Naar de inhoud

Grammatica · A2

Meervoud: -en of -s?

De meeste woorden krijgen in het meervoud -en: boek, boeken. Woorden op -el, -er, -en en -em krijgen -s: tafel, tafels. Eindigt een woord op a, o, u, i of y? Dan schrijf je 's: auto's. Twijfel je? Kies dan -en.

6 minuten lezenNaar de 20 vragen

Het meervoud gebruik je als het over meer dan één gaat: één boek, twee boeken. In het Nederlands maak je het meervoud bijna altijd met -en of met -s. Soms verandert daarbij ook de spelling van het woord.

De hoofdregel: -en of -s

Ongeveer drie van de vier woorden krijgen -en. Dat is dus de beste gok. Voor -s zijn duidelijke regels.

Met -en

  • De meeste woorden: boek, boeken. Bord, borden. Deur, deuren.
  • Woorden van één lettergreep: hand, handen. Fiets, fietsen.
  • Twijfel je? Kies -en.

Met -s

  • Woorden op -el, -er, -en en -em: tafel, tafels. Vader, vaders. Keuken, keukens.
  • Verkleinwoorden: koekje, koekjes. Meisje, meisjes.
  • Woorden op a, o, u, i of y krijgen 's: auto's, foto's, menu's.

De spelling verandert soms

Bij -en verandert de spelling soms een beetje. Dat zijn gewone spellingregels. Ze zorgen ervoor dat je het woord goed uitspreekt.

Spellingregels bij -en
RegelEnkelvoudMeervoud
Korte klank: medeklinker dubbelbal, kat, bedballen, katten, bedden
Lange klank: één klinker minderraam, boom, muurramen, bomen, muren
f wordt vbrief, wolfbrieven, wolven
s wordt zhuis, prijs, reishuizen, prijzen, reizen

De f en de s worden een v en een z na een lange klank. Na ou blijft de s meestal een s: kous, kousen. Ook na een korte klank blijft het een f of s: kus, kussen.

Woorden die anders gaan

Een klein groepje gewone woorden volgt de regels niet. Die leer je uit je hoofd. Een paar krijgen -eren. Bij andere wordt de korte klank lang.

Uitzonderingen
EnkelvoudMeervoud
het kindde kinderen
het eide eieren
het bladde bladeren (van een boom) of de bladen (papier)
het kalfde kalveren
de stadde steden
het schipde schepen
de wegde wegen
de dagde dagen
het glasde glazen

Oefen: schrijf het meervoud

20 woorden. Typ bij elk woord het meervoud. Je hoeft geen lidwoord te typen. Na elk antwoord zie je meteen welke regel geldt.

Schrijf het meervoud van dit woord.

  1. 1.

    dorp

  2. 2.

    mantel

  3. 3.

    bal

  4. 4.

    paal

  5. 5.

    menu

  6. 6.

    kus

  7. 7.

    wolf

  8. 8.

    prijs

  9. 9.

    blad

  10. 10.

    kalf

  11. 11.

    schilder

  12. 12.

    kabel

  13. 13.

    reis

  14. 14.

    schip

  15. 15.

    pizza

  16. 16.

    vis

  17. 17.

    kelner

  18. 18.

    week

  19. 19.

    kous

  20. 20.

    weg

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over het meervoud

Wanneer is het meervoud met -s?

Bij woorden op -el, -er, -en en -em: tafels, vaders, keukens. Ook bij verkleinwoorden: meisjes. Woorden op a, o, u, i of y krijgen 's: auto's.

Waarom is het katten met twee t's?

Kat heeft een korte a. Om die korte klank te houden, schrijf je de t dubbel: katten. Zonder dubbele t lees je "katen", met een lange a.

Waarom wordt huis huizen?

Na een lange klank wordt de s in het meervoud vaak een z. Zo ook prijs, prijzen en reis, reizen. Bij een f gebeurt hetzelfde: brief, brieven.

Welk lidwoord heeft het meervoud?

Altijd de. Ook als het woord in het enkelvoud een het-woord is: het kind, de kinderen.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.