Naar de inhoud

Grammatica · A2

Trappen van vergelijking: groot, groter, grootst.

Een bijvoeglijk naamwoord heeft drie trappen: groot, groter, grootst. Vergelijk je twee dingen? Zet er dan -er achter en gebruik dan: groter dan. Is iets het meest van allemaal? Zet er dan -st achter: het grootst.

6 minuten lezenNaar de 20 vragen

Met de trappen van vergelijking vergelijk je mensen en dingen. Je gebruikt ze bij een bijvoeglijk naamwoord. Dat is een woord dat zegt hoe iets is: groot, duur, mooi. Zo'n woord heeft drie vormen. Zie ze als drie treden van een trap.

De drie trappen

De eerste trap is het gewone woord. Dat heet de stellende trap: groot. De tweede trap krijgt -er. Dat is de vergrotende trap: groter. De derde trap krijgt -st. Dat is de overtreffende trap: grootst.

De drie trappen
Stellende trapVergrotende trapOvertreffende trap
grootgrotergrootst
kleinkleinerkleinst
snelsnellersnelst
mooimooiermooist
langlangerlangst

Twee dingen vergelijken: dan of als?

Is het ene groter dan het andere? Dan gebruik je de vergrotende trap met dan. Zijn ze allebei even groot? Dan gebruik je even of zo met als. Daartussen staat het gewone woord, zonder -er.

Niet gelijk: -er + dan

  • De trein is sneller dan de bus.
  • Mijn broer is ouder dan ik.
  • Ook na beter, meer, minder en liever: Ik drink liever thee dan koffie.

Gelijk: even ... als

  • De trein is even snel als de bus.
  • Mijn broer is even oud als ik.
  • Zo kan ook: Hij is zo groot als zijn vader.

De spelling verandert soms

Voor -er gelden dezelfde spellingregels als bij het meervoud. Bij -st blijft het woord meestal zoals het is: groot, grootst. Er zijn ook twee kleine regels voor de r en de s.

Spellingregels
RegelStellendVergrotendOvertreffend
Lange klank: één klinker minder voor -ergrootgrotergrootst
Lange klank: één klinker minder voor -ergoedkoopgoedkopergoedkoopst
Korte klank: medeklinker dubbel voor -erdikdikkerdikst
Korte klank: medeklinker dubbel voor -ernatnatternatst
Eindigt op een r: -derduurduurderduurst
Eindigt op een r: -derlekkerlekkerderlekkerst
s wordt z voor -er, f wordt vboosbozerboost
s wordt z voor -er, f wordt vbraafbraverbraafst

Eindigt het woord al op een s? Dan komt er bij de overtreffende trap alleen een -t bij: boos, boost. Vies, viest. Zo schrijf je nooit -sst.

Vier woorden die anders gaan

Een paar heel gewone woorden volgen de regels niet. Je hoort ze elke dag. Leer ze daarom uit je hoofd.

Onregelmatig
StellendVergrotendOvertreffend
goedbeterbest
veelmeermeest
weinigminderminst
graaglieverliefst

Graag, liever, liefst

  • Ik drink graag thee.Je vindt thee lekker.
  • Ik drink liever koffie.Koffie vind je lekkerder dan thee.
  • Ik drink het liefst water.Water vind je het lekkerst van alles.

De overtreffende trap in een zin

Staat de overtreffende trap voor een zelfstandig naamwoord? Dan krijgt hij de of het en een -e: de mooiste dag. Staat hij na een werkwoord zoals is? Dan zeg je het en geen -e: Deze auto is het snelst.

Waar?VormVoorbeeld
Voor een zelfstandig naamwoordde of het + -steDit is de mooiste dag van het jaar.
Na een werkwoordhet + -stIn januari is het het koudst.

Oefen: de trappen van vergelijking

20 vragen. Eerst maak je een trap af: kies de vorm die ontbreekt. Daarna kies je het goede woord in een zin. Na elk antwoord zie je meteen waarom.

Kies wat er op de lege plek hoort.

  1. 1.

    lang · ___ · langst

    langder · langst · langer · lang

  2. 2.

    goedkoop · ___ · goedkoopst

    goedkoper · goedkooper · goedkoop · goedkoopst

  3. 3.

    lang · langer · ___

    langster · langste · langer · langst

  4. 4.

    goedkoop · goedkoper · ___

    goedkoper · goedkoopst · goedkoopste · goedkoopster

  5. 5.

    mooi · mooier · ___

    mooister · mooist · mooier · mooiste

  6. 6.

    puur · ___ · puurst

    puurer · puur · puurder · puurst

  7. 7.

    boos · bozer · ___

    boost · boosst · booste · boosste

  8. 8.

    nat · ___ · natst

    natst · nater · nat · natter

  9. 9.

    goed · ___ · best

    best · gooder · beter · goedst

  10. 10.

    veel · meer · ___

    meest · veelst · meeste · meerst

  11. 11.

    weinig · ___ · minst

    minste · minst · minder · weiniger

  12. 12.

    graag · liever · ___

    liefst · graagst · lieverst · liefste

  13. 13.

    Mijn huis is ... dan jouw huis.

    klein · kleiner · kleinder · kleinst

  14. 14.

    Mijn vriend is even oud ... ik.

    dat · dan · als · wel

  15. 15.

    Mijn zus is jonger ... ik.

    dan · als · wel · dat

  16. 16.

    Deze pizza is lekkerder ... gisteren.

    als · dan · dan dat · wel

  17. 17.

    Dit is de ... dag van het jaar.

    mooier · mooister · mooiste · mooist

  18. 18.

    Het is het ... in januari.

    koudst · kouder · koudster · koudste

  19. 19.

    Mijn resultaten zijn dit jaar ... dan vorig jaar.

    beste · beter · goedst · best

  20. 20.

    Ik drink ... koffie dan mijn collega.

    minst · min · weiniger · minder

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over de trappen van vergelijking

Wat zijn de trappen van vergelijking?

De drie vormen van een bijvoeglijk naamwoord: de stellende trap (groot), de vergrotende trap (groter) en de overtreffende trap (grootst). Je gebruikt ze om te vergelijken.

Wat is de vergrotende trap?

De vorm met -er: groter, mooier, sneller. Je gebruikt hem als je twee dingen vergelijkt. Daarna komt dan: De trein is sneller dan de bus.

Wat is de overtreffende trap?

De vorm met -st: grootst, mooist, snelst. Je gebruikt hem als iets het meest is van allemaal. Voor een zelfstandig naamwoord krijgt hij een -e: de mooiste dag.

Is het groter dan of groter als?

Groter dan. Na de vergrotende trap komt altijd dan. Als gebruik je als twee dingen gelijk zijn: even groot als.

Wat is de overtreffende trap van goed?

Best. Goed is onregelmatig: goed, beter, best. Hetzelfde geldt voor veel (meer, meest), weinig (minder, minst) en graag (liever, liefst).

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.