Naar de inhoud

Oefenexamen · KNM

KNM examen oefenen, gratis en met uitleg.

Maak een volledig oefenexamen KNM met 40 vragen over het leven in Nederland. Na afloop zie je je score per thema. Bij elke vraag lees je waarom het goede antwoord klopt.

Naar het oefenexamen

Gratis KNM-oefenexamen

Er zijn 2 oefenexamens. Elk examen heeft 40 vragen en duurt 45 minuten. Bij elke vraag hoort een foto, net als op het echte examen.

Oefenexamen 1

  1. Werk en inkomen

    1. Youssef heeft een sollicitatiebrief en cv gestuurd. De werkgever is tevreden en wil hem aannemen. Wat ondertekenen zij samen voordat Youssef begint?

    • a.Een arbeidsovereenkomst
    • b.Een huurcontract
    • c.Een belastingaangifte voor dit jaar
  2. Werk en inkomen

    2. Amina werkt via een uitzendbureau. Het bureau zoekt werk voor haar en regelt haar loon. Welk soort werk doet zij?

    • a.Een vaste baan rechtstreeks bij de fabriek
    • b.Uitzendwerk
    • c.Werk als zelfstandig ondernemer (zzp)
  3. Werk en inkomen

    3. Emre begint aan een nieuwe baan. In zijn contract staat een proeftijd van een maand. Wat betekent dat?

    • a.Hij krijgt die maand geen loon.
    • b.In die maand kunnen Emre en zijn werkgever het contract meteen stoppen.
    • c.Hij werkt die maand zonder contract.
  4. Werk en inkomen

    4. In welke afspraken voor een hele sector staat bijvoorbeeld het loon en het aantal vakantiedagen?

    • a.In de cao
    • b.In de Grondwet
    • c.In je paspoort
  5. Werk en inkomen

    5. Waarom is het brutoloon hoger dan het bedrag dat op je bankrekening komt?

    • a.Omdat de werkgever je te weinig betaalt
    • b.Omdat de werkgever belasting en premies van je loon afhaalt
    • c.Omdat de bank een deel van je loon houdt
  6. Werk en inkomen

    6. Sven heeft geen werk en ook geen geld om van te leven. Hij heeft nog nooit gewerkt in Nederland. Welke uitkering kan hij aanvragen bij de gemeente?

    • a.Een WW-uitkering
    • b.Kinderbijslag
    • c.Een bijstandsuitkering
  7. Werk en inkomen

    7. Veel werknemers krijgen in mei of juni extra geld van hun werkgever. Hoe heet dat?

    • a.Kinderbijslag
    • b.Huurtoeslag
    • c.Vakantiegeld
  8. Werk en inkomen

    8. Diego wil als zzp'er een eigen bedrijf beginnen. Wat moet hij voor zijn pensioen weten?

    • a.Een zzp'er moet zelf zijn pensioen regelen
    • b.Een zzp'er hoeft nooit aan pensioen te denken
    • c.De gemeente regelt automatisch het pensioen van een zzp'er
  9. Gezondheid

    9. Wie kan zorgtoeslag krijgen als bijdrage in de kosten van de zorgverzekering?

    • a.Iedereen, ongeacht wat je verdient
    • b.Alleen mensen die geen werk hebben
    • c.Mensen met een laag inkomen
  10. Gezondheid

    10. Hana voelt zich al weken somber en wil hulp dichtbij in de huisartsenpraktijk. Welke medewerker in de praktijk kan haar helpen bij psychische klachten?

    • a.De apotheker
    • b.De praktijkondersteuner (POH)
    • c.De tandarts
  11. Gezondheid

    11. Mag je huisarts jouw medische gegevens aan anderen doorgeven?

    • a.Alleen met jouw toestemming.
    • b.Alleen aan de gemeente.
    • c.Ja, altijd.
  12. Gezondheid

    12. Mei spreekt nog weinig Nederlands en wil zeker weten dat ze de dokter goed begrijpt. Waar heeft zij recht op?

    • a.Op een tolk
    • b.Op een nieuw paspoort
    • c.Op gratis medicijnen
  13. Gezondheid

    13. De baby van Carlos is acht maanden oud. Waar gaan ouders naartoe voor de groeicontroles en de vaccinaties van jonge kinderen?

    • a.Naar de balie van de Belastingdienst
    • b.Naar het consultatiebureau
    • c.Naar de apotheek
  14. Gezondheid

    14. Tim is volwassen en gaat naar de tandarts. Wie betaalt de rekening meestal?

    • a.De gemeente betaalt die.
    • b.De basisverzekering betaalt die.
    • c.Tim betaalt die zelf.
  15. Rechtsstaat

    15. Hoeveel leden heeft de Eerste Kamer?

    • a.12 leden
    • b.150 leden
    • c.75 leden
  16. Rechtsstaat

    16. Nora wordt verdacht van een misdrijf. Tijdens de rechtszaak is er iemand die namens de overheid bewijst dat zij iets fout heeft gedaan en straf eist. Wie is dat?

    • a.De burgemeester
    • b.De officier van justitie
    • c.De advocaat
  17. Rechtsstaat

    17. Iemand wordt verdacht van een misdrijf. Wat geldt er in Nederland?

    • a.De politie bepaalt of hij schuldig is.
    • b.Hij is onschuldig tot de rechter schuld bewijst.
    • c.Hij is schuldig tot hij zelf zijn onschuld kan bewijzen.
  18. Rechtsstaat

    18. Pjotr woont sinds drie jaar legaal in Nederland en heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Mag hij stemmen bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer?

    • a.Ja, na één jaar in Nederland mag dat
    • b.Ja, iedereen die in Nederland woont mag dat
    • c.Nee, voor de Tweede Kamer moet je de Nederlandse nationaliteit hebben
  19. Rechtsstaat

    19. Vanaf welke leeftijd mag je in Nederland stemmen voor de Tweede Kamer?

    • a.Vanaf 16 jaar
    • b.Vanaf 18 jaar
    • c.Vanaf 21 jaar
  20. Rechtsstaat

    20. Wat is de hoogste wet van Nederland, waar alle andere wetten zich aan moeten houden?

    • a.De cao
    • b.De Leerplichtwet
    • c.De Grondwet
  21. Instanties

    21. Bram is net in Nederland aangekomen en gaat hier langer wonen. Binnen hoeveel dagen moet hij zich inschrijven bij de gemeente (BRP)?

    • a.Binnen 1 jaar
    • b.Binnen 5 dagen
    • c.Binnen 3 maanden
  22. Instanties

    22. Sofia en haar partner krijgen een baby. Bij welke instantie geven zij de geboorte van hun kind door?

    • a.Bij het UWV
    • b.Bij de gemeente
    • c.Bij de woningcorporatie
  23. Instanties

    23. Ivan heeft thuis hulp nodig: hij kan moeilijk lopen en wil ondersteuning om zelfstandig te blijven wonen. Via welke regeling van de gemeente kan hij die hulp aanvragen?

    • a.Via DUO
    • b.Via de Belastingdienst
    • c.Via de Wmo
  24. Instanties

    24. Karim wil dat de politie hem sneller helpt. Wat kan hij doen?

    • a.De burgemeester betalen.
    • b.Wachten tot de politie tijd heeft.
    • c.De politie geld geven.
  25. Onderwijs

    25. Voor welke jongeren geldt de kwalificatieplicht?

    • a.Voor iedereen die ouder is dan 21 jaar
    • b.Voor alle kinderen op de basisschool
    • c.Voor jongeren van 16 tot 18 jaar zonder startkwalificatie
  26. Onderwijs

    26. De dochter van Aleksandr heeft een vwo-diploma gehaald. Naar welke vervolgopleiding kan zij hiermee gaan?

    • a.Terug naar de basisschool
    • b.Alleen naar het mbo
    • c.Naar de universiteit
  27. Onderwijs

    27. De ouders van Mariam hebben de vrijwillige ouderbijdrage niet betaald. Mag de school Mariam daarom thuislaten bij het schoolreisje?

    • a.Alleen als de school dat vooraf meldt.
    • b.Ja, dat mag de school.
    • c.Nee, dat mag de school niet.
  28. Onderwijs

    28. Wat leer je op het mbo?

    • a.Een beroep, zoals kok, monteur of verzorgende
    • b.Alleen lezen en schrijven
    • c.Je bereidt je voor op de universiteit
  29. Geschiedenis en geografie

    29. Wat herdenkt Nederland op 4 mei om 20.00 uur met twee minuten stilte?

    • a.De slachtoffers van oorlogen, zoals de Tweede Wereldoorlog
    • b.Het begin van de Gouden Eeuw
    • c.De verjaardag van de koning
  30. Geschiedenis en geografie

    30. Welk land bezette Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog?

    • a.Canada
    • b.Duitsland
    • c.Belgie
  31. Geschiedenis en geografie

    31. Welke provincie is de nieuwste van Nederland?

    • a.Flevoland.
    • b.Drenthe.
    • c.Zeeland.
  32. Geschiedenis en geografie

    32. Wat is de Noordzee?

    • a.Een rivier in het oosten van Nederland
    • b.Een provincie van Nederland
    • c.Een zee aan de westkant van Nederland
  33. Omgangsvormen

    33. Tomasz heeft om 15.00 uur een afspraak, maar hij staat in de file en komt te laat. Wat hoort hij te doen?

    • a.De afspraak gewoon overslaan zonder iets te zeggen
    • b.Niets, te laat komen is normaal in Nederland
    • c.Even bellen om te zeggen dat hij later komt
  34. Omgangsvormen

    34. Op welke dag eten veel mensen in Nederland oliebollen?

    • a.Op Koningsdag
    • b.Met Oud en Nieuw
    • c.Met Pasen
  35. Omgangsvormen

    35. Naast trouwen bestaat er in Nederland nog een officiële vorm die daar veel op lijkt. Hoe heet die?

    • a.Het geregistreerd partnerschap
    • b.De volmacht
    • c.De arbeidsovereenkomst
  36. Omgangsvormen

    36. Lucas is nieuw in de buurt en wil graag andere mensen leren kennen en samen sporten. Wat kan hij het beste doen?

    • a.Wachten tot iemand bij hem aanbelt
    • b.Naar de Belastingdienst gaan
    • c.Lid worden van een sportvereniging
  37. Wonen

    37. Elena heeft een conflict met haar verhuurder over achterstallig onderhoud aan de woning. Naar welke instantie kan zij gaan voor een uitspraak hierover?

    • a.Het UWV
    • b.De SVB
    • c.De Huurcommissie
  38. Wonen

    38. Selin woont op de vijfde verdieping van een flat. Er is brand in het gebouw. Hoe gaat ze naar buiten?

    • a.Via de trap, niet met de lift
    • b.Met de lift, want dat gaat het snelst
    • c.Ze blijft binnen tot de brand uit is
  39. Wonen

    39. Anika heeft last van haar buren door harde muziek 's avonds. Wat is een goede eerste stap?

    • a.Rustig met de buren praten over de overlast
    • b.Meteen de politie bellen op 112
    • c.Zelf ook harde muziek aanzetten
  40. Wonen

    40. Hugo huurt een huis. Hij wil een muur in de woonkamer weghalen. Wat moet hij eerst doen?

    • a.Niets, hij woont er zelf.
    • b.Het melden bij de politie.
    • c.Toestemming vragen aan zijn verhuurder.

Oefenexamen 2

  1. Werk en inkomen

    1. Mei werkt via een uitzendbureau in een magazijn. Bij wie is zij eigenlijk in dienst?

    • a.Bij het uitzendbureau
    • b.Bij de Belastingdienst
    • c.Bij de gemeente waar het magazijn staat
  2. Werk en inkomen

    2. In welke afspraak staat per sector wat het loon en de regels voor werknemers zijn?

    • a.In de zorgverzekering
    • b.In de cao
    • c.In het paspoort
  3. Werk en inkomen

    3. Bram werkt al jaren bij hetzelfde bedrijf en wil iets verbeteren aan het werkrooster voor alle werknemers samen. Welk orgaan binnen het bedrijf praat daarover mee met de werkgever?

    • a.De Belastingdienst
    • b.De Kamer van Koophandel
    • c.De ondernemingsraad
  4. Werk en inkomen

    4. Omar heeft nog nooit in Nederland gewerkt en heeft geen inkomen. Hij heeft geld nodig om van te leven. Welke uitkering past bij zijn situatie?

    • a.Een bijstandsuitkering van de gemeente
    • b.Een WW-uitkering die hij aanvraagt bij het UWV
    • c.Kinderbijslag van de SVB
  5. Werk en inkomen

    5. Wat hoort er bij een bijstandsuitkering?

    • a.Alleen geld, verder niets.
    • b.Een verplichte cursus Nederlands.
    • c.Plichten, zoals je best doen om werk te vinden.
  6. Werk en inkomen

    6. Lars werkt vijf dagen per week bij een bedrijf. Hoeveel vakantiedagen krijgt hij volgens de wet minstens per jaar?

    • a.10 dagen
    • b.40 dagen
    • c.20 dagen
  7. Werk en inkomen

    7. Noor heeft een vaste baan. Ze is ziek en kan een paar weken niet werken. Krijgt ze dan nog loon?

    • a.Nee, als je ziek bent, krijg je geen loon.
    • b.Ja, de gemeente betaalt haar loon.
    • c.Ja, haar werkgever betaalt het grootste deel van haar loon door.
  8. Werk en inkomen

    8. Waarom is het nettoloon lager dan het brutoloon?

    • a.Omdat de bank kosten rekent voor elke betaling
    • b.Omdat de gemeente een deel van het loon krijgt
    • c.Omdat de werkgever belasting en premies inhoudt op het loon
  9. Gezondheid

    9. Welke rol heeft de huisarts in de Nederlandse gezondheidszorg?

    • a.De huisarts is het eerste aanspreekpunt en verwijst zo nodig door naar een specialist
    • b.De huisarts behandelt alleen kinderen onder de 18 jaar
    • c.De huisarts verkoopt medicijnen in plaats van de apotheek
  10. Gezondheid

    10. Lena is somber en heeft last van veel stress. Haar huisarts wil dat iemand in de praktijk haar verder begeleidt bij deze psychische klachten. Wie is dat meestal?

    • a.De verloskundige
    • b.De POH (praktijkondersteuner)
    • c.De apotheker
  11. Gezondheid

    11. Wanneer mag een zorgverlener jouw medische gegevens aan anderen geven?

    • a.Alleen met jouw toestemming.
    • b.Altijd, ook zonder toestemming.
    • c.Alleen aan je werkgever.
  12. Gezondheid

    12. Naima spreekt nog weinig Nederlands en heeft een belangrijk gesprek bij de huisarts. Waar heeft zij recht op zodat ze het gesprek goed begrijpt?

    • a.Op een nieuwe zorgverzekering
    • b.Op een tolk
    • c.Op gratis medicijnen
  13. Gezondheid

    13. Het kind van Hassan is twee jaar oud. Waar gaat hij heen voor de controles van de groei en voor vaccinaties van zijn kind?

    • a.Naar het UWV
    • b.Naar de apotheek
    • c.Naar het consultatiebureau
  14. Gezondheid

    14. Yara heeft een laag inkomen en vindt de premie van haar zorgverzekering moeilijk te betalen. Wat kan zij doen om hulp te krijgen met die kosten?

    • a.Stoppen met haar zorgverzekering
    • b.De premie aan de huisarts vragen
    • c.Zorgtoeslag aanvragen bij de Belastingdienst
  15. Rechtsstaat

    15. In Nederland kun je ook stemmen bij de waterschapsverkiezingen. Waarvoor zorgt een waterschap?

    • a.Voor het onderwijs op de basisscholen
    • b.Voor de uitkeringen van mensen zonder werk
    • c.Voor het waterbeheer: schoon water en bescherming tegen te veel water
  16. Rechtsstaat

    16. Wat is een taak van de officier van justitie in een rechtszaak?

    • a.Beslissen of iemand schuldig is en welke straf hij krijgt
    • b.De verdachte verdedigen tegen de aanklacht
    • c.Iemand vervolgen en aanklagen namens de staat
  17. Rechtsstaat

    17. Het kiesrecht en de vrijheid van meningsuiting horen bij welke groep rechten?

    • a.De regels van de gemeente
    • b.De sociale grondrechten
    • c.De klassieke grondrechten
  18. Rechtsstaat

    18. Een kennis zegt tegen David dat de Nederlandse wet niet voor iedereen geldt, omdat sommige regels uit een geloof of traditie boven de wet staan. Wat klopt hierover?

    • a.Regels uit een geloof of traditie staan altijd boven de wet
    • b.De Nederlandse wet staat boven regels uit een geloof of traditie
    • c.De wet geldt alleen voor mensen met de Nederlandse nationaliteit
  19. Rechtsstaat

    19. Anna vindt dat haar werkgever haar anders behandelt dan collega's, alleen omdat zij een vrouw is. Wat zegt de Grondwet hierover?

    • a.Gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden; discriminatie mag niet
    • b.Een werkgever mag zelf kiezen wie hij anders behandelt
    • c.Dit geldt alleen voor mensen met de Nederlandse nationaliteit
  20. Rechtsstaat

    20. Wat betekent 'actief kiesrecht'?

    • a.De plicht om altijd te gaan stemmen
    • b.Het recht om zelf te stemmen bij verkiezingen
    • c.Het recht om zelf gekozen te worden
  21. Instanties

    21. Wei wil online iets regelen bij een overheidsorganisatie. Waarmee logt hij in en laat hij zien wie hij is?

    • a.Met zijn DigiD
    • b.Met zijn zorgpas van de verzekering
    • c.Met zijn bankpas en pincode
  22. Instanties

    22. De moeder van Ingrid kan door een ziekte moeilijk voor zichzelf zorgen en heeft thuis hulp en begeleiding nodig. Via welke regeling kan zij die ondersteuning aanvragen?

    • a.Via de Wmo bij de gemeente
    • b.Via het UWV
    • c.Via de website van de Belastingdienst
  23. Instanties

    23. Sofia (12 jaar) reist alleen met de trein. De conducteur vraagt om een geldig vervoersbewijs. Vanaf welke leeftijd geldt voor haar de plicht om zich te kunnen identificeren als de politie daarom vraagt?

    • a.Vanaf 14 jaar
    • b.Vanaf 18 jaar
    • c.Vanaf 12 jaar
  24. Instanties

    24. Pieter ziet op straat dat twee mensen ruzie hebben, maar er is geen gevaar en geen misdrijf. Hij wil het toch even laten weten aan de politie. Hoe heet dat?

    • a.Aangifte doen
    • b.Een melding doen
    • c.Een rechtszaak starten
  25. Instanties

    25. Aan wie betaal je lokale belastingen, zoals de afvalstoffenheffing?

    • a.Aan de provincie.
    • b.Aan de gemeente.
    • c.Aan de Belastingdienst.
  26. Onderwijs

    26. Wat is de juiste volgorde in het Nederlandse onderwijs?

    • a.Basisschool, daarna voortgezet onderwijs, daarna mbo, hbo of universiteit
    • b.Universiteit, daarna basisschool, daarna voortgezet onderwijs
    • c.Voortgezet onderwijs, daarna basisschool, daarna mbo
  27. Onderwijs

    27. De dochter van Mei zit op het vmbo en haalt straks haar diploma. Naar welk soort vervolgonderwijs gaat zij daarna meestal?

    • a.Naar het mbo
    • b.Rechtstreeks naar de universiteit
    • c.Terug naar de basisschool
  28. Onderwijs

    28. Mag een school een kind van een schoolreisje uitsluiten omdat de ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet betaalden?

    • a.Ja, dat mag.
    • b.Nee, dat mag niet.
    • c.Alleen als de school dat vooraf aankondigt.
  29. Onderwijs

    29. De dochter van Omar is 16 jaar. Ze wil van school af om te gaan werken. Ze heeft nog geen diploma. Mag dat?

    • a.Nee. Tot haar 18e moet ze naar school, tot ze een startkwalificatie heeft.
    • b.Ja, vanaf 16 jaar mag dat altijd.
    • c.Ja, als haar ouders een brief schrijven.
  30. Onderwijs

    30. Het kind van Lena is vier jaar. Mag het al naar de basisschool, ook al begint de leerplicht pas later?

    • a.Ja, een kind mag vanaf 4 jaar naar de basisschool
    • b.Nee, een kind mag pas vanaf 6 jaar naar de basisschool
    • c.Nee, een kind moet eerst de inburgering doen
  31. Geschiedenis en geografie

    31. Een groot deel van Nederland ligt laag. Wat beschermt het land tegen overstromingen?

    • a.Bruggen, tunnels en snelwegen
    • b.Bossen en heuvels
    • c.Dijken, duinen en dammen
  32. Geschiedenis en geografie

    32. Wat is de NAVO?

    • a.Een organisatie die paspoorten uitgeeft
    • b.Een Nederlandse politieke partij
    • c.Een samenwerkingsverband van landen voor militaire veiligheid
  33. Geschiedenis en geografie

    33. Sami leest dat Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog bezet was. Door welk land werd Nederland toen bezet?

    • a.Door Indonesië
    • b.Door Canada
    • c.Door Duitsland
  34. Geschiedenis en geografie

    34. Welk land ligt aan de oostkant van Nederland?

    • a.Denemarken.
    • b.België.
    • c.Duitsland.
  35. Omgangsvormen

    35. Tariq heeft om 15.00 uur een afspraak met een Nederlandse kennis, maar hij staat vast in het verkeer en komt te laat. Wat hoort hij te doen?

    • a.De afspraak gewoon overslaan zonder iets te zeggen
    • b.Niets doen, te laat komen is normaal
    • c.De kennis bellen om te zeggen dat hij later komt
  36. Omgangsvormen

    36. Fatima loopt door haar straat en ziet bij een huis oliebollen en versiering. Bij welke dag hoort dit meestal?

    • a.Oud en Nieuw (oudejaarsavond)
    • b.Koningsdag
    • c.Dodenherdenking op de avond van 4 mei
  37. Omgangsvormen

    37. Sara is 22 jaar. Haar familie wil dat zij met een neef trouwt. Sara wil dat niet. Wat zegt de Nederlandse wet?

    • a.De familie beslist, omdat Sara jonger is dan 25.
    • b.Sara mag zelf kiezen met wie zij trouwt. Iemand dwingen om te trouwen is verboden.
    • c.Sara moet trouwen als haar vader dat wil.
  38. Wonen

    38. Daan huurt een huis en heeft een conflict met zijn verhuurder over achterstallig onderhoud aan de woning. Naar welke instantie kan hij gaan om dit te laten beoordelen?

    • a.Naar het UWV
    • b.Naar de Kamer van Koophandel
    • c.Naar de Huurcommissie
  39. Wonen

    39. Ali heeft een lege jampot van glas. Waar gooit hij die weg?

    • a.Bij het restafval
    • b.In de glasbak
    • c.In de papierbak
  40. Wonen

    40. Wat betekent huurbescherming voor een huurder in Nederland?

    • a.De verhuurder mag hem niet zomaar uit huis zetten.
    • b.De huur mag nooit omhoog.
    • c.De gemeente betaalt een deel van de huur van zijn huis.

Zo werkt het KNM-examen

KNM staat voor Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Het examen gaat over het dagelijks leven in Nederland. Denk aan werk, wonen, de huisarts, school en de gemeente. Je maakt het op de computer en je hebt 45 minuten.

De vragen zijn per thema ingedeeld. Er zijn 8 thema's, van werk en inkomen tot geschiedenis. Sinds 1 juli 2025 gaat het examen ook over de Holocaust en over de vrijheid van vrouwen om zelf te kiezen.

Veel vragen beschrijven een situatie. Iemand zoekt werk, wordt ziek of krijgt een brief van de gemeente. Jij kiest wat die persoon het beste kan doen. Kennis helpt, maar je moet ook goed lezen wat er precies gevraagd wordt.

Wil je ook de taalexamens oefenen? Kijk dan bij inburgeringsexamen oefenen.

Vragen over het KNM-examen

Hoeveel vragen heeft het KNM-examen?

DUO maakt alleen bekend dat het examen 45 minuten duurt en over 8 thema's gaat. Het precieze aantal vragen is niet openbaar. Onze oefenexamens hebben 40 vragen. Zo oefen je met een volle 45 minuten.

Wanneer ben ik geslaagd voor KNM?

DUO maakt de grens om te slagen niet bekend. In dit oefenexamen slaag je bij 26 van de 40 goed. Zie dat als een richtlijn. Je echte uitslag kan anders zijn.

Over welke thema's gaat KNM?

Werk en inkomen, omgangsvormen, wonen, gezondheid, geschiedenis en geografie, instanties, de rechtsstaat en onderwijs. In de uitslag van het oefenexamen zie je per thema hoeveel vragen je goed had.

Zijn dit echte examenvragen?

Nee. Echte examenvragen zijn geheim. Deze vragen zijn zelf geschreven, in dezelfde vorm als het echte examen. Bij elke vraag staat een link naar een officiële bron, zoals rijksoverheid.nl.

Hoe meld ik me aan voor het KNM-examen?

Je meldt je aan in Mijn Inburgering op inburgeren.nl. Daar kies je de datum en de plaats. Het examen kost € 50.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze oefenexamens zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Meer oefenexamens voor elk onderdeel.
  • Feedback op je eigen schrijven en spreken.
  • Je oefent gericht op wat je nog lastig vindt.

De cursus is betaald. De oefenexamens op deze site blijven gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.