Naar de inhoud

Grammatica · B1

De lijdende vorm: de auto wordt gerepareerd.

In de lijdende vorm gaat het om wat er gebeurt, niet om wie het doet: De auto wordt gerepareerd. Je maakt hem met worden of zijn en een voltooid deelwoord. Nu bezig: wordt. Vroeger: werd. Klaar: is.

7 minuten lezenNaar de 20 vragen

In een gewone zin doet het onderwerp iets: De monteur repareert de auto. Dat heet de bedrijvende vorm. In de lijdende vorm draai je het om. Nu staat de auto voorop: De auto wordt gerepareerd. Wie het doet, hoef je niet meer te noemen.

Een ander woord voor de lijdende vorm is passief. Je ziet hem veel in officiële teksten. Bijvoorbeeld in een brief van de gemeente: Uw aanvraag wordt behandeld. Het gaat dan om wat er gebeurt.

Zo maak je de lijdende vorm

Je hebt twee delen nodig. Een vorm van worden of zijn. Daarnaast een voltooid deelwoord. Een voltooid deelwoord ken je al uit de voltooide tijd: gemaakt, betaald, gerepareerd.

Bedrijvend: wie doet het?

  • De monteur repareert de auto.
  • De gemeente stuurt de brief.

Lijdend: wat gebeurt er?

  • De auto wordt gerepareerd.
  • De brief wordt gestuurd.

Wil je toch zeggen wie het doet? Gebruik dan door: De brief wordt door de gemeente gestuurd. Vaak laat je dat stukje weg. Het is niet belangrijk, of je weet het niet.

Wordt, werd of is?

Het hulpwerkwoord hangt af van de tijd. Een hulpwerkwoord is het werkwoord dat helpt: hier worden of zijn. Kijk ook of het om één ding gaat of om meer dingen.

TijdEén dingMeer dingenVoorbeeld
nu, of altijdwordtwordenDe auto wordt gewassen. De auto's worden gewassen.
vroegerwerdwerdenDe auto werd gisteren gewassen. De auto's werden gewassen.
klaariszijnDe auto is al gewassen. De auto's zijn gewassen.

Kijk naar de woorden in de zin. Ze geven vaak een hint. Bij nu, op dit moment of elke dag past wordt of worden. Bij gisteren of vorige week past werd of werden. Bij al, net of inmiddels past is of zijn.

Worden of zijn: bezig of klaar?

Dit vinden de meeste mensen het moeilijkst. Met worden is iemand nog bezig. Met zijn is het klaar. Je ziet dan het resultaat.

Nog bezig: worden

  • De deur wordt geverfd. Iemand staat er nu met een kwast.
  • De brief wordt verstuurd. Hij gaat nu weg.

Klaar: zijn

  • De deur is geverfd. De verf zit erop.
  • De brief is verstuurd. Hij is weg.

Werd of is bij iets van vroeger?

Gaat het over een moment in het verleden? Dan zijn vaak twee vormen goed. De fabriek werd in 2000 gesloten. De fabriek is in 2000 gesloten. Allebei zijn goed Nederlands.

Met werd vertel je wat er toen gebeurde. Met is zeg je vooral dat het klaar is. In de oefening hieronder zie je steeds een tijdwoord. Staat er gisteren of vorige week? Kies dan werd of werden.

Waar staan de werkwoorden?

  • In een gewone zin staat het hulpwerkwoord op plek 2. Het voltooid deelwoord staat achteraan: De straat wordt vandaag schoongemaakt.
  • In een bijzin staan ze allebei achteraan: Ik weet dat de straat vandaag wordt schoongemaakt.

Oefen: kies wordt, werd of is

20 zinnen in de lijdende vorm. Kies steeds uit dezelfde zes vormen. Let op twee dingen: de tijd en één of meer. Na elk antwoord zie je meteen waarom.

Kies de vorm die past.

  1. 1.

    De badkamer ... nu schoongemaakt.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  2. 2.

    De kopjes ... al afgewassen.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  3. 3.

    De fabriek ... in 2000 gesloten.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  4. 4.

    De pakketten ... op dit moment gesorteerd.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  5. 5.

    De brief ... net verstuurd.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  6. 6.

    De ramen ... vorige week vervangen.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  7. 7.

    Het dak ... momenteel gerepareerd.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  8. 8.

    De spullen ... al ingepakt.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  9. 9.

    De man ... gisteren geopereerd.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  10. 10.

    De maaltijden ... dagelijks bezorgd.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  11. 11.

    De auto ... al gewassen; hij blinkt.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  12. 12.

    De cadeaus ... vorig jaar uitgedeeld.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  13. 13.

    De brief ... nu door de secretaresse getypt.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  14. 14.

    De vragen ... inmiddels allemaal beantwoord.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  15. 15.

    De winkel ... vorige maand verbouwd.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  16. 16.

    De kaarten ... altijd online verkocht.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  17. 17.

    De muur ... net geverfd; raak hem niet aan.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  18. 18.

    De stoelen ... na afloop weggezet.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  19. 19.

    De tuin ... op dit moment gesproeid.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

  20. 20.

    De foto's ... al afgedrukt.

    wordt · werd · is · worden · werden · zijn

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over de lijdende vorm

Wat is de lijdende vorm?

In de lijdende vorm gaat het om wat er gebeurt, niet om wie het doet. Je maakt hem met worden of zijn en een voltooid deelwoord: De auto wordt gerepareerd.

Wat is het verschil tussen passief en actief?

Passief is een ander woord voor de lijdende vorm. Actief betekent: het onderwerp doet iets. Actief: De monteur repareert de auto. Passief: De auto wordt gerepareerd.

Wanneer gebruik je worden en wanneer zijn?

Met worden is iemand nog bezig: De deur wordt geverfd. Met zijn is het klaar: De deur is geverfd. Voor het verleden gebruik je werd of werden.

Is het is gemaakt of is gemaakt geworden?

Het is gewoon: is gemaakt. In de lijdende vorm met is of zijn laat je geworden weg.

Hoe zeg je wie het doet in de lijdende vorm?

Met door: De brief wordt door de gemeente gestuurd. Vaak laat je het weg, omdat het niet belangrijk is.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.