Naar de inhoud

Woordenschat · A2

Gezondheid en de huisarts.

Ben je ziek? Dan bel je de huisarts of ga je naar de apotheek. Hier leer je de woorden die je daar hoort. Denk aan de afspraak, het recept en de koorts.

Oefen met flashcards

Je ziet een Nederlands woord. Weet je wat het betekent? Draai de kaart om en kijk of je het goed had. Daarna kies je: ken ik, of nog niet.

Kaart 1 van 480

Alle woorden van dit thema

Een zelfstandig naamwoord leer je altijd met de of het erbij. Dat heb je nodig om goede zinnen te maken.

  1. de gezondheidthe health

    Een goede gezondheid is heel belangrijk.

  2. de huisartsthe GP / family doctor

    Ik bel de huisarts voor een afspraak.

  3. de dokterthe doctor

    De dokter onderzoekt mij.

  4. de assistentthe assistant

    Ik praat met de assistent aan de telefoon.

  5. de tandartsthe dentist

    Ik ga elk jaar naar de tandarts.

  6. de apotheekthe pharmacy

    Ik haal medicijnen bij de apotheek.

  7. het ziekenhuisthe hospital

    Het ziekenhuis is in de stad.

  8. de afspraakthe appointment

    Ik heb een afspraak om 10.00.

  9. het spreekuurthe consultation hour

    Het spreekuur van de huisarts is in de ochtend.

  10. de wachtkamerthe waiting room

    U kunt even in de wachtkamer gaan zitten.

  11. het onderzoekthe examination

    De dokter doet eerst een kort onderzoek.

  12. de klachtthe complaint

    Wat is uw klacht vandaag?

  13. de pijnthe pain

    Heeft u veel pijn?

  14. de hoofdpijnthe headache

    Ik heb hoofdpijn en wil graag een pijnstiller.

  15. de buikpijnthe stomach ache

    Mijn dochter heeft buikpijn na het eten.

  16. de keelpijnthe sore throat

    Ik heb keelpijn en kan moeilijk slikken.

  17. de rugpijnthe back pain

    Door het zware werk heb ik veel rugpijn.

  18. de koortsthe fever

    Mijn lichaam is warm, ik heb koorts.

  19. de griepthe flu

    Ik heb de griep, dus ik blijf vandaag in bed.

  20. verkoudenhaving a cold

    Ik ben verkouden en ik hoest.

  21. hoestento cough

    Ik moet veel hoesten en heb keelpijn.

  22. misselijknauseous

    Ik voel me misselijk en wil niet eten.

  23. duizeligdizzy

    Als ik te snel opsta, word ik duizelig.

  24. allergischallergic

    Ik ben allergisch voor pinda's, dus dat kan ik niet eten.

  25. de allergiethe allergy

    Vertel de dokter over je allergie voor medicijnen.

  26. de bloeddrukthe blood pressure

    De huisarts meet eerst mijn bloeddruk.

  27. het receptthe prescription

    De dokter geeft een recept voor pillen.

  28. het medicijnthe medicine

    Ik haal mijn medicijn op.

  29. de tabletthe tablet

    Neem twee keer per dag een tablet in.

  30. de pijnstillerthe painkiller

    Neem een pijnstiller als je veel pijn hebt.

  31. de pleisterthe plaster

    Ik doe een pleister op mijn vinger.

  32. de verzekeringthe insurance

    Ik heb een Nederlandse verzekering.

  33. rustento rest

    De dokter zegt dat ik een paar dagen moet rusten.

  34. beterbetter / recovered

    Ik voel me vandaag weer beter.

  35. de patiëntthe patient

    De patiënt wacht in de wachtkamer op de dokter.

  36. de behandelingthe treatment

    De behandeling bij de tandarts deed geen pijn.

  37. de operatiethe operation

    De operatie aan zijn knie duurde twee uur.

  38. de vaccinatiethe vaccination

    Mijn baby krijgt volgende week een vaccinatie.

  39. zwangerpregnant

    Mijn vrouw is zwanger van ons tweede kind.

  40. de geboortethe birth

    Na de geboorte mocht de moeder snel naar huis.

  41. de spoedthe urgency / emergency

    Bij spoed bel je 112.

  42. de eerste hulpthe first aid

    Hij gaf eerste hulp totdat de ambulance kwam.

  43. de spoedeisende hulpthe emergency department

    We gingen met de gewonde man naar de spoedeisende hulp.

  44. de ambulancethe ambulance

    Bel snel een ambulance, hij is gevallen.

  45. het ongelukthe accident

    Er is een ongeluk gebeurd op de snelweg.

  46. gewondinjured

    De man is gewond na het ongeluk op straat.

  47. de wondthe wound

    De dokter maakt de wond schoon en doet er een pleister op.

  48. het bloedthe blood

    Er zit bloed op de wond aan zijn arm.

Handige zinnen bij de huisarts

Bel je de huisarts? Dan vraagt de assistent eerst wat er aan de hand is. Deze zinnen helpen je.

Ik wil graag een afspraak maken.
als je belt
Ik heb al drie dagen koorts.
zeg hoe lang je klachten al duren
Ik ben allergisch voor penicilline.
zeg dit altijd
Hoe vaak moet ik dit innemen?
bij een medicijn
Inburgerings
cursus.nl

Meer woorden leren met Inburgeringscursus.nl

Deze woorden komen uit de woordtrainer van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Op deze site oefen je per thema. In de cursus oefen je alle woorden, van A2 tot B2.

  • Ruim 3.000 woorden, met uitspraak bij elk woord en elke zin.
  • Elk woord komt terug op het moment dat je het bijna vergeet.
  • Je ziet welke woorden je nog lastig vindt.

De cursus is betaald. De woordenlijsten op deze site blijven gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.