Skip to content

Dutch vocabulary · A2

Housing in Dutch.

Renting a home, reporting a broken tap or meeting your neighbours. Here you learn the words for your home and the rent. Housing is also a topic in KNM.

Practise with flashcards

You see a Dutch word. Do you know what it means? Turn the card over and check. Then choose: I know it, or not yet.

Card 1 of 500

All the words in this theme

Always learn a noun together with de or het. You need it to make correct sentences.

  1. het huisthe house

    Ik woon in een groot huis.

  2. de woningthe home

    Ik zoek een woning met twee slaapkamers.

  3. het appartementthe apartment

    Mijn appartement is op de derde verdieping.

  4. de flatthe flat / apartment

    Ik woon in een flat in Utrecht.

  5. hurento rent

    Ik ga een appartement huren.

  6. de huurthe rent payment

    De huur is achthonderd euro per maand.

  7. de huurprijsthe rent price

    De huurprijs van dit appartement is te hoog voor mij.

  8. de verhuurderthe landlord

    Ik bel de verhuurder voor reparatie.

  9. de huurderthe tenant

    De huurder betaalt elke maand de huur op tijd.

  10. het huurcontractthe rental contract

    Ik teken morgen het huurcontract voor mijn nieuwe woning.

  11. de borgthe deposit

    Ik krijg de borg terug als ik de woning schoon achterlaat.

  12. verhuizento move house

    Ik ga volgende week verhuizen.

  13. de verhuizingthe move

    De verhuizing naar mijn nieuwe woning is volgende week.

  14. de burenthe neighbours

    Mijn buren maken soms veel lawaai in de avond.

  15. de woonkamerthe living room

    De woonkamer is erg groot.

  16. de keukenthe kitchen

    Ik kook elke avond in de keuken.

  17. de slaapkamerthe bedroom

    Ik slaap in de slaapkamer.

  18. de badkamerthe bathroom

    De badkamer is boven.

  19. de wcthe toilet

    Waar is de wc?

  20. de tuinthe garden

    Wij zitten in de tuin.

  21. het balkonthe balcony

    Mijn appartement heeft een balkon.

  22. de zolderthe attic

    De dozen van de verhuizing staan nog op zolder.

  23. de kelderthe basement

    Ik zet de oude spullen in de kelder.

  24. de trapthe stairs

    Ik ga met de trap naar boven.

  25. de liftthe elevator

    De lift gaat naar de vierde verdieping.

  26. de deurthe door

    Kun je de deur dichtdoen?

  27. het raamthe window

    Doe het raam open, het is warm.

  28. de muurthe wall

    Aan de muur hangt een foto.

  29. de vloerthe floor

    De vloer in de woonkamer is van hout.

  30. het plafondthe ceiling

    Er zit een vlek op het plafond door de regen.

  31. de sleutelthe key

    Ik heb mijn sleutel nodig.

  32. het slotthe lock

    De sleutel zit in het slot.

  33. de deurbelthe doorbell

    Ik hoor de deurbel.

  34. de postthe mail

    Er is post voor u.

  35. het pakketjethe package

    Ik krijg vandaag een pakketje.

  36. de tafelthe table

    Wij eten aan de tafel.

  37. de stoelthe chair

    Ik zit op een stoel.

  38. de bankthe sofa / couch

    Wij kijken tv op de bank.

  39. de kastthe closet / cupboard

    Mijn kleren hangen in de kast.

  40. het bedthe bed

    Ik lig in mijn bed.

  41. de lampthe lamp

    De lamp in de woonkamer is kapot.

  42. het lichtthe light

    Doe het licht aan.

  43. de verwarmingthe heating

    De verwarming is aan.

  44. de thermostaatthe thermostat

    Zet de thermostaat lager, want het is te warm in huis.

  45. het stopcontactthe power socket

    Het stopcontact in de keuken doet het niet meer.

  46. de kraanthe tap

    De kraan in de badkamer lekt en ik moet de verhuurder bellen.

  47. het vuilnisthe trash

    Zet het vuilnis buiten.

  48. kapotbroken

    De kraan is kapot.

  49. reparerento repair

    De verhuurder gaat het repareren.

  50. de lekkagethe leak

    Er is een lekkage onder de gootsteen, het water loopt op de vloer.

Useful sentences about your home

Is something broken? Then you report it to your landlord. These sentences help.

De verwarming is kapot.
report it to your landlord
Er is een lekkage in de badkamer.
call straight away
Wanneer moet ik de huur betalen?
often at the start of the month
Krijg ik mijn borg terug?
when you move out
Inburgerings
cursus.nl

Learn more words with Inburgeringscursus.nl

These words come from the word trainer in Inburgeringscursus.nl, an online course for the inburgering exam. On this site you practise one theme at a time. In the course you practise every word, from A2 to B2.

  • Over 3,000 words, with audio for every word and sentence.
  • Every word comes back at the moment you are about to forget it.
  • You see which words you still find hard.

The course is paid. The word lists on this site stay free.

See the course

Inburgeringsexamen.nl is the free guide of Inburgeringscursus.nl.