In een bijzin staat het werkwoord achteraan: omdat ik moe ben. Soms staan daar meer werkwoorden bij elkaar. Twee, drie of zelfs vier. Samen heten ze de werkwoordelijke eindgroep. Op deze pagina leer je in welke volgorde die werkwoorden staan.
Eerst twee woorden uitgelegd
- De persoonsvorm is het werkwoord dat bij het onderwerp hoort. Hij laat ook de tijd zien: heeft, had, zal, wil.
- Het hele werkwoord is de vorm uit het woordenboek: komen, doen, maken.
- Het voltooid deelwoord is de vorm na hebben of zijn: gekomen, gedaan, gemaakt.
Twee werkwoorden: allebei goed
Bij twee werkwoorden mag je kiezen. Zet je de persoonsvorm eerst? Dat heet de rode volgorde. Zet je het andere werkwoord eerst? Dat heet de groene volgorde. Beide zijn goed Nederlands, op papier en in een gesprek.
Rode volgorde: persoonsvorm eerst
- omdat hij het boek heeft gelezen
- hoewel ik het was vergeten
- dat ik morgen wil komen
Groene volgorde: persoonsvorm achteraan
- omdat hij het boek gelezen heeft
- hoewel ik het vergeten was
- dat ik morgen komen wil
Drie werkwoorden: de persoonsvorm eerst
Bij drie werkwoorden ligt de volgorde vast. Vaak zit er een modaal werkwoord in: willen, kunnen, moeten of mogen. Dan komt de persoonsvorm eerst. Daarna komt het modale werkwoord. Het hoofdwerkwoord staat helemaal achteraan.
| Werkwoorden | Volgorde in de bijzin |
|---|---|
| had + moeten + doen | dat hij het had moeten doen |
| heeft + willen + komen | dat zij heeft willen komen |
| zou + kunnen + helpen | dat hij ons zou kunnen helpen |
| heb + laten + liggen | omdat ik mijn jas heb laten liggen |
| is + blijven + staan | omdat de bus is blijven staan |
Laten, durven, blijven, gaan, horen en zien werken op dezelfde manier. Ze staan in het midden. Het werkwoord dat erbij hoort, staat achteraan.
Vier werkwoorden: de lijdende vorm
Vier werkwoorden zie je vaak in de lijdende vorm. Dat is een zin met worden, waarin niet staat wie iets doet: het formulier wordt ingevuld. Het midden van de groep ligt vast: had moeten worden. Het voltooid deelwoord mag vooraan of achteraan.
| Deelwoord vooraan | Deelwoord achteraan |
|---|---|
| dat het formulier ingevuld had moeten worden | dat het formulier had moeten worden ingevuld |
| dat het ongeluk voorkomen had kunnen worden | dat het ongeluk had kunnen worden voorkomen |
| dat de fabriek gesloopt zal worden | dat de fabriek zal worden gesloopt |
Alles staat vóór de werkwoorden
Een bijzin begint met een woord als dat, omdat of hoewel. Hij eindigt met de werkwoorden. Alles wat bij de bijzin hoort, staat daartussen. Na de werkwoorden komt niets meer.
Goed
- dat ik gisteren een brief heb geschreven
- omdat hij naar huis wilde gaan
Fout
- dat ik heb geschreven een brief gisteren
- omdat hij wilde gaan naar huis