Het meervoud gebruik je als het over meer dan één gaat: één boek, twee boeken. In het Nederlands maak je het meervoud bijna altijd met -en of met -s. Soms verandert daarbij ook de spelling van het woord.
De hoofdregel: -en of -s
Ongeveer drie van de vier woorden krijgen -en. Dat is dus de beste gok. Voor -s zijn duidelijke regels.
Met -en
- De meeste woorden: boek, boeken. Bord, borden. Deur, deuren.
- Woorden van één lettergreep: hand, handen. Fiets, fietsen.
- Twijfel je? Kies -en.
Met -s
- Woorden op -el, -er, -en en -em: tafel, tafels. Vader, vaders. Keuken, keukens.
- Verkleinwoorden: koekje, koekjes. Meisje, meisjes.
- Woorden op a, o, u, i of y krijgen 's: auto's, foto's, menu's.
De spelling verandert soms
Bij -en verandert de spelling soms een beetje. Dat zijn gewone spellingregels. Ze zorgen ervoor dat je het woord goed uitspreekt.
| Regel | Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|---|
| Korte klank: medeklinker dubbel | bal, kat, bed | ballen, katten, bedden |
| Lange klank: één klinker minder | raam, boom, muur | ramen, bomen, muren |
| f wordt v | brief, wolf | brieven, wolven |
| s wordt z | huis, prijs, reis | huizen, prijzen, reizen |
De f en de s worden een v en een z na een lange klank. Na ou blijft de s meestal een s: kous, kousen. Ook na een korte klank blijft het een f of s: kus, kussen.
Woorden die anders gaan
Een klein groepje gewone woorden volgt de regels niet. Die leer je uit je hoofd. Een paar krijgen -eren. Bij andere wordt de korte klank lang.
| Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|
| het kind | de kinderen |
| het ei | de eieren |
| het blad | de bladeren (van een boom) of de bladen (papier) |
| het kalf | de kalveren |
| de stad | de steden |
| het schip | de schepen |
| de weg | de wegen |
| de dag | de dagen |
| het glas | de glazen |