

Wanneer ben ik geslaagd voor Luisteren B1?

Je uitslag is een vaardigheidsscore. Bij 500 of hoger ben je geslaagd. Voor Luisteren is geen officiële omrekentabel openbaar. Dit oefenexamen rekent daarom met ongeveer 70% goed, dus 25 van de 36.

Hoe vaak hoor ik een fragment?

Op het echte examen hoor je elk fragment één keer. In dit oefenexamen mag je vaker luisteren. Lees eerst de vraag, dan weet je waar je op moet letten.

Kan ik na afloop lezen wat er gezegd werd?

Ja. Bij het nakijken zie je de tekst van elk fragment. De zin met het antwoord is gemarkeerd.

Wat kost het examen?

Het Staatsexamen NT2 kost € 50 per onderdeel. Voor alle vier de onderdelen betaal je € 200.

Zijn dit echte examenfragmenten?

Nee. Echte examenfragmenten zijn geheim. Deze fragmenten en vragen zijn zelf gemaakt, in dezelfde vorm als het echte examen.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze oefenexamens zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Meer oefenexamens voor elk onderdeel.
  • Feedback op je eigen schrijven en spreken.
  • Je oefent gericht op wat je nog lastig vindt.

De cursus is betaald. De oefenexamens op deze site blijven gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.