Naar de inhoud

Grammatica · B2

De beknopte bijzin: na gegeten te hebben, ging ze weg.

Een beknopte bijzin is een bijzin zonder onderwerp: Door hard te oefenen, werd zij pianist. Het onderwerp dat je niet ziet, is altijd het onderwerp van de hoofdzin. Na het woord na gebruik je de voltooide vorm: na gegeten te hebben.

8 minuten lezenNaar de 20 vragen

Een gewone bijzin heeft een eigen onderwerp en een eigen werkwoord: Toen ik gegeten had, ging ik weg. Een beknopte bijzin is korter. Het onderwerp valt weg. Het werkwoord krijgt een andere vorm: Na gegeten te hebben, ging ik weg. Beknopt betekent kort.

Je kent te + infinitief misschien al: ik probeer te slapen. Een infinitief is het hele werkwoord, zoals slapen of werken. Op deze pagina komen er drie vormen bij: om ... te, door/zonder/na ... te en een zin met een deelwoord.

Drie soorten beknopte bijzinnen

SoortBeknoptMet een gewone bijzin
om ... te (een doel)Hij rende om de trein te halen.Hij rende, want hij wilde de trein halen.
door, zonder of na ... teDoor hard te oefenen, werd zij pianist.Doordat zij hard oefende, werd zij pianist.
met een deelwoordLachend om de grap, liep hij de trap op.Terwijl hij om de grap lachte, liep hij de trap op.

Om te of alleen te?

Gebruik om ... te voor een doel. Het deel geeft dan antwoord op de vraag waarom of waarvoor. Om komt ook na een zelfstandig naamwoord: een ladder om het raam te bereiken. Na te + een bijvoeglijk naamwoord komt ook om: Hij is te verlegen om iets te vragen.

Soms maakt de te-infinitief alleen een werkwoord af. Je noemt dan geen doel. Dan komt er geen om. Dat geldt voor blijken, lijken, schijnen en beginnen. Ook na hopen, durven en weigeren gebruik je alleen te.

Een doel: om ... te

  • Hij rende naar het perron om de trein te halen.
  • We hebben een ladder nodig om het raam te bereiken.
  • Hij is te verlegen om iets te vragen.

Het werkwoord vraagt te

  • De cijfers blijken te kloppen.
  • De situatie dreigde te ontsporen.
  • Het kind begon te huilen.
  • Zij hoopt te verhuizen.

Door, zonder en na

Een voorzetsel met te + infinitief kan een hele bijzin vervangen. Een voorzetsel is een klein woord als door, met of na. Het onderwerp laat je weg.

WoordBetekenisVoorbeeld
doorzo bereik je ietsDoor elke dag te lezen, leerde ze snel Nederlands.
zonderiets gebeurt nietZonder iets te zeggen, liep hij weg.
naiets is al klaarNa gegeten te hebben, vertrok ze.

Let goed op bij na. De handeling is dan al voorbij. Daarom gebruik je de voltooide vorm: het voltooid deelwoord plus te hebben of te zijn. Kies hetzelfde hulpwerkwoord als in de voltooide tijd.

Voltooide tijdNa ... te
Ik heb de test gemaakt.Na de test gemaakt te hebben, ...
Ik ben op het perron aangekomen.Na op het perron aangekomen te zijn, ...
Ik ben van de fiets gevallen.Na van de fiets gevallen te zijn, ...
Ik heb in de zee gezwommen.Na in de zee gezwommen te hebben, ...

Een zin met een deelwoord

Een beknopte bijzin kan ook met een deelwoord beginnen. Het onvoltooid deelwoord is het hele werkwoord plus -d: lachend, zwaaiend. Het laat zien dat twee dingen tegelijk gebeuren.

  • Lachend om de grap, liep hij de trap op.Hij lacht en hij loopt.
  • Zwaaiend naar de boot, stonden we op de kade.Wij zwaaien en wij staan.

Een voltooid deelwoord laat zien dat iets al gebeurd is: Gewaarschuwd door de buren, belde hij de politie. Soms begint de beknopte bijzin met een bijvoeglijk naamwoord: Bang voor de hond, bleef het kind binnen. Zulke zinnen zijn formeel. Je ziet ze vooral in geschreven teksten.

De valkuil: wie doet het?

Het onderwerp van de beknopte bijzin zie je niet. De lezer neemt daarom het onderwerp van de hoofdzin. Dat onderwerp moet de handeling dus echt kunnen doen. Klopt dat niet? Dan heet het een foutieve beknopte bijzin.

Goed: hetzelfde onderwerp

  • Na uren gereisd te hebben, wilden de gasten alleen nog slapen.
  • Verbaasd over de rekening, vroeg de klant om uitleg.
  • Door hard te oefenen, werd zij een goede pianist.

Fout: het onderwerp klopt niet

  • Na uren gereisd te hebben, was het hotel ver. (Het hotel heeft niet gereisd.)
  • Verbaasd over de rekening, klopte het bedrag niet. (Een bedrag is niet verbaasd.)
  • Door hard te oefenen, klonk de muziek mooier. (Muziek oefent niet.)

Zo los je een foutieve beknopte bijzin op. Maak er een gewone bijzin van, met een eigen onderwerp: Toen ik over straat liep, viel mijn tas. Of verander de hoofdzin, zodat het goede onderwerp erin staat: Lopend over straat liet ik mijn tas vallen.

Oefen: de beknopte bijzin

20 zinnen. Soms kies je tussen om te en te. Soms kies je de goede vorm na door of na. Soms kies je de hoofdzin die past. Na elk antwoord zie je meteen waarom.

Kies wat er op de lege plek hoort.

  1. 1.

    De cijfers blijken ... kloppen.

    dat te · om te · om · te

  2. 2.

    De situatie dreigde ... ontsporen.

    te · om te · dat te · om

  3. 3.

    Lachend om de grap, ...

    liep hij de trap op. · sloeg de klok twaalf uur. · ging de telefoon. · viel de vaas om.

  4. 4.

    Zwaaiend naar de boot, ...

    scheen de zon fel. · was het water kalm. · stonden we op de kade. · voer de boot weg.

  5. 5.

    Na ... op het perron, namen we de eerste trein.

    aankomend · aangekomen te zijn · aan te komen · aangekomen te hebben

  6. 6.

    Zij hoopt volgende maand ... verhuizen.

    om te · om · dat te · te

  7. 7.

    Na de test ..., ging ze opgelucht naar huis.

    makend · gemaakt te zijn · te maken · gemaakt te hebben

  8. 8.

    Bang voor de hond, ...

    was de tuin groot. · stond de deur open. · blafte het hard. · bleef het kind binnen.

  9. 9.

    Door elke dag ..., leerde ze snel Nederlands.

    te hebben gelezen · gelezen te hebben · lezend · te lezen

  10. 10.

    Na uren gereisd te hebben, ...

    kostte de reis veel. · wilden de gasten alleen nog slapen. · was het hotel ver. · lag de bestemming in het zuiden.

  11. 11.

    Het kind begon ... huilen.

    om te · dat te · te · om

  12. 12.

    We hebben een ladder nodig ... het raam te bereiken.

    dat · om · te · -

  13. 13.

    Verbaasd over de rekening, ...

    vroeg de klant om uitleg. · klopte het bedrag niet. · sloot het restaurant. · was het eten duur.

  14. 14.

    Na het hele huis ..., ging hij tevreden zitten.

    geverfd te hebben · te verven · geverfd te zijn · vervend

  15. 15.

    Door geduldig ..., kreeg hij uiteindelijk gelijk.

    gebleven te zijn · te hebben gebleven · te blijven · blijvend

  16. 16.

    Hij is te verlegen ... iets te vragen.

    dat · te · om · -

  17. 17.

    Na ... van de fiets, moest ze naar de huisarts.

    te vallen · vallend · gevallen te zijn · gevallen te hebben

  18. 18.

    Hij rende naar het perron ... de trein te halen.

    om · te · - · dat

  19. 19.

    Door hard te oefenen, ...

    duurde het concert lang. · klonk de muziek mooier. · werd zij een goede pianist. · stond de piano open.

  20. 20.

    Na ... in de zee, lag hij te rillen op het strand.

    gezwommen te hebben · gezwommen te zijn · zwemmend · te zwemmen

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over de beknopte bijzin

Wat is een beknopte bijzin?

Een bijzin zonder eigen onderwerp. Het werkwoord staat in de vorm te + infinitief of is een deelwoord. Voorbeelden: Door hard te werken, slaagde hij. Lachend liep ze weg.

Wat is een foutieve beknopte bijzin?

Een beknopte bijzin waarbij het onderwerp niet klopt. Neem: Lopend over straat viel mijn tas. Dan lijkt het of de tas loopt. Zeg: Lopend over straat liet ik mijn tas vallen.

Is het na gegeten te hebben of na te hebben gegeten?

Allebei zijn goed. De werkwoorden aan het eind mogen in beide volgordes staan. Na gegeten te hebben is wat gewoner.

Komt er een komma na een beknopte bijzin?

Staat de beknopte bijzin vooraan? Dan zet je er meestal een komma achter. Bij een heel korte beknopte bijzin mag de komma weg: Lachend liep hij weg.

Wanneer gebruik je om te en wanneer alleen te?

Om te gebruik je voor een doel: Ik spaar om een huis te kopen. Na werkwoorden als blijken, beginnen en hopen komt alleen te: Het begon te regenen.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.