Een bezittelijk voornaamwoord is een woord dat zegt van wie iets is. Het staat voor het zelfstandig naamwoord: mijn huis, jouw jas, hun kinderen. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, een ding of een idee.
Alle bezittelijke voornaamwoorden
Kijk eerst wie de eigenaar is. Dan kies je de vorm uit de tabel. De meeste vormen zijn altijd hetzelfde, welk woord er ook achter staat.
| Eigenaar | Bezittelijk voornaamwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik | mijn | mijn naam, mijn paspoort |
| jij | jouw / je | jouw telefoon, je boek |
| u | uw | uw formulier, uw handtekening |
| hij of het | zijn | zijn vader, zijn werk |
| zij (een vrouw) | haar | haar auto, haar dochter |
| wij | ons / onze | ons huis, onze straat |
| jullie | jullie | jullie hond, jullie kinderen |
| zij (meer mensen) | hun | hun tuin, hun adres |
Ons of onze?
Alleen bij wij verandert de vorm. Het hangt af van het lidwoord van het woord erachter. Staat er een het-woord achter? Dan zeg je ons. Bij een de-woord zeg je onze. Het meervoud is altijd een de-woord. Daarom is het in het meervoud ook onze.
| Soort woord | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| het-woord (één) | ons | het huis: ons huis |
| de-woord (één) | onze | de auto: onze auto |
| meervoud | onze | de kinderen: onze kinderen |
Jouw, je of uw?
Tegen iemand die je goed kent, zeg je jouw of je. Ze betekenen hetzelfde. In gewone zinnen zeg je meestal je: Heb je je jas bij je? Jouw gebruik je als je nadruk wilt: Is dit jouw jas of mijn jas?
Spreek je iemand aan met u? Dan gebruik je uw. Uw verandert nooit: uw brief, uw paspoort, uw kinderen.
Informeel: jouw / je
- Is dit jouw fiets?
- Waar is je telefoon?
- Hoe gaat het met je moeder?
Formeel: uw
- Wat is uw adres?
- Mag ik uw paspoort zien?
- Uw afspraak is om tien uur.
Zijn, haar en hun
Is de eigenaar een man of een het-woord? Dan zeg je zijn: Jan en zijn broer. Het bedrijf en zijn klanten. Is de eigenaar een vrouw? Dan zeg je haar: Sara en haar dochter. Zijn er meer eigenaren? Dan zeg je hun: de buren en hun kinderen.
Van mij, van jou
Staat er geen woord achter? Dan gebruik je meestal van met het voornaamwoord: Dit boek is van mij. Is die jas van jou? De auto is van ons.