Naar de inhoud

Woordenschat · A2

Kleuren en vormen in het Nederlands.

Met kleuren en een paar gewone woorden kun je bijna alles beschrijven. Denk aan een jas, een auto of een huis. Hier leer je de kleuren, drie vormen en woorden als groot, klein, oud en nieuw.

Oefen met flashcards

Je ziet een Nederlands woord. Weet je wat het betekent? Draai de kaart om en kijk of je het goed had. Daarna kies je: ken ik, of nog niet.

Kaart 1 van 250

Alle woorden van dit thema

Een zelfstandig naamwoord leer je altijd met de of het erbij. Dat heb je nodig om goede zinnen te maken.

  1. roodred

    De appel is rood.

  2. blauwblue

    De lucht is blauw.

  3. geelyellow

    De zon is geel.

  4. groengreen

    Gras is groen.

  5. zwartblack

    De nacht is zwart.

  6. witwhite

    Sneeuw is wit.

  7. oranjeorange

    De koning draagt oranje.

  8. bruinbrown

    Ik wil graag een bruin brood.

  9. rozepink

    Mijn dochter heeft een roze jas.

  10. paarspurple

    De bloemen in de tuin zijn paars.

  11. grijsgrey

    Vandaag is de lucht grijs.

  12. de cirkelthe circle

    Teken een cirkel om het juiste antwoord.

  13. het vierkantthe square

    Het raam heeft de vorm van een vierkant.

  14. de lijnthe line

    Zet je handtekening op de lijn.

  15. grootbig

    De olifant is groot.

  16. kleinsmall

    De muis is klein.

  17. nieuwnew

    Mijn auto is nieuw.

  18. oudold

    Het boek is oud.

  19. mooibeautiful / nice

    De bloem is mooi.

  20. slechtbad

    Dit is slecht.

  21. warmwarm / hot

    De zon is warm.

  22. koudcold

    IJs is koud.

  23. openopen

    De deur is open.

  24. dichtclosed

    De winkel is dicht.

  25. zwaarheavy

    Deze tas is te zwaar voor mij.

Rood of rode?

Staat de kleur voor een zelfstandig naamwoord? Dan krijgt hij meestal een -e. Bij een het-woord met een of geen ervoor krijgt hij geen -e.

Staat de kleur achter het werkwoord? Dan krijgt hij nooit een -e.

de rode jas
de-woord: met -e
het rode huis
het-woord met het: met -e
een rood huis
het-woord met een: zonder -e
De jas is rood.
achter het werkwoord: zonder -e
Inburgerings
cursus.nl

Meer woorden leren met Inburgeringscursus.nl

Deze woorden komen uit de woordtrainer van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Op deze site oefen je per thema. In de cursus oefen je alle woorden, van A2 tot B2.

  • Ruim 3.000 woorden, met uitspraak bij elk woord en elke zin.
  • Elk woord komt terug op het moment dat je het bijna vergeet.
  • Je ziet welke woorden je nog lastig vindt.

De cursus is betaald. De woordenlijsten op deze site blijven gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.