Naar de inhoud

Grammatica · A2

De bijzin: omdat ik ziek ben.

Een bijzin begint met een woord als omdat, dat, als of toen. In een bijzin staat het werkwoord achteraan: Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben. Kies het voegwoord dat past bij de betekenis.

7 minuten lezenNaar de 20 vragen

Een bijzin is een deel van een zin dat niet alleen kan staan. Neem: omdat ik ziek ben. Dat is geen hele zin. Je mist iets. Een bijzin hoort daarom altijd bij een hoofdzin: Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben.

Een bijzin begint vaak met een voegwoord. Dat is een woord dat twee delen van een zin verbindt. De voegwoorden op deze pagina heten onderschikkende voegwoorden: omdat, dat, als, wanneer, toen, terwijl en hoewel.

De regel: het werkwoord achteraan

In een gewone zin staat het werkwoord op plek 2: ik ben ziek. In een bijzin schuift het werkwoord naar het einde: omdat ik ziek ben. Dat is het grote verschil.

HoofdzinVoegwoordBijzin
Ik blijf thuis,omdatik ziek ben.
Hij zegtdathij morgen komt.
Wij gaan wandelen,alshet mooi weer is.
Ik woonde in Utrecht,toenik klein was.

Heeft de bijzin twee werkwoorden? Dan staan ze allebei achteraan: omdat ik morgen moet werken. Een scheidbaar werkwoord wordt achteraan weer één woord: Weet jij wanneer de winkel opengaat?

De zeven voegwoorden

VoegwoordBetekenisVoorbeeld
omdateen redenIk kom niet, omdat ik ziek ben.
datwat iemand zegt, denkt of weetIk denk dat het gaat regenen.
alseen voorwaarde, of een tijd in het nu of laterBel me als je thuis bent.
wanneereen tijd, of een vraag naar een tijdWeet jij wanneer de bus komt?
toenéén moment of periode in het verledenIk was blij toen ik slaagde.
terwijltwee dingen tegelijkZij leest terwijl hij kookt.
hoeweliets wat je niet verwachtHij gaat naar buiten, hoewel het regent.

Want of omdat?

Allebei geven een reden. Ze betekenen hetzelfde. Allebei zijn ook goed Nederlands, op papier en in een gesprek. Het verschil zit alleen in de woordvolgorde.

Na want: werkwoord op plek 2

  • Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
  • Wij kopen hem niet, want hij is te duur.

Na omdat: werkwoord achteraan

  • Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben.
  • Wij kopen hem niet, omdat hij te duur is.

Als, wanneer of toen?

Alle drie kunnen in het Engels when zijn. Toch gebruik je ze niet op dezelfde manier. Kijk eerst naar de tijd: gaat het over het verleden of over nu en later?

VoegwoordWanneer gebruik je het?Voorbeeld
toenEén keer of één periode in het verleden.Toen ik klein was, woonde ik in Utrecht.
alsEen voorwaarde: alleen dan gebeurt het. Of een tijd in het nu of later.Als het regent, blijf ik thuis. Bel me als je thuis bent.
wanneerVaak hetzelfde als als. Wanneer klinkt iets formeler.Bel me wanneer je thuis bent.
wanneerEen vraag naar een tijd. Hier kan alleen wanneer.Weet jij wanneer de winkel opengaat?

De bijzin vooraan

Je kunt een zin ook met de bijzin beginnen. Na de komma komt dan eerst het werkwoord van de hoofdzin. Zo staan er twee werkwoorden naast elkaar, met een komma ertussen.

  • Als het regent, blijf ik thuis.
  • Omdat ik ziek ben, kom ik niet.
  • Toen ik klein was, woonde ik in Utrecht.

Oefen: kies het goede voegwoord

20 zinnen met een bijzin. Kies het voegwoord dat past bij de betekenis. Soms zijn twee antwoorden goed. Na elk antwoord zie je meteen waarom.

Kies het voegwoord dat past.

  1. 1.

    Ik kom niet naar het feest, ... ik ziek ben.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  2. 2.

    Hij denkt ... het morgen gaat regenen.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  3. 3.

    Wij gaan wandelen, ... het mooi weer is.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  4. 4.

    Ik woonde in Amsterdam, ... ik klein was.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  5. 5.

    Zij leest een boek, ... hij naar muziek luistert.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  6. 6.

    Ik ga toch naar buiten, ... het hard regent.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  7. 7.

    Wij kopen die auto niet, ... hij te duur is.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  8. 8.

    Weet jij ... de winkel weer opengaat?

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  9. 9.

    Mijn moeder zei ... het eten klaar was.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  10. 10.

    Hij gaat naar de tandarts, ... hij kiespijn heeft.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  11. 11.

    Wij schrokken, ... de bel ging.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  12. 12.

    Ik neem mijn paraplu mee, ... het later regent.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  13. 13.

    De kinderen spelen buiten, ... de ouders binnen koffie drinken.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  14. 14.

    Hij blijft optimistisch, ... alles tegenzit.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  15. 15.

    Vraag de receptie ... het ontbijt begint.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  16. 16.

    Ik weet niet ... wij weer mogen reizen.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  17. 17.

    Zij neemt het cadeau aan, ... zij het niet wil.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  18. 18.

    De dokter vertelt ... ik meer rust nodig heb.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  19. 19.

    Hij sprong op, ... hij de spin zag.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

  20. 20.

    Bel mij ... je thuis bent.

    omdat · dat · als · wanneer · toen · terwijl · hoewel

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over de bijzin

Wat is een bijzin?

Een bijzin is een deel van een zin dat niet alleen kan staan, zoals: omdat ik ziek ben. Hij hoort bij een hoofdzin. In een bijzin staat het werkwoord achteraan.

Wat zijn onderschikkende voegwoorden?

Dat zijn voegwoorden die een bijzin beginnen. Voorbeelden zijn omdat, dat, als, wanneer, toen, terwijl en hoewel. Na deze woorden gaat het werkwoord naar het einde.

Wat is het verschil tussen want en omdat?

Ze betekenen hetzelfde. Na want blijft het werkwoord op plek 2: want ik ben ziek. Na omdat gaat het werkwoord naar het einde: omdat ik ziek ben. Allebei zijn goed, ook op je examen.

Wanneer gebruik je als en wanneer toen?

Toen gebruik je voor één keer of één periode in het verleden: toen ik klein was. Als gebruik je voor een voorwaarde of voor nu en later: als het regent. Wanneer kan vaak ook waar als staat. Vraag je naar een tijd? Dan alleen wanneer.

Waar staat het werkwoord in een bijzin?

Achteraan: omdat ik ziek ben. Zijn er twee werkwoorden? Dan staan ze allebei achteraan: omdat ik moet werken.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.