We gebruiken cookies om te zien hoe de site wordt gebruikt. Jij kiest. Meer hierover lees je in ons cookiebeleid.
Oefenexamen · B2 · Spreken
B2 oefenexamen Spreken, in het echte tempo.
Je hoort een situatie, krijgt bedenktijd en spreekt je antwoord in. Het examen loopt vanzelf door, net als het echte examen. Daarna zie je je vaardigheidsscore.
Het oefenexamen heeft 13 opdrachten. Je hebt een microfoon nodig. Het examen gaat in een vast tempo: na een piep start de opname vanzelf.
Oefenexamen 1
Korte opdracht
Opdracht 1 van 13
De marktkraam
U bent op de markt geweest bij een nieuwe kraam met streekproducten. Een vriendin die niet mee kon, vraagt hoe de kraam eruitzag. Kijk naar het plaatje.
vriendin: “Die nieuwe kraam op de markt, hoe zag die eruit?”
Beschrijf de marktkraam voor uw vriendin.
Spreek ongeveer 20 seconden.
Korte opdracht
Opdracht 2 van 13
De wasmachine gebruiken
Een huisgenoot die net is ingetrokken, weet niet hoe de gezamenlijke wasmachine werkt. Hij vraagt u om uitleg. Kijk naar het plaatje.
huisgenoot: “Ik snap die wasmachine niet. Hoe werkt hij?”
Leg uw huisgenoot uit hoe hij de wasmachine gebruikt.
Spreek ongeveer 20 seconden.
Korte opdracht
Opdracht 3 van 13
Telefoon op school
Op een school in uw buurt mogen telefoons voortaan niet meer mee de klas in. Een buurvrouw met kinderen op die school vraagt wat u daarvan vindt.
buurvrouw: “Telefoons mogen niet meer mee de klas in. Wat vind jij daarvan?”
Vertel de buurvrouw wat u ervan vindt, en waarom.
Spreek ongeveer 20 seconden.
Korte opdracht
Opdracht 4 van 13
Advies bij slecht slapen
Een collega vertelt dat zij de laatste weken heel slecht slaapt en moe op haar werk komt. Zij vraagt u om advies.
collega: “Ik slaap al weken slecht en ben doodmoe. Heb jij een tip?”
Geef uw collega advies over hoe zij beter kan slapen.
Spreek ongeveer 20 seconden.
Middellange opdracht
Opdracht 5 van 13
Overtuig een vriend om te sporten
Een vriend zit veel achter zijn bureau en beweegt weinig. U wilt hem overtuigen om samen met u naar de sportschool te gaan.
vriend: “Sporten, ik weet niet hoor. Waarom zou ik dat gaan doen?”
Overtuig uw vriend om te gaan sporten. Geef minstens twee argumenten.
Spreek ongeveer 30 seconden.
Middellange opdracht
Opdracht 6 van 13
Voorstel voor een speeltuin
In uw wijk is een leeg grasveld. U vindt dat daar iets moet komen voor de kinderen. U bespreekt dit met een medewerker van de gemeente.
medewerker: “U hebt een idee voor dat lege grasveld?”
Geef de medewerker uw voorstel voor het grasveld, en leg uit waarom dat een goed idee is.
Spreek ongeveer 30 seconden.
Middellange opdracht
Opdracht 7 van 13
Wat er bij de winkel gebeurde
U was getuige van een klein incident bij een winkel: er ontstond wat rook in de keuken van een broodjeszaak. Een vriend vraagt wat er precies gebeurde. Kijk naar de plaatjes.
1Plaatje 1
2Plaatje 2
3Plaatje 3
vriend: “Ik hoorde dat er iets was bij die broodjeszaak. Wat is er gebeurd?”
Vertel uw vriend wat er is gebeurd. Gebruik alle plaatjes.
Spreek ongeveer 30 seconden.
Middellange opdracht
Opdracht 8 van 13
Overtuig de buren om te recyclen
In uw appartementencomplex scheiden veel bewoners hun afval niet. U wilt de bewonersvergadering overtuigen om dat wel te gaan doen.
buurman: “Afval scheiden, is dat echt nodig? Waarom zouden we dat doen?”
Overtuig de bewoners om hun afval te scheiden. Geef twee argumenten.
Spreek ongeveer 30 seconden.
Middellange opdracht
Opdracht 9 van 13
De koffiemachine gebruiken
Er staat een nieuwe koffiemachine op kantoor. Een nieuwe collega weet niet hoe die werkt. U legt het uit. Kijk naar de plaatjes.
1Plaatje 1
2Plaatje 2
3Plaatje 3
collega: “Die nieuwe koffiemachine, hoe krijg ik daar koffie uit?”
Leg uw collega uit hoe de koffiemachine werkt. Gebruik alle plaatjes.
Spreek ongeveer 30 seconden.
Middellange opdracht
Opdracht 10 van 13
Vierdaagse werkweek
Er is een discussie of iedereen naar een vierdaagse werkweek zou moeten met behoud van salaris. Een collega vraagt uw mening.
collega: “Een vierdaagse werkweek met hetzelfde loon, wat vind jij daarvan?”
Geef uw mening over de vierdaagse werkweek, en geef daarvoor twee argumenten.
Spreek ongeveer 30 seconden.
Middellange opdracht
Opdracht 11 van 13
Een lekke band plakken
De buurvrouw heeft een lekke fietsband en weet niet hoe ze die moet plakken. U legt het uit. Kijk naar de plaatjes.
1Plaatje 1
2Plaatje 2
3Plaatje 3
buurvrouw: “Mijn band is lek. Hoe plak ik dat nou?”
Leg de buurvrouw uit hoe ze de band plakt. Gebruik alle plaatjes.
Spreek ongeveer 30 seconden.
Middellange opdracht
Opdracht 12 van 13
Stad of dorp
Sommige mensen wonen liever in de stad, anderen liever in een dorp. Wat heeft uw voorkeur, en waarom?
medestudent: “Wat lijkt jou fijner, wonen in de stad of in een dorp?”
Geef uw beargumenteerde mening: wat heeft uw voorkeur, en waarom? (Een argument is voldoende.)
Je krijgt eerst 15 seconden om na te denken. Spreek ongeveer 30 seconden.
Lange opdracht
Opdracht 13 van 13
Vrijwilligerswerk in de gemeente
U doet onderzoek voor uw opleiding naar het soort vrijwilligerswerk dat inwoners van een gemeente doen. De gemeente wil graag dat meer mensen vrijwilligerswerk gaan doen. De resultaten staan in een grafiek. U presenteert ze aan uw medestudenten.
Grafiek: Percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet, per soort
Percentage inwoners
Sport
Percentage inwoners:
40%
Zorg
Percentage inwoners:
25%
School
Percentage inwoners:
20%
Natuur
Percentage inwoners:
15%
Beschrijf de resultaten aan de hand van de grafiek. Geef bij elk soort vrijwilligerswerk een voorbeeld. Leg daarna uit op welke twee manieren de gemeente meer mensen kan aanmoedigen om vrijwilligerswerk te doen.
Noem deze punten
•Beschrijf de resultaten uit de grafiek (welk soort vrijwilligerswerk wordt het meest en het minst gedaan).
•Geef bij elk soort vrijwilligerswerk een concreet voorbeeld.
•Leg uit op welke twee manieren de gemeente meer mensen kan aanmoedigen om vrijwilligerswerk te doen.
Je krijgt eerst 120 seconden om na te denken. Spreek ongeveer 120 seconden.
Zo werkt Spreken B2
Spreken B2 hoort bij het Staatsexamen NT2, programma II. Je krijgt korte opdrachten en langere opdrachten waarin je iets uitlegt of je mening onderbouwt.
Het examen gaat in een vast tempo. Je hoort de situatie en soms iemand die iets tegen je zegt. Bij langere opdrachten krijg je eerst bedenktijd. Na een piep start de opname. Opnieuw opnemen kan niet. Dit oefenexamen werkt op dezelfde manier.
Je uitslag is een vaardigheidsscore. Bij 500 of hoger ben je geslaagd. Dit oefenexamen rekent je punten om met de officiële tabel van het CvTE.
Alle B2-onderdelen staan bij B2 oefenexamen inburgering. Schrijven oefen je bij B2 oefenexamen schrijven.
Vragen over Spreken B2
Wanneer ben ik geslaagd voor Spreken B2?
+
Bij een vaardigheidsscore van 500 of hoger. Op dit oefenexamen heb je daarvoor 73 van de 132 punten nodig. Op het echte examen kan dat per versie iets verschillen.
Hoe wordt mijn antwoord hier nagekeken?
+
Je opname wordt omgezet naar tekst. Daarna kijkt een AI-model op dezelfde punten als het examen. Je hoort ook een verbeterde versie. De uitleg bij het nakijken is in het Engels.
Kan ik een opname overdoen?
+
Nee. Op het echte examen ook niet. Daarom loopt dit oefenexamen ook in een vast tempo.
Wat kost het examen?
+
Het Staatsexamen NT2 kost € 50 per onderdeel. Dat is hetzelfde voor programma I en programma II.
Zijn dit echte examenopdrachten?
+
Nee. Echte examenopdrachten zijn geheim. Deze opdrachten zijn zelf gemaakt, in dezelfde vorm als het echte examen.
Inburgerings cursus.nl
Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl
Deze oefenexamens zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.
Meer oefenexamens voor elk onderdeel.
Feedback op je eigen schrijven en spreken.
Je oefent gericht op wat je nog lastig vindt.
De cursus is betaald. De oefenexamens op deze site blijven gratis.