Een voegwoord is een woord dat twee delen van een zin aan elkaar verbindt. Op deze pagina gaat het om vijf voegwoorden: en, maar, want, of en dus. Ze verbinden twee hoofdzinnen. Een hoofdzin is een zin die ook alleen kan staan, zoals: Ik ben ziek.
Deze vijf woorden heten nevenschikkende voegwoorden. Nevenschikkend betekent: naast elkaar. De twee zinnen blijven allebei een gewone zin. Er verandert niets aan de woordvolgorde.
De vijf voegwoorden
| Voegwoord | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| en | iets erbij | Ik werk en ik studeer. |
| maar | een tegenstelling | Ik wil komen, maar ik kan niet. |
| want | een reden | Ik blijf thuis, want ik ben ziek. |
| of | een keuze | Wil je koffie of thee? |
| dus | een gevolg | Het regent, dus ik neem een paraplu. |
De woordvolgorde blijft gewoon
Na het voegwoord komt een gewone zin. Eerst het onderwerp, daarna het werkwoord op plek 2. Het voegwoord zelf telt niet mee. De tweede zin ziet er dus precies zo uit als wanneer hij alleen staat.
| Zin 1 | Voegwoord | Onderwerp | Werkwoord | Rest |
|---|---|---|---|---|
| Ik ben moe, | want | ik | werk | hard. |
| Het regent, | dus | wij | blijven | thuis. |
| Hij belt, | maar | niemand | neemt | op. |
| Ik kook | en | zij | doet | de afwas. |
Want of dus?
Allebei gaan over een reden en een gevolg. Het verschil zit in de volgorde. Na want komt de reden. Na dus komt het gevolg.
Eerst het gevolg, dan want
- Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
- Ik neem een jas mee, want het is koud.
Eerst de reden, dan dus
- Ik ben ziek, dus ik blijf thuis.
- Het is koud, dus ik neem een jas mee.
Soms geen hele zin
Een voegwoord kan ook twee woorden of korte stukjes verbinden. Dan komt er geen nieuw onderwerp na. Je hoeft dan ook niet op de woordvolgorde te letten.
- Wil je koffie of thee?
- De koffie was heet, maar niet sterk genoeg.
- Ik werk en studeer.
Een komma of niet?
Voor maar, want en dus zet je meestal een komma. Voor en zet je meestal geen komma. Dat geldt ook voor of.