Vaak staan er twee werkwoorden in een zin: Ik probeer te slapen. Het tweede werkwoord is dan een infinitief. Dat is het hele werkwoord, zoals het in het woordenboek staat: slapen, werken, bellen.
Soms komt er te voor de infinitief. Soms om ... te. Soms helemaal niets. Het eerste werkwoord bepaalt welke vorm je nodig hebt.
Drie vormen
| Eerste werkwoord | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| willen, kunnen, moeten | geen te | Ik wil slapen. |
| proberen, hopen, beloven | te | Ik probeer te slapen. |
| een doel (waarom?) | om ... te | Ik spaar om een huis te kopen. |
Geen te: na deze werkwoorden
Een kleine groep werkwoorden krijgt nooit te. Leer deze groep goed. Na bijna alle andere werkwoorden komt wel te.
Geen te
- Modale werkwoorden: kunnen, mogen, moeten, willen, zullen. Je mag hier niet parkeren.
- Gaan, komen en blijven: We gaan zwemmen.
- Laten: Hij laat zijn haar knippen.
- Zien, horen en voelen: Ik zie de bus aankomen.
Met te
- Proberen en beginnen: Het begint te regenen.
- Hopen, beloven en besluiten: Hij belooft te helpen.
- Vergeten, durven en weigeren: Ze vergat te bellen.
- Verwachten: Ik verwacht hem morgen te zien.
- Hoeven: Je hoeft niet te komen.
Waar staat te?
Te staat altijd direct voor de infinitief. Er komt geen ander woord tussen. Wat bij het werkwoord hoort, komt ervoor of erachter.
- Ik probeer een uur te studeren.
- Hij belooft te helpen met het huiswerk.
- Ze verwacht hem te ontmoeten op het feest.
Bij een scheidbaar werkwoord gaat het anders. Dat is een werkwoord van twee delen, zoals op + bellen. Te komt dan tussen de twee delen.
| Werkwoord | Met te | Voorbeeld |
|---|---|---|
| opbellen | op te bellen | Ze vergat haar vriendin op te bellen. |
| meenemen | mee te nemen | Vergeet niet je paspoort mee te nemen. |
| aanzetten | aan te zetten | Ze probeert de kachel aan te zetten. |
Om te: als je een doel noemt
Zeg je waarom of waarvoor je iets doet? Dan gebruik je om ... te. Om staat aan het begin van dat deel. Te staat direct voor de infinitief. Wat ertussen staat, hoort bij het tweede werkwoord.
- Hij gaat naar de apotheek om medicijnen te halen.Waarom? Om medicijnen te halen.
- Ik schrijf het op om het niet te vergeten.
- Ze leert hard om haar examen te halen.
Na proberen, hopen of beloven noem je geen doel. Daar laat je om meestal weg: Ik hoop te komen. Soms hoor je: ik probeer om te slapen. Dat mag, maar zonder om is korter.
Ook na een zin met het is gebruik je vaak om te: Het is fijn om je weer te zien.