Naar de inhoud

Grammatica · A2

Hebben of zijn: ik heb of ik ben?

Met hebben zeg je wat iemand heeft: ik heb een fiets. Met zijn zeg je wie, waar of hoe iemand is. Ik ben student. Ik ben thuis. Ik ben moe. Honger, dorst en pijn heb je. Je zegt dus: ik heb honger.

5 minuten lezenNaar de 20 vragen

Je gebruikt hebben en zijn in bijna elk gesprek. Het zijn de belangrijkste werkwoorden van het Nederlands. Ze zijn onregelmatig: ze volgen de gewone regels niet. Je leert de vormen daarom uit je hoofd.

De vormen van zijn

Zijn in de tegenwoordige tijd
OnderwerpVormVoorbeeld
ikbenIk ben moe.
jijbentJij bent thuis.
ubentU bent de manager.
hij, zij, hetisZij is lerares.
wij, jullie, zij (meervoud)zijnWij zijn collega's.

De vormen van hebben

Hebben in de tegenwoordige tijd
OnderwerpVormVoorbeeld
ikhebIk heb een fiets.
jijhebtJij hebt een mooie jas.
uheeft of hebtU heeft een afspraak.
hij, zij, hetheeftHij heeft hoofdpijn.
wij, jullie, zij (meervoud)hebbenWij hebben twee auto's.

Jij na het werkwoord

Net als bij andere werkwoorden valt de t weg als jij na het werkwoord staat. Jij bent wordt ben jij. Jij hebt wordt heb jij. Bij u blijft de t staan: Bent u thuis? Heeft u een afspraak?

Hebben of zijn: welke kies je?

Kijk naar wat je wilt zeggen. Gaat het om iets wat iemand heeft? Dan kies je hebben. Gaat het om wie, waar of hoe iemand is? Dan kies je zijn.

Met hebben

  • Iets wat je hebt: Ik heb een telefoon. Zij heeft twee kinderen.
  • Honger, dorst, pijn en koorts: Ik heb honger. Tom heeft hoofdpijn.
  • Ook tijd en zin: Heb jij even tijd? Ik heb zin in koffie.

Met zijn

  • Wie of wat je bent: Ik ben student. Mijn zus is lerares.
  • Waar je bent: Wij zijn thuis. De sleutels zijn in mijn tas.
  • Hoe je bent of hoe iets is: Ik ben moe. De kamer is stil.

Woorden als moe, ziek, blij en stil zeggen hoe iemand of iets is. Zo'n woord heet een bijvoeglijk naamwoord. Daarbij gebruik je zijn: hij is ziek.

Je gebruikt hebben en zijn ook in de voltooide tijd, zoals in ik heb gewerkt.

Oefen: hebben of zijn

20 zinnen. Kies zelf of je hebben of zijn nodig hebt. Typ dan de goede vorm op de lege plek. Na elk antwoord zie je meteen waarom.

Typ de goede vorm van hebben of zijn.

  1. 1.

    hebben of zijn

    Ik ... een nieuwe telefoon.

  2. 2.

    hebben of zijn

    Jij ... een mooie jas.

  3. 3.

    hebben of zijn

    Mijn opa ... een oud horloge.

  4. 4.

    hebben of zijn

    Mijn vrienden ... twee auto's.

  5. 5.

    hebben of zijn

    ... jij een moment?

  6. 6.

    hebben of zijn

    Ik ... student.

  7. 7.

    hebben of zijn

    Mijn zus ... lerares.

  8. 8.

    hebben of zijn

    U ... de manager.

  9. 9.

    hebben of zijn

    Wij ... collega's.

  10. 10.

    hebben of zijn

    Jullie ... mijn beste vrienden.

  11. 11.

    hebben of zijn

    De sleutels ... in mijn tas.

  12. 12.

    hebben of zijn

    Ik ... in de supermarkt.

  13. 13.

    hebben of zijn

    De hond ... in de keuken.

  14. 14.

    hebben of zijn

    ... jij thuis?

  15. 15.

    hebben of zijn

    Jullie ... in het museum.

  16. 16.

    hebben of zijn

    Tom ... hoofdpijn.

  17. 17.

    hebben of zijn

    Mijn broer ... pijn.

  18. 18.

    hebben of zijn

    De kamer ... erg stil.

  19. 19.

    hebben of zijn

    ... jij gelukkig?

  20. 20.

    hebben of zijn

    De kinderen ... moe.

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over hebben en zijn

Is het ik heb honger of ik ben honger?

Ik heb honger. Honger is een ding. Een ding heb je. Hetzelfde geldt voor dorst, pijn en koorts: ik heb dorst, hij heeft koorts.

Is het u heeft of u hebt?

Allebei goed. U heeft hoor je in Nederland het meest. Bij hij en zij is alleen heeft goed: hij heeft.

Waarom is het ben jij en niet bent jij?

Als jij na het werkwoord staat, valt de t weg. Jij bent wordt dus ben jij. Jij hebt wordt heb jij. Bij u blijft de t: bent u, heeft u.

Wanneer gebruik je zijn?

Als je zegt wie, waar of hoe iemand is. Wie: ik ben student. Waar: ik ben thuis. Hoe: ik ben moe. In de meeste andere gevallen is het hebben.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.