Naar de inhoud

Grammatica · B1

Indirecte rede: hij vraagt of je komt.

Vertel je wat iemand zegt? Gebruik dan dat: hij zegt dat hij moe is. Bij een vraag met ja of nee gebruik je of: ze vraagt of je komt. Bij een vraag met een vraagwoord blijft dat woord staan: ik weet niet waar hij woont. Het werkwoord gaat altijd naar het einde.

7 minuten lezenNaar de 20 vragen

Met indirecte rede vertel je wat iemand zegt of vraagt. Je gebruikt dan geen aanhalingstekens. De woorden van de ander worden een deel van jouw zin.

Wat iemand zegtIndirecte rede
Hij zegt: "Ik ben moe."Hij zegt dat hij moe is.
Ze vraagt: "Kom je morgen?"Ze vraagt of ik morgen kom.
Hij vraagt: "Waar woon je?"Hij vraagt waar ik woon.

Een vraag in zo een zin heet een indirecte vraag. Je vertelt wat iemand vraagt. Of je zegt wat je zelf wilt weten: Weet u hoe laat het is?

Dat, of of een vraagwoord?

Het eerste woord van het deel hangt af van wat er gezegd wordt. Is het een mededeling? Dat is een zin die iets vertelt. Of is het een vraag?

Wat is het?WoordVoorbeeld
een mededelingdatDe conducteur zegt dat de trein vertraging heeft.
een vraag met ja of neeofHij vraagt of ik het raam open mag zetten.
een vraag met een vraagwoordhet vraagwoordIk weet niet waar de uitgang is.

Een vraagwoord is een woord als waar, wanneer of hoe. Kies het vraagwoord dat past bij wat je wilt weten.

VraagwoordVraagt naarVoorbeeld
waareen plekHij wil weten waar de apotheek is.
wanneereen tijdZe vraagt wanneer de bus komt.
hoe laateen tijd op de klokWeet u hoe laat het is?
hoeeen manierKunt u uitleggen hoe dit werkt?
waaromeen redenIk begrijp niet waarom de les niet doorgaat.
wieeen persoonHij vraagt wie de nieuwe buren zijn.
wateen ding of iets wat je doetDe docent vraagt wat we hebben gedaan.
welke / welkeen keuzeIk weet niet welke bus naar het centrum gaat.
hoeveeleen aantal of een bedragZe vraagt hoeveel het kost.

Het werkwoord gaat naar het einde

De persoonsvorm is het werkwoord dat verandert bij ik, jij of hij. In een gewone vraag staat die vooraan: Waar woont hij? In een indirecte vraag gaat de persoonsvorm naar het einde: Ik weet niet waar hij woont.

Gewone vraagIndirecte vraag
Waar is de uitgang?Ik weet niet waar de uitgang is.
Gaat zij vanavond mee?Hij vraagt of zij vanavond meegaat.
Waarom heeft hij niets gezegd?Ik vraag me af waarom hij niets heeft gezegd.

Zijn er twee werkwoorden? Dan staan ze allebei achteraan: of ik al heb betaald. Je mag ze ook omdraaien: of ik al betaald heb. Een scheidbaar werkwoord is achteraan weer één woord: of zij meegaat.

Ik en jij veranderen mee

Vertel je wat iemand anders zei? Dan veranderen woorden als ik, jij en mijn vaak. Denk na over wie de spreker bedoelt.

  • Sara zegt: "Ik ben ziek." → Sara zegt dat zij ziek is.
  • Mijn buurman vraagt: "Heb jij mijn kat gezien?" → Hij vraagt of ik zijn kat heb gezien.

Oefen: dat, of of een vraagwoord?

20 zinnen. Bij de meeste kies je het goede woord: dat, of, als of een vraagwoord. Bij vier zinnen tik je de plek aan waar het werkwoord hoort. Na elk antwoord zie je meteen waarom.

Kies het goede woord, of tik de plek aan waar het hoort.

  1. 1.

    Hij vraagt ... ik het raam open mag zetten.

    of · als · dat

  2. 2.

    is · Ik weet niet waar de uitgang.

  3. 3.

    Ze vraagt ... de volgende bus komt, om kwart over of om half twee.

    hoe · wanneer · waar

  4. 4.

    meegaat · Hij vraagt of zij vanavond.

  5. 5.

    De conducteur zegt ... de trein vertraging heeft.

    dat · als · of

  6. 6.

    Ik begrijp de reden niet: ... is de les afgelast?

    wie · wanneer · waarom

  7. 7.

    Ik wil weten ... er nog kaartjes beschikbaar zijn.

    als · of · dat

  8. 8.

    Ze vraagt ... het abonnement per maand kost, hoeveel euro.

    wanneer · hoeveel · waar

  9. 9.

    Mijn buurman zegt ... hij het cadeau erg mooi vindt.

    of · dat · als

  10. 10.

    Ik snap de invulwijze niet. Kunt u uitleggen ... ik dit formulier moet invullen?

    wie · wanneer · hoe

  11. 11.

    Hij vraagt ... de nieuwe buren zijn, welke mensen.

    waar · wat · wie

  12. 12.

    Ik vraag me af ... deze jas in mijn maat is.

    dat · als · of

  13. 13.

    We blijven nog even ... de film nog niet is afgelopen.

    dat · of · als

  14. 14.

    Hij wil weten ... de dichtstbijzijnde apotheek is, in welke straat.

    waar · hoe laat · wie

  15. 15.

    betaald · Ze vraagt of ik de rekening al heb.

  16. 16.

    Ik zet koffie ... jij ook een kopje wilt.

    als · dat · of

  17. 17.

    Hij begrijpt de werkwijze niet: ... moet je de printer aanzetten?

    wie · wanneer · hoe

  18. 18.

    Ik weet niet ... bus naar het centrum gaat, lijn 1 of lijn 2.

    welke · wat · wie

  19. 19.

    gezegd · Ik vraag me af waarom hij niets heeft.

  20. 20.

    De docent vraagt ... wij in de vakantie hebben gedaan; hij is benieuwd.

    waar · wat · wie

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over de indirecte rede

Wat is indirecte rede?

Met indirecte rede vertel je wat iemand zegt of vraagt, zonder aanhalingstekens. Hij zegt: "Ik ben moe." wordt: Hij zegt dat hij moe is.

Wat is een indirecte vraag?

Dat is een vraag die in een andere zin staat. Bijvoorbeeld: Ik weet niet waar de uitgang is. Of: Weet u of deze trein naar Utrecht gaat?

Wanneer gebruik je of en wanneer als?

Of gebruik je bij een vraag met ja of nee: Hij vraagt of je komt. Als gebruik je bij een voorwaarde: Ik kom als het droog is. Na vragen en weten hoort dus of.

Waar staat het werkwoord in een indirecte vraag?

Achteraan. Waar woont hij? wordt: Ik weet niet waar hij woont. Zijn er twee werkwoorden? Dan staan ze allebei achteraan: of ik al heb betaald.

Wat is het verschil tussen directe en indirecte rede?

Bij directe rede geef je iemands woorden precies, tussen aanhalingstekens. Bij indirecte rede vertel je ze zelf na, met dat, of of een vraagwoord.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.