Skip to content

Practice exam · B1 · Speaking

Inburgering B1 speaking practice, with the real scoring.

Respond out loud to everyday situations. Your answer is marked and converted to a vaardigheidsscore, as in the exam. You also hear how to say it better.

Go to the practice exam

Free B1 speaking practice exam

There are 2 practice exams with 16 tasks each. You need a microphone. Your browser first asks whether the site may use it.

Practice exam 1

Short task

Task 1 of 16

Fiets gestolen

Uw fiets is gisteren bij het station gestolen. U gaat naar de balie van het politiebureau om aangifte te doen. Een medewerker wil weten hoe uw fiets eruitzag. Kijk naar het plaatje.

  • A dark blue city bicycle with a wicker front basket, a luggage rack and a bell.

medewerker: “Vervelend dat uw fiets gestolen is. Ik maak een melding. Kunt u beschrijven hoe uw fiets eruitzag?”

Beschrijf uw fiets voor de medewerker.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 2 of 16

Moe op het werk

Een collega van u is de laatste tijd erg moe op het werk. Ze slaapt slecht en weet niet goed wat ze eraan kan doen. Ze vraagt u om raad.

collega: “Ik ben de laatste tijd zo moe, ik slaap echt slecht. Heb jij misschien een tip voor mij?”

Geef uw collega een advies over wat zij kan doen om beter te slapen.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 3 of 16

Online of op school?

Op uw opleiding kunt u kiezen: de lessen online thuis volgen, of op school in de klas. Een medestudent vraagt wat u daarvan vindt.

U vertelt wat u zelf het beste vindt.

medestudent: “We mogen straks kiezen: online thuis of gewoon op school. Wat vind jij daar nou van?”

Geef uw mening: liever online of op school? Noem een reden.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 4 of 16

Geld pinnen

U staat bij een pinautomaat. Een oudere buurman die naast u staat, weet niet goed hoe hij geld moet pinnen. Hij vraagt u om uitleg. Kijk naar het plaatje.

  • A grey cash machine in a wall with a screen, a keypad and a card slot.

buurman: “Sorry dat ik het vraag, maar ik weet niet zo goed hoe deze automaat werkt. Kunt u mij even uitleggen hoe ik geld pin?”

Leg uw buurman uit hoe hij geld kan pinnen bij de automaat.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 5 of 16

Samen lunchen

U eet op uw werk meestal alleen achter uw bureau. U zou het gezelliger vinden om samen met de collega's te lunchen. Een collega eet ook altijd alleen. U wilt haar overhalen om mee te gaan lunchen.

U wilt uw collega overtuigen.

collega: “Ik eet eigenlijk altijd gewoon door achter mijn bureau, dat is wel makkelijk. Waarom zou ik meegaan naar de kantine?”

Overtuig uw collega om samen met de anderen te gaan lunchen. Noem een reden.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 6 of 16

Map kwijt

U bent op school uw map met aantekeningen kwijtgeraakt. U gaat naar de balie om te vragen of iemand hem heeft gevonden. De medewerker wil weten hoe de map eruitziet. Kijk naar het plaatje.

  • A bright red ring binder with a yellow sticker and some papers sticking out.

medewerker: “Er zijn een paar spullen ingeleverd bij de balie. Kunt u beschrijven hoe uw map eruitziet?”

Beschrijf uw map voor de medewerker.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 7 of 16

Goedkoop verhuizen

Uw buurvrouw gaat binnenkort verhuizen. Ze vindt het duur om een verhuisbedrijf te betalen en vraagt u of u een tip hebt om goedkoper te verhuizen.

buurvrouw: “Zo'n verhuisbedrijf is echt duur, zeg. Heb jij misschien een idee hoe ik het goedkoper kan doen?”

Geef uw buurvrouw een advies over hoe ze goedkoper kan verhuizen.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 8 of 16

Wel of geen huisdier

Een vriend twijfelt of hij een huisdier zal nemen, bijvoorbeeld een hond of een kat. Hij is benieuwd wat u daarvan vindt.

U vertelt wat u zelf zou doen.

vriend: “Ik denk erover om een huisdier te nemen, maar ik twijfel nog. Wat vind jij, zou je het doen?”

Geef uw mening: wel of geen huisdier? Noem een reden.

Speak for about 20 seconds.

Medium task

Task 9 of 16

Een dag aan zee

U bent vandaag met een vriendin naar het strand geweest. Het was mooi weer en u hebt een fijne dag gehad. Aan het eind van de dag belt uw moeder om te vragen hoe het was. Kijk naar de plaatjes.

U vertelt enthousiast over de dag.

  • The two women swimming together in the sea.

    Picture 1

  • The two women eating ice cream on beach towels.

    Picture 2

  • The two women building a sandcastle on the beach.

    Picture 3

moeder: “Hoi lieverd! En, hoe was jullie dagje aan zee? Vertel eens, wat hebben jullie allemaal gedaan?”

Vertel uw moeder wat u vandaag aan zee hebt gedaan. Gebruik alle plaatjes.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 10 of 16

Soep maken

Een huisgenoot wil graag zelf verse groentesoep leren maken, maar weet niet hoe. U maakt die soep vaak en legt het hem uit. Kijk naar de plaatjes.

  • The man cutting vegetables on a cutting board.

    Picture 1

  • The man stirring a pot of soup on the stove.

    Picture 2

  • The man tasting the finished soup next to a bowl.

    Picture 3

huisgenoot: “Ik wil zo graag een keer zelf verse soep maken, maar ik heb geen idee hoe dat moet. Kun jij het me uitleggen?”

Leg uw huisgenoot stap voor stap uit hoe hij groentesoep maakt. Gebruik alle plaatjes.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 11 of 16

Een dag thuiswerken

U zou graag één dag per week thuis willen werken. Uw reistijd is lang en u denkt dat u thuis rustiger kunt werken. Uw baas is daar nog niet zo enthousiast over. U wilt haar overtuigen.

U bent het niet eens met uw baas en wilt haar overtuigen.

baas: “Ik weet niet of thuiswerken wel zo handig is; ik zie mijn mensen liever op kantoor. Waarom zou ik daarmee akkoord gaan?”

Overtuig uw baas om u één dag per week thuis te laten werken. Geef ten minste twee redenen.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 12 of 16

Bijna gezakt voor het tentamen

Een medestudent is bijna gezakt voor een belangrijk tentamen. Ze leert altijd op het laatste moment en raakt dan in paniek. Ze vraagt u hoe ze het de volgende keer beter kan aanpakken.

medestudent: “Ik leer altijd pas de avond ervoor, en dan raak ik helemaal in paniek. Wat kan ik volgens jou beter doen?”

Geef uw medestudent advies over hoe zij zich beter kan voorbereiden. Geef ten minste twee tips.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 13 of 16

Het kantoorfeest

Gisteren was er een feest op uw werk, omdat het bedrijf vijftien jaar bestaat. Een collega die ziek was, kon er niet bij zijn. Vandaag vraagt hij u hoe het feest was. Kijk naar de plaatjes.

U vertelt enthousiast over het feest.

  • A man giving a speech while colleagues raise their glasses.

    Picture 1

  • The colleagues eating together at a long table.

    Picture 2

  • The colleagues dancing together on a dance floor.

    Picture 3

collega: “Balen dat ik er gisteren niet bij kon zijn! Vertel eens, hoe was het feest? Wat hebben jullie gedaan?”

Vertel uw collega hoe het kantoorfeest was. Gebruik alle plaatjes.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 14 of 16

De wasmachine gebruiken

Een vriendin logeert een paar dagen bij u. Ze wil graag een was draaien, maar ze weet niet hoe uw wasmachine werkt. U legt het haar uit. Kijk naar het plaatje van de wasmachine.

  • A white front-loading washing machine with a round door, a detergent drawer and a control dial.

vriendin: “Ik wil even wat kleren wassen, maar ik snap jouw wasmachine niet zo goed. Kun je me uitleggen hoe het werkt?”

Leg uw vriendin uit hoe ze de wasmachine moet gebruiken. Noem ten minste drie stappen.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 15 of 16

Stage of meer lessen

Uw opleiding wil veranderen. Sommige studenten willen meer stage lopen bij een bedrijf, anderen willen juist meer lessen op school. Een docent vraagt naar uw mening hierover.

U geeft uw eigen mening met argumenten.

docent: “We denken na over de opleiding: meer stage of juist meer lessen op school. Wat vindt u daar zelf van?”

Geef uw mening: meer stage of meer lessen? Geef ten minste twee argumenten.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 16 of 16

Samen de schutting verven

De schutting tussen uw tuin en die van uw buurman moet geverfd worden. U wilt het samen doen, dan is het sneller klaar en goedkoper. Uw buurman heeft er niet veel zin in. U wilt hem overtuigen.

U wilt uw buurman overtuigen om mee te helpen.

buurman: “Eerlijk gezegd heb ik niet zo veel zin om die schutting te verven. Waarom zouden we dat samen doen?”

Overtuig uw buurman om samen de schutting te verven. Eén goed argument is genoeg.

Speak for about 30 seconds.

Practice exam 2

Short task

Task 1 of 16

Hond weggelopen

Uw hond is vanmiddag in het park weggelopen. U gaat naar een medewerker van het park om het te melden en te vragen of iemand hem heeft gezien. Kijk naar het plaatje.

  • A medium-sized brown dog with floppy ears and a red collar, sitting on the grass.

medewerker: “Wat vervelend dat uw hond weg is. Ik let er meteen op. Kunt u beschrijven hoe hij eruitziet?”

Beschrijf uw hond voor de medewerker.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 2 of 16

Lastige werktijden

Een collega vindt zijn werktijden lastig. Hij moet vaak heel vroeg of juist heel laat werken en dat past slecht bij zijn gezin. Hij weet niet wat hij eraan kan doen en vraagt u om raad.

collega: “Mijn werktijden passen echt slecht bij mijn gezin. Ik weet niet wat ik moet doen. Heb jij een tip voor me?”

Geef uw collega een advies over wat hij aan zijn werktijden kan doen.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 3 of 16

Boek of digitaal

Op uw opleiding mag u kiezen: met papieren boeken werken of met digitaal lesmateriaal op een laptop. Een medestudent vraagt wat u daarvan vindt.

U vertelt wat u zelf het beste vindt.

medestudent: “We mogen kiezen: gewone boeken of alles digitaal op de laptop. Wat vind jij handiger?”

Geef uw mening: liever boeken of digitaal lesmateriaal? Noem een reden.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 4 of 16

De magnetron gebruiken

U bent op bezoek bij een buurman. Hij wil zijn eten opwarmen, maar weet niet hoe zijn nieuwe magnetron werkt. Hij vraagt u om uitleg. Kijk naar het plaatje.

  • A white microwave oven on a counter, with a door, round buttons and a small display.

buurman: “Ik snap deze nieuwe magnetron niet zo goed. Kunt u mij even uitleggen hoe ik mijn eten opwarm?”

Leg uw buurman uit hoe hij zijn eten in de magnetron kan opwarmen.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 5 of 16

De keuken schoonhouden

De gedeelde keuken op uw werk is vaak een rommel. U wilt dat iedereen zijn eigen spullen opruimt. Een collega laat zijn vuile kopjes altijd staan. U wilt hem overhalen om voortaan op te ruimen.

U wilt uw collega overtuigen.

collega: “Ach, die kopjes ruim ik later wel een keer op. Waarom is dat zo belangrijk dan?”

Overtuig uw collega om zijn eigen spullen in de keuken op te ruimen. Noem een reden.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 6 of 16

Bril gevonden

In de aula van uw school hebt u een bril zien liggen die iemand is vergeten. U brengt hem naar de balie. De medewerker vraagt u te beschrijven hoe de bril eruitziet, zodat de eigenaar hem kan herkennen. Kijk naar het plaatje.

  • A pair of glasses with a round dark blue frame, lying folded on a table.

medewerker: “Fijn dat u hem komt brengen. Kunt u even beschrijven hoe de bril eruitziet?”

Beschrijf de bril die u hebt gevonden voor de medewerker.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 7 of 16

Hoge energierekening

Uw buurvrouw schrok van haar hoge energierekening. Ze wil graag minder gaan betalen, maar weet niet hoe. Ze vraagt u of u een tip hebt om energie te besparen.

buurvrouw: “Mijn energierekening was zo hoog, daar schrok ik echt van. Heb jij een idee hoe ik kan besparen?”

Geef uw buurvrouw een advies over hoe ze energie kan besparen.

Speak for about 20 seconds.

Short task

Task 8 of 16

Vliegtuig of auto

Een vriend gaat op reis en twijfelt of hij met het vliegtuig of met de auto zal gaan. Hij is benieuwd wat u zelf zou kiezen.

U vertelt wat u zelf prettiger vindt.

vriend: “Ik twijfel of ik met het vliegtuig of met de auto op reis ga. Wat zou jij doen?”

Geef uw mening: liever met het vliegtuig of met de auto? Noem een reden.

Speak for about 20 seconds.

Medium task

Task 9 of 16

Een dag winkelen in de stad

U bent vandaag met een vriendin naar de stad geweest om te winkelen. Het was een gezellige dag. Aan het eind van de dag belt uw broer om te vragen hoe het was. Kijk naar de plaatjes.

U vertelt enthousiast over de dag.

  • The two women looking at a dress in a clothing shop.

    Picture 1

  • The two women having lunch at a cafe in a shopping street.

    Picture 2

  • The two women walking with full shopping bags.

    Picture 3

broer: “Hé! En hoe was jullie dagje winkelen in de stad? Vertel eens, wat hebben jullie gedaan?”

Vertel uw broer wat u en uw vriendin vandaag hebben gedaan. Gebruik alle plaatjes.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 10 of 16

Een taart bakken

Een huisgenoot wil voor een verjaardag een taart bakken, maar ze heeft dat nog nooit gedaan. U bakt vaak taarten en legt het haar uit. Kijk naar de plaatjes.

  • The woman pouring batter into a baking tin.

    Picture 1

  • The woman putting the cake into the oven.

    Picture 2

  • The woman decorating a cake with cream and strawberries.

    Picture 3

huisgenoot: “Ik wil voor een verjaardag een taart bakken, maar ik heb geen idee hoe. Kun jij het me uitleggen?”

Leg uw huisgenoot stap voor stap uit hoe zij een taart bakt. Gebruik alle plaatjes.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 11 of 16

Een kortere vergadering

De wekelijkse vergadering op uw werk duurt elke keer veel te lang. U wilt voorstellen om de vergadering korter te maken. Uw baas vindt het juist belangrijk om alles uitgebreid te bespreken. U wilt haar overtuigen.

U bent het niet eens met uw baas en wilt haar overtuigen.

baas: “Ik vind het juist goed om alles uitgebreid te bespreken. Waarom zou ik de vergadering korter maken?”

Overtuig uw baas om de vergadering korter te maken. Geef ten minste twee redenen.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 12 of 16

Zenuwen voor een presentatie

Een medestudent moet binnenkort een presentatie geven voor de klas en is daar erg zenuwachtig voor. Ze is bang dat ze gaat hakkelen. Ze vraagt u hoe ze dat het beste kan aanpakken.

medestudent: “Ik moet straks een presentatie geven en ik ben er zo zenuwachtig voor. Wat raad jij me aan?”

Geef uw medestudent advies over hoe zij haar presentatie goed kan doen. Geef ten minste twee tips.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 13 of 16

De verbouwing op kantoor

De afgelopen week is uw kantoor verbouwd en opnieuw ingericht. Een collega was met vakantie en heeft het nog niet gezien. Vandaag vraagt ze u hoe het is gegaan. Kijk naar de plaatjes.

U vertelt enthousiast over de verbouwing.

  • Workers painting an office wall next to an old desk.

    Picture 1

  • Workers placing new desks and cabinets in the office.

    Picture 2

  • The finished bright office with new desks and plants.

    Picture 3

collega: “Ik was net met vakantie. Ik hoorde dat het kantoor verbouwd is! Vertel eens, hoe is het gegaan?”

Vertel uw collega hoe de verbouwing is gegaan. Gebruik alle plaatjes.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 14 of 16

De vaatwasser gebruiken

Een vriend logeert bij u en wil helpen met de afwas. Hij wil de vaatwasser gebruiken, maar weet niet hoe die van u werkt. U legt het hem uit. Kijk naar het plaatje van de vaatwasser.

  • An open dishwasher with the rack pulled out, a detergent compartment and control buttons.

vriend: “Ik wil de afwas wel doen, maar ik snap jouw vaatwasser niet zo goed. Kun je uitleggen hoe het werkt?”

Leg uw vriend uit hoe hij de vaatwasser moet gebruiken. Noem ten minste drie stappen.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 15 of 16

Een vak laten vallen

Uw opleiding wil studenten meer keuzevrijheid geven. Sommige studenten willen een moeilijk vak kunnen laten vallen, anderen vinden dat je alle vakken moet blijven volgen. Een docent vraagt naar uw mening hierover.

U geeft uw eigen mening met argumenten.

docent: “We denken erover na: mogen studenten een moeilijk vak laten vallen of niet? Wat vindt u daar zelf van?”

Geef uw mening: mag je een moeilijk vak laten vallen of niet? Geef ten minste twee argumenten.

Speak for about 30 seconds.

Medium task

Task 16 of 16

Samen een moestuin beginnen

Achter de flat is een stuk grond dat niemand gebruikt. U wilt daar samen met uw buurman een moestuin beginnen, om groenten te kweken. Uw buurman heeft er niet veel zin in. U wilt hem overtuigen.

U wilt uw buurman overtuigen om mee te doen.

buurman: “Een moestuin, dat is veel werk. Waarom zou ik daar mijn tijd in steken?”

Overtuig uw buurman om samen een moestuin te beginnen. Eén goed argument is genoeg.

Speak for about 30 seconds.

How Speaking B1 works

On the B1-route, Speaking is one of the parts of the Staatsexamen NT2, programme I. You get short and longer tasks. You hear a situation and sometimes a question from someone. Then you answer out loud.

In short tasks you respond to one question. In longer tasks you say more, for example about your experience or your opinion. Your answer is recorded.

Your result is a vaardigheidsscore. You pass at 500 or higher. This practice exam converts your points with the official CvTE table.

All B1 parts are on B1 inburgering practice exam. Practise writing with Inburgering B1 writing practice.

Questions about Speaking B1

When do I pass Speaking B1?

At a vaardigheidsscore of 500 or higher. On this practice exam you need 75 of the 128 points for that. On the real exam it can differ a little per version.

How is my answer marked here?

Your recording is turned into text. Then an AI model checks it on the same points as the exam. You also hear an improved version. Treat your score as an indication.

What happens to my recording?

Your recording is only used to mark it. You do not need an account. You can read more in the privacy statement.

What does the exam cost?

The Staatsexamen NT2 costs €50 per part, so €200 for all four parts.

Are these real exam tasks?

No. Real exam tasks are secret. These tasks are our own, made in the format of the real exam.

Inburgerings
cursus.nl

Practise more with Inburgeringscursus.nl

These practice exams are made by the team behind Inburgeringscursus.nl, an online course for the inburgering exam. Want to practise more than you can here? Then the course is the next step.

  • More practice exams for every part.
  • Feedback on your own writing and speaking.
  • Practice aimed at what you still find hard.

The course is paid. The practice exams on this site stay free.

See the course

Inburgeringsexamen.nl is the free guide of Inburgeringscursus.nl.