Naar de inhoud

Grammatica · B2

Zinsbouw: omdat het regende, bleef ik thuis.

In een lange zin gelden dezelfde regels als in een korte. In de bijzin staat het werkwoord achteraan. Staat de bijzin vooraan? Dan begint de hoofdzin met het werkwoord: Omdat het regende, bleef ik thuis. Het werkwoord past altijd bij het echte onderwerp, ook als dat ver weg staat.

7 minuten lezenNaar de 20 vragen

Op A2 leer je de basis van de woordvolgorde. In een hoofdzin staat het werkwoord op plek 2. Na een tijd of plaats vooraan komt eerst het werkwoord: dat heet inversie. In een bijzin staat het werkwoord achteraan. Op B2 komen er geen nieuwe regels bij. Je past dezelfde regels toe in lange zinnen.

Een zin met een hoofdzin en een bijzin heet een samengestelde zin. Hoe langer de zin wordt, hoe makkelijker je een regel vergeet. Op deze pagina lees je de drie plekken waar het vaak misgaat.

De persoonsvorm: het werkwoord dat telt

De regels op deze pagina gaan over de persoonsvorm. Dat is het werkwoord dat bij het onderwerp hoort. Hij laat ook de tijd zien: is, was, heeft, kan. In de hoofdzin staat de persoonsvorm op plek 2. In de bijzin staat hij achteraan.

Soort zinWaar staat de persoonsvorm?Voorbeeld
Hoofdzinop plek 2Hij verhuist volgende week.
Bijzinachteraan... dat hij volgende week verhuist.

Een bijzin vooraan telt als plek 1

Je kunt een zin met de bijzin beginnen. Die hele bijzin telt dan als één plek: plek 1. Het werkwoord van de hoofdzin moet op plek 2. Dus komt het meteen na de komma. Het onderwerp komt daarna.

Goed: eerst het werkwoord

  • Omdat het regende, bleef ik thuis.
  • Toen ik thuiskwam, was het al donker.
  • Als de winkel dicht is, kun je het online bestellen.

Fout: eerst het onderwerp

  • Omdat het regende, ik bleef thuis.
  • Toen ik thuiskwam, het was al donker.
  • Als de winkel dicht is, je kunt het online bestellen.

Dit geldt na elk woord dat een bijzin begint. Denk aan omdat, doordat, als, toen, voordat, hoewel en zodra.

  • Doordat de lift kapot was, moesten we de trap nemen.
  • Voordat de les begon, pakte zij haar boeken.
  • Hoewel het laat was, ging hij door met werken.
  • Zodra ik het weet, bel ik je.

In de bijzin blijft het werkwoord achteraan

Na dat, omdat, als, of en andere voegwoorden gaat de persoonsvorm naar het einde. Dat blijft zo, hoe lang de bijzin ook wordt. Zelfs als er een tweede bijzin in zit.

BijzinVoorbeeld
kort... dat hij verhuist.
langer... dat hij volgende week met zijn gezin naar Utrecht verhuist.
met een tweede bijzin erin... dat de man die naast ons woont volgende week verhuist.
met twee werkwoorden... dat we volgende week eerder kunnen beginnen.
een vraag met ofHij vroeg of ik de deur kon openen.

Het werkwoord past bij het echte onderwerp

In een lange bijzin staat het werkwoord soms ver van het onderwerp. Dan gaat het makkelijk mis met enkelvoud en meervoud. Kijk altijd naar het echte onderwerp. Dat is niet altijd het woord dat vlak voor het werkwoord staat.

BijzinOnderwerpWerkwoord
... dat de eigenaar van die twee winkels veel verdient.de eigenaar (één)verdient
... dat de toeristen in dat oude hotel vaak klagen.de toeristen (meer)klagen
... dat de man die naast ons woont verhuist.de man (één)verhuist
... dat de mensen die in dat huis wonen verhuizen.de mensen (meer)verhuizen

Oefen: lange zinnen bouwen

20 lange zinnen met een hoofdzin en een bijzin. Soms zet je woorden in de goede volgorde. Soms kies je het werkwoord dat bij het onderwerp past. Na elk antwoord zie je meteen waarom.

Maak de zin af met de goede vorm op de goede plek.

  1. 1.

    Ze gelooft dat ___ goed · komt · alles

  2. 2.

    Hij zegt dat de eigenaar van die twee winkels veel ....

    verdienen · verdien · verdiend · verdient

  3. 3.

    Ze zegt dat de toeristen in dat oude hotel vaak ....

    klaag · geklaagd · klagen · klaagt

  4. 4.

    Omdat de wekker niet ging, ___ te laat wakker.word · werd · ik

  5. 5.

    Doordat de lift kapot was, ___ de trap nemen.we · moesten · moeten

  6. 6.

    We merkten dat de ramen aan de voorkant nog open ....

    stond · gestaan · sta · stonden

  7. 7.

    Hij denkt dat we volgende week ___ kan beginnen · kunnen beginnen · eerder

  8. 8.

    Ik weet dat de meisjes uit die klas heel goed ....

    tekenen · teken · getekend · tekent

  9. 9.

    Het spijt me dat ik je ___ gebeld · heb · niet eerder

  10. 10.

    Zij denkt dat de leider van de jongeren morgen ....

    kom · komt · komen · gekomen

  11. 11.

    We wisten niet dat ___ de les · begonnen · al · was

  12. 12.

    Hij vroeg of ___ de deur · kon openen · ik · kan

  13. 13.

    Voordat de les begon, ___ haar boeken alvast.pakt · pakte · zij

  14. 14.

    Als de winkel dicht is, ___ het online bestellen.je · kun

  15. 15.

    Ik hoorde dat de buren met hun kinderen binnenkort ....

    vertrekken · vertrekt · vertrokken · vertrek

  16. 16.

    Ik hoor dat ze het huis vorige maand ___ verkocht · verkochten · hebben

  17. 17.

    Toen ze het cadeau zag, ___ van blijdschap.ze · huilde · huilt

  18. 18.

    Ik denk dat ___ afstuderen · zij · volgende maand · afstudeert

  19. 19.

    Hoewel het laat was, ___ door met werken.ging · gingen · hij

  20. 20.

    Zodra ik het weet, ___ belt · bel · ik · je

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over zinsbouw

Wat is zinsbouw?

Zinsbouw is de manier waarop je een zin opbouwt. Het gaat vooral om de volgorde van de woorden. In lange zinnen let je op de hoofdzin, de bijzin en de plek van het werkwoord.

Wat is een samengestelde zin?

Een zin met meer dan één deel met een eigen werkwoord. Bijvoorbeeld een hoofdzin en een bijzin: Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben.

Waarom zeg je "Omdat het regende, bleef ik thuis"?

De bijzin vooraan telt als plek 1. Het werkwoord van de hoofdzin moet op plek 2. Daarom komt bleef direct na de komma. Pas daarna komt het onderwerp ik.

Waar staat het werkwoord in een lange bijzin?

Achteraan, hoe lang de bijzin ook is. Zijn er twee werkwoorden? Dan staan ze allebei achteraan: dat we volgende week eerder kunnen beginnen.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.