Zou en zouden zijn vormen van het werkwoord zullen. Toch gaan ze hier niet over de toekomst. Ze maken een zin voorzichtig of niet echt. Achteraan komt het hele werkwoord, zoals komen of helpen. Dat heet de infinitief. Deze vorm heet ook de voorwaardelijke wijs.
De vorm: zou plus het hele werkwoord
Bij één persoon zeg je zou. Bij meer personen zeg je zouden. Ook bij jij is het zou, zonder -t. Het hele werkwoord staat achteraan in de zin.
| Onderwerp | Zou | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik, jij, u, hij, zij | zou | Ik zou graag komen. |
| wij, jullie, zij | zouden | Wij zouden graag komen. |
Iets wat niet echt zo is
Stel: je bent niet rijk. Toch wil je zeggen wat je dan zou doen. Zet het deel met als in de verleden tijd. Zet in het andere deel zou of zouden plus het hele werkwoord. De verleden tijd laat hier zien dat het niet echt zo is. Het gaat dus niet over vroeger.
Echt mogelijk
- Als ik tijd heb, kom ik.
- Misschien heb je tijd. Dan kom je ook.
- Na als staat de tegenwoordige tijd.
Niet echt zo
- Als ik tijd had, zou ik komen.
- Je hebt nu geen tijd. Je komt dus niet.
- Na als staat de verleden tijd. Daarna komt zou.
| Het deel met als | Het deel met zou |
|---|---|
| Als ik rijk was, | zou ik een huis kopen. |
| Als ik meer tijd had, | zou ik vaker sporten. |
| Als hij hier woonde, | zouden we elkaar vaker zien. |
| Als ik beter kon tekenen, | zou ik kunst studeren. |
Beleefd vragen en advies geven
Met zou maak je een vraag of een wens vriendelijker. Je gebruikt het vaak samen met willen, kunnen of moeten. Dat werkwoord staat dan achteraan. Een paar vaste zinnen helpen je al veel.
| Waarvoor? | Zin |
|---|---|
| Een beleefde wens | Ik zou graag een afspraak willen maken. |
| Een beleefde vraag | Zou u mij kunnen helpen? |
| Advies geven | Je zou een dokter moeten bellen. |
| Iets voorzichtig zeggen | Dat zou kunnen. |
Direct
- Ik wil een afspraak.
- Help mij.
- Bel een dokter.
Beleefd met zou
- Ik zou graag een afspraak willen maken.
- Zou u mij kunnen helpen?
- Je zou een dokter moeten bellen.