Met de trappen van vergelijking vergelijk je mensen en dingen. Je gebruikt ze bij een bijvoeglijk naamwoord. Dat is een woord dat zegt hoe iets is: groot, duur, mooi. Zo'n woord heeft drie vormen. Zie ze als drie treden van een trap.
De drie trappen
De eerste trap is het gewone woord. Dat heet de stellende trap: groot. De tweede trap krijgt -er. Dat is de vergrotende trap: groter. De derde trap krijgt -st. Dat is de overtreffende trap: grootst.
| Stellende trap | Vergrotende trap | Overtreffende trap |
|---|---|---|
| groot | groter | grootst |
| klein | kleiner | kleinst |
| snel | sneller | snelst |
| mooi | mooier | mooist |
| lang | langer | langst |
Twee dingen vergelijken: dan of als?
Is het ene groter dan het andere? Dan gebruik je de vergrotende trap met dan. Zijn ze allebei even groot? Dan gebruik je even of zo met als. Daartussen staat het gewone woord, zonder -er.
Niet gelijk: -er + dan
- De trein is sneller dan de bus.
- Mijn broer is ouder dan ik.
- Ook na beter, meer, minder en liever: Ik drink liever thee dan koffie.
Gelijk: even ... als
- De trein is even snel als de bus.
- Mijn broer is even oud als ik.
- Zo kan ook: Hij is zo groot als zijn vader.
De spelling verandert soms
Voor -er gelden dezelfde spellingregels als bij het meervoud. Bij -st blijft het woord meestal zoals het is: groot, grootst. Er zijn ook twee kleine regels voor de r en de s.
| Regel | Stellend | Vergrotend | Overtreffend |
|---|---|---|---|
| Lange klank: één klinker minder voor -er | groot | groter | grootst |
| Lange klank: één klinker minder voor -er | goedkoop | goedkoper | goedkoopst |
| Korte klank: medeklinker dubbel voor -er | dik | dikker | dikst |
| Korte klank: medeklinker dubbel voor -er | nat | natter | natst |
| Eindigt op een r: -der | duur | duurder | duurst |
| Eindigt op een r: -der | lekker | lekkerder | lekkerst |
| s wordt z voor -er, f wordt v | boos | bozer | boost |
| s wordt z voor -er, f wordt v | braaf | braver | braafst |
Eindigt het woord al op een s? Dan komt er bij de overtreffende trap alleen een -t bij: boos, boost. Vies, viest. Zo schrijf je nooit -sst.
Vier woorden die anders gaan
Een paar heel gewone woorden volgen de regels niet. Je hoort ze elke dag. Leer ze daarom uit je hoofd.
| Stellend | Vergrotend | Overtreffend |
|---|---|---|
| goed | beter | best |
| veel | meer | meest |
| weinig | minder | minst |
| graag | liever | liefst |
Graag, liever, liefst
- Ik drink graag thee.Je vindt thee lekker.
- Ik drink liever koffie.Koffie vind je lekkerder dan thee.
- Ik drink het liefst water.Water vind je het lekkerst van alles.
De overtreffende trap in een zin
Staat de overtreffende trap voor een zelfstandig naamwoord? Dan krijgt hij de of het en een -e: de mooiste dag. Staat hij na een werkwoord zoals is? Dan zeg je het en geen -e: Deze auto is het snelst.
| Waar? | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Voor een zelfstandig naamwoord | de of het + -ste | Dit is de mooiste dag van het jaar. |
| Na een werkwoord | het + -st | In januari is het het koudst. |