Naar de inhoud

Grammatica · A2

Scheidbare werkwoorden: ik bel je op.

Een scheidbaar werkwoord heeft twee delen: op + bellen wordt opbellen. In een gewone zin of een vraag gaat het eerste deel naar het eind: Ik bel mijn moeder op. Met een tweede werkwoord of in een bijzin blijft het werkwoord heel: Ik wil mijn moeder opbellen.

6 minuten lezenNaar de 20 vragen

Veel Nederlandse werkwoorden hebben een klein woordje vooraan: opbellen, meenemen, uitgaan. Dat woordje heet een voorvoegsel. Bij deze werkwoorden kan het voorvoegsel loskomen van de rest. Daarom heten ze scheidbaar.

Is een werkwoord scheidbaar?

Zeg het werkwoord hardop. Let op de klemtoon: het deel van het woord dat je het hardst zegt. Ligt de klemtoon op het voorvoegsel? Dan is het werkwoord scheidbaar. Be-, ver-, ont-, ge- en her- gaan nooit los.

Scheidbaar: klemtoon vooraan

  • opbellen, aankomen, meenemen
  • uitgaan, afspreken, opstaan
  • invullen, terugkomen, voorstellen

Niet scheidbaar: klemtoon verderop

  • betalen, vergeten, ontmoeten
  • gebruiken, herhalen
  • Deze blijven altijd heel: Ik betaal de rekening.

Los: in een gewone zin en in een vraag

In een gewone zin staat het werkwoord op plek 2. Het voorvoegsel gaat dan naar het eind van de zin. Bij een vraag werkt het net zo.

WerkwoordZin
opbellenMijn zus belt de bank op.
opstaanHij staat om zeven uur op.
meenemenWij nemen ons paspoort mee.
aankomenWanneer komt de trein aan?
opruimenRuim jij je bureau op?

Heel: met een tweede werkwoord

Staat er een werkwoord als willen, kunnen, moeten, mogen of gaan op plek 2? Dan staat het scheidbare werkwoord heel aan het eind. Je schrijft het als één woord: opbellen, meenemen.

  • Ik wil mijn moeder opbellen.
  • Wij moeten warme kleren meenemen.
  • Mag ik u een koffie aanbieden?
  • Ik ga morgen vroeg opstaan.

In de voltooide tijd blijft het werkwoord ook heel. Het stukje ge- komt dan in het midden: Ik heb mijn moeder opgebeld.

Heel: in een bijzin

Een bijzin is een deel van de zin dat begint met een woord als omdat, als of dat. In een bijzin staat het werkwoord achteraan. Een scheidbaar werkwoord blijft daar heel. Het past zich wel aan bij het onderwerp.

OnderwerpVoorbeeld
ik... omdat ik mijn moeder opbel.
hij, zij, het... omdat het vliegtuig om tien uur aankomt.
wij, jullie, zij... als wij morgen iets afspreken.

Oefen: scheidbare werkwoorden

20 zinnen. Kies wat er op de lege plek hoort. Soms zijn er twee lege plekken. Een streepje (-) betekent dat er op die plek niets komt. Na elk antwoord zie je meteen waarom.

Kies wat er op de lege plek hoort.

  1. 1.

    Mijn zus belt de bank ....

    op · aan · mee · uit

  2. 2.

    Wij moeten warme kleren ....

    nemen mee · mee nemen · meenemen · meegenomen

  3. 3.

    Wanneer ... u morgen ...?

    opstaat ... - · opstaa ... - · sta ... op · staat ... op

  4. 4.

    Ik ben nerveus omdat het vliegtuig over een uur ....

    komt aan · aankomen · aangekomen · aankomt

  5. 5.

    Mijn collega's ... tegenwoordig elke vrijdag uit.

    gaat · gaan · ga · gingen

  6. 6.

    Kun jij naar de vergadering ...?

    mee gaan · meegegaan · meegaan · gaat mee

  7. 7.

    Ik heb stress omdat wij voor morgen nog niet ....

    afgesproken · afspreek · spreken af · afspreken

  8. 8.

    ... jij je bureau ...?

    opruimt ... - · ruimt ... op · ruim ... op · opruim ... -

  9. 9.

    Jij moet het adres ....

    zoek op · op zoeken · opgezocht · opzoeken

  10. 10.

    Wanneer komt de hond van het park ...?

    terug · op · aan · mee

  11. 11.

    Mijn baas ... mij nu voor in de vergadering.

    stelt · stelde · stelen · stel

  12. 12.

    Ik begrijp de les vandaag niet omdat de leraar het niet duidelijk ....

    legt uit · uitlegt · uitleg · uitleggen

  13. 13.

    Ik wil het formulier meteen ....

    vul in · invullen · in vullen · ingevuld

  14. 14.

    Jij ... nu de juiste vakjes aan.

    kruisen · kruiste · kruist · kruis

  15. 15.

    Mag ik u een koffie ...?

    aangeboden · aan bieden · aanbieden · bied aan

  16. 16.

    Ik ben nu altijd verdrietig als mijn vriend ....

    weggaan · wegging · gaat weg · weggaat

  17. 17.

    ... jij met het werk ...?

    ga ... door · gaat ... door · doorga ... - · doorgaat ... -

  18. 18.

    Mijn moeder nodigt de buren voor het eten ....

    mee · uit · aan · op

  19. 19.

    Ik kan het huiswerk morgen ....

    af maken · afmaken · maak af · afgemaakt

  20. 20.

    Ik ben vandaag moe omdat ik te veel mensen ....

    opbellen · bel op · opbelde · opbel

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over scheidbare werkwoorden

Wat is een scheidbaar werkwoord?

Een werkwoord met een voorvoegsel dat los kan komen, zoals opbellen of meenemen. In een gewone zin staat het voorvoegsel aan het eind: Ik neem mijn paspoort mee.

Hoe weet je of een werkwoord scheidbaar is?

Zeg het hardop. Ligt de klemtoon op het eerste deel, zoals bij OPbellen? Dan is het scheidbaar. Bij be-, ver-, ont-, ge- en her- ligt de klemtoon verderop. Die werkwoorden blijven altijd heel.

Wanneer blijft een scheidbaar werkwoord heel?

Als er een tweede werkwoord in de zin staat, zoals willen of moeten: Ik wil je opbellen. Ook in een bijzin na omdat, als of dat: ... omdat ik je opbel. Ook in de voltooide tijd: ik heb je opgebeld.

Schrijf je opbellen aan elkaar of los?

Staat het werkwoord heel aan het eind? Dan schrijf je het aan elkaar: opbellen, opgebeld. Staan er andere woorden tussen? Dan staan de delen los: Ik bel je op.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.