Naar de inhoud

Grammatica · A2

Bezittelijk voornaamwoord: mijn, jouw, ons of onze.

Een bezittelijk voornaamwoord zegt van wie iets is: mijn fiets, haar tas. Bijna alle vormen veranderen nooit. Alleen bij wij moet je kiezen: ons voor een het-woord, onze voor een de-woord of een meervoud. In een formele brief schrijf je uw.

5 minuten lezenNaar de 20 vragen

Een bezittelijk voornaamwoord is een woord dat zegt van wie iets is. Het staat voor het zelfstandig naamwoord: mijn huis, jouw jas, hun kinderen. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, een ding of een idee.

Alle bezittelijke voornaamwoorden

Kijk eerst wie de eigenaar is. Dan kies je de vorm uit de tabel. De meeste vormen zijn altijd hetzelfde, welk woord er ook achter staat.

Van wie is het?
EigenaarBezittelijk voornaamwoordVoorbeeld
ikmijnmijn naam, mijn paspoort
jijjouw / jejouw telefoon, je boek
uuwuw formulier, uw handtekening
hij of hetzijnzijn vader, zijn werk
zij (een vrouw)haarhaar auto, haar dochter
wijons / onzeons huis, onze straat
julliejulliejullie hond, jullie kinderen
zij (meer mensen)hunhun tuin, hun adres

Ons of onze?

Alleen bij wij verandert de vorm. Het hangt af van het lidwoord van het woord erachter. Staat er een het-woord achter? Dan zeg je ons. Bij een de-woord zeg je onze. Het meervoud is altijd een de-woord. Daarom is het in het meervoud ook onze.

Soort woordVormVoorbeeld
het-woord (één)onshet huis: ons huis
de-woord (één)onzede auto: onze auto
meervoudonzede kinderen: onze kinderen

Jouw, je of uw?

Tegen iemand die je goed kent, zeg je jouw of je. Ze betekenen hetzelfde. In gewone zinnen zeg je meestal je: Heb je je jas bij je? Jouw gebruik je als je nadruk wilt: Is dit jouw jas of mijn jas?

Spreek je iemand aan met u? Dan gebruik je uw. Uw verandert nooit: uw brief, uw paspoort, uw kinderen.

Informeel: jouw / je

  • Is dit jouw fiets?
  • Waar is je telefoon?
  • Hoe gaat het met je moeder?

Formeel: uw

  • Wat is uw adres?
  • Mag ik uw paspoort zien?
  • Uw afspraak is om tien uur.

Zijn, haar en hun

Is de eigenaar een man of een het-woord? Dan zeg je zijn: Jan en zijn broer. Het bedrijf en zijn klanten. Is de eigenaar een vrouw? Dan zeg je haar: Sara en haar dochter. Zijn er meer eigenaren? Dan zeg je hun: de buren en hun kinderen.

Van mij, van jou

Staat er geen woord achter? Dan gebruik je meestal van met het voornaamwoord: Dit boek is van mij. Is die jas van jou? De auto is van ons.

Oefen: kies het bezittelijk voornaamwoord

20 korte vragen. Je ziet wie de eigenaar is en welk woord erachter komt. Kies het goede woord. Na elk antwoord zie je meteen waarom.

Kies het goede bezittelijk voornaamwoord.

  1. 1.

    ik + bed (het) = ... bed.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  2. 2.

    jij + pen (de) = ... pen.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  3. 3.

    u + baan (de) = ... baan.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  4. 4.

    hij + bus (de) = ... bus.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  5. 5.

    Sara + krant (de) = ... krant.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  6. 6.

    wij + glas (het) = ... glas.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  7. 7.

    wij + markt (de) = ... markt.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  8. 8.

    jullie + bibliotheek (de) = ... bibliotheek.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  9. 9.

    De buren + vrienden (meervoud) = ... vrienden.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  10. 10.

    ik + schoen (de) = ... schoen.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  11. 11.

    u + stoel (de) = ... stoel.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  12. 12.

    wij + bekers (meervoud) = ... bekers.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  13. 13.

    hij + baas (de) = ... baas.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  14. 14.

    Emma + kat (de) = ... kat.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  15. 15.

    wij + cadeau (het) = ... cadeau.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  16. 16.

    u + buurman (de) = ... buurman.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  17. 17.

    Marie en Jan + pak (het) = ... pak.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  18. 18.

    jij + oma (de) = ... oma.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  19. 19.

    wij + keuken (de) = ... keuken.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

  20. 20.

    ik + horloge (het) = ... horloge.

    mijn · jouw · je · uw · zijn · haar · ons · onze · jullie · hun

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over het bezittelijk voornaamwoord

Wat is een bezittelijk voornaamwoord?

Een woord dat zegt van wie iets is. Het gaat om mijn, jouw of je, uw en zijn. Daarna haar, ons of onze, jullie en hun. Het staat voor een zelfstandig naamwoord: mijn fiets.

Wanneer gebruik je ons en wanneer onze?

Ons gebruik je voor één het-woord: ons huis. Onze gebruik je voor een de-woord en voor het meervoud: onze straat, onze kinderen.

Is het jouw of je?

Allebei is goed. Je is de gewone vorm: Waar is je jas? Jouw gebruik je voor nadruk: Is dit jouw jas of mijn jas?

Wanneer schrijf je uw?

Als je iemand met u aanspreekt. Dus in een formele brief, bij de gemeente of bij de dokter: uw afspraak, uw adres.

Wat is het verschil tussen hun en hen?

Hun voor een woord zegt van wie iets is: hun huis. Hen is geen bezittelijk voornaamwoord. Dat gebruik je als voorwerp: Ik zie hen.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.