Naar de inhoud

Grammatica · B1

Te of om te? Ik probeer te slapen.

Na een modaal werkwoord komt geen te: ik wil slapen. Na de meeste andere werkwoorden komt wel te: ik probeer te slapen. Zeg je waarom je iets doet? Dan gebruik je om ... te: ik spaar om een huis te kopen.

7 minuten lezenNaar de 20 vragen

Vaak staan er twee werkwoorden in een zin: Ik probeer te slapen. Het tweede werkwoord is dan een infinitief. Dat is het hele werkwoord, zoals het in het woordenboek staat: slapen, werken, bellen.

Soms komt er te voor de infinitief. Soms om ... te. Soms helemaal niets. Het eerste werkwoord bepaalt welke vorm je nodig hebt.

Drie vormen

Eerste werkwoordVormVoorbeeld
willen, kunnen, moetengeen teIk wil slapen.
proberen, hopen, beloventeIk probeer te slapen.
een doel (waarom?)om ... teIk spaar om een huis te kopen.

Geen te: na deze werkwoorden

Een kleine groep werkwoorden krijgt nooit te. Leer deze groep goed. Na bijna alle andere werkwoorden komt wel te.

Geen te

  • Modale werkwoorden: kunnen, mogen, moeten, willen, zullen. Je mag hier niet parkeren.
  • Gaan, komen en blijven: We gaan zwemmen.
  • Laten: Hij laat zijn haar knippen.
  • Zien, horen en voelen: Ik zie de bus aankomen.

Met te

  • Proberen en beginnen: Het begint te regenen.
  • Hopen, beloven en besluiten: Hij belooft te helpen.
  • Vergeten, durven en weigeren: Ze vergat te bellen.
  • Verwachten: Ik verwacht hem morgen te zien.
  • Hoeven: Je hoeft niet te komen.

Waar staat te?

Te staat altijd direct voor de infinitief. Er komt geen ander woord tussen. Wat bij het werkwoord hoort, komt ervoor of erachter.

  • Ik probeer een uur te studeren.
  • Hij belooft te helpen met het huiswerk.
  • Ze verwacht hem te ontmoeten op het feest.

Bij een scheidbaar werkwoord gaat het anders. Dat is een werkwoord van twee delen, zoals op + bellen. Te komt dan tussen de twee delen.

WerkwoordMet teVoorbeeld
opbellenop te bellenZe vergat haar vriendin op te bellen.
meenemenmee te nemenVergeet niet je paspoort mee te nemen.
aanzettenaan te zettenZe probeert de kachel aan te zetten.

Om te: als je een doel noemt

Zeg je waarom of waarvoor je iets doet? Dan gebruik je om ... te. Om staat aan het begin van dat deel. Te staat direct voor de infinitief. Wat ertussen staat, hoort bij het tweede werkwoord.

  • Hij gaat naar de apotheek om medicijnen te halen.Waarom? Om medicijnen te halen.
  • Ik schrijf het op om het niet te vergeten.
  • Ze leert hard om haar examen te halen.

Na proberen, hopen of beloven noem je geen doel. Daar laat je om meestal weg: Ik hoop te komen. Soms hoor je: ik probeer om te slapen. Dat mag, maar zonder om is korter.

Ook na een zin met het is gebruik je vaak om te: Het is fijn om je weer te zien.

Oefen: te, om te of niets?

20 zinnen. Bij de ene helft kies je wat er op de lege plek hoort. Een streepje (-) betekent dat er niets komt. Bij de andere helft tik je de plek aan waar te hoort. Na elk antwoord zie je meteen waarom.

Kies het goede woord, of tik de plek aan waar het hoort.

  1. 1.

    te · Ik probeer een uur studeren voor het slapengaan.

  2. 2.

    Zij wil volgend jaar ... studeren in Groningen.

    - · om te · te

  3. 3.

    Hij gaat naar de apotheek ... medicijnen te halen.

    - · te · om

  4. 4.

    te · Ze vergat haar vriendin op bellen na het ontbijt.

  5. 5.

    We moeten nu echt ... vertrekken.

    om te · te · -

  6. 6.

    te · Hij belooft helpen met het huiswerk.

  7. 7.

    Ik schrijf het op ... het te onthouden.

    te · - · om

  8. 8.

    Hij laat zijn haar ... knippen.

    - · te · om te

  9. 9.

    te · Hij vergat zijn paspoort mee nemen naar de luchthaven.

  10. 10.

    te · We hopen trouwen in de zomer.

  11. 11.

    Jij kunt heel mooi ... zingen.

    te · - · om te

  12. 12.

    Ze leert hard ... haar examen te halen.

    om · - · te

  13. 13.

    te · Hij besloot sporten na zijn werk.

  14. 14.

    We zien de regen langzaam ... stoppen.

    - · te · om te

  15. 15.

    te · Ze probeert de kachel aan zetten voor de nacht.

  16. 16.

    te · Hij durft zeggen wat hij denkt.

  17. 17.

    Je mag hier niet ... parkeren.

    om te · - · te

  18. 18.

    te · Hij vergat de kachel uit zetten bij het weggaan.

  19. 19.

    Hij oefent veel ... beter te worden.

    te · om · -

  20. 20.

    te · Ze verwacht hem ontmoeten op het feest.

De antwoorden en de uitleg zie je als je de vragen maakt.

Vragen over te en om te

Wanneer gebruik je om te?

Als je een doel noemt: waarom doe je iets? Ik ga naar de winkel om brood te kopen. Om staat aan het begin. Te staat direct voor het hele werkwoord.

Komt er te na willen of moeten?

Nee. Na de modale werkwoorden kunnen, mogen, moeten, willen en zullen komt nooit te. Je zegt: ik wil slapen, ik moet werken.

Is het je hoeft niet te komen of je hoeft niet komen?

Je hoeft niet te komen. Na hoeven hoort te. Zonder te hoor je het soms in gesprekken, maar in goed Nederlands schrijf je het met te.

Waar staat te bij een scheidbaar werkwoord?

Tussen de twee delen: opbellen wordt op te bellen, meenemen wordt mee te nemen. Bij een werkwoord dat niet scheidbaar is, staat te ervoor: te betalen.

Wat is een infinitief?

Dat is het hele werkwoord, zoals het in het woordenboek staat: werken, slapen, bellen. Na te of om te komt altijd een infinitief.

Inburgerings
cursus.nl

Meer oefenen met Inburgeringscursus.nl

Deze uitleg en vragen zijn van de makers van Inburgeringscursus.nl, een online cursus voor het inburgeringsexamen. Wil je meer oefenen dan hier kan? Dan is de cursus de volgende stap.

  • Per regel honderden oefenvragen, in rondes.
  • Je ziet welke regels je nog lastig vindt.
  • Ook alle oefenexamens, met feedback op schrijven en spreken.

De cursus is betaald. De grammatica op deze site blijft gratis.

Bekijk de cursus

Inburgeringsexamen.nl is de gratis gids van Inburgeringscursus.nl.