Task 1 of 12
Te laat op werk
Je bent door de trein te laat op je werk. Je stuurt je leidinggevende een bericht.
Schrijf één zin waarin je laat weten dat je later komt en waarom.
Sentence structure: a main clause. The verb comes second.
We use cookies to see how the site is used. You choose. Read more in our cookie policy.
Practice exam · B1 · Writing
Do twelve writing tasks, from one sentence to a longer text. After you hand in, everything is marked. We convert your score to a vaardigheidsscore, as in the exam.
Go to the practice examThere are 2 practice exams. Each has 12 tasks and takes 100 minutes. You type your answers.
Task 1 of 12
Je bent door de trein te laat op je werk. Je stuurt je leidinggevende een bericht.
Schrijf één zin waarin je laat weten dat je later komt en waarom.
Sentence structure: a main clause. The verb comes second.
Task 2 of 12
De printer op kantoor is stuk. Je laat je collega's iets weten in de groepsapp.
Schrijf één zin die begint met "Daarom" en die een gevolg beschrijft van de kapotte printer.
Start your sentence like this: Daarom ...
Sentence structure: inversion. The verb comes before the subject.
Task 3 of 12
Je kunt volgende week niet naar je cursus komen. Je mailt je docent.
Maak de zin af met een reden. Gebruik het woord "omdat". "Ik kan volgende week niet naar de cursus komen, ..."
Start your sentence like this: Ik kan volgende week niet naar de cursus komen, ...
Sentence structure: a subordinate clause. The verb goes to the end.
Task 4 of 12
Je wilt graag extra hulp met een opdracht. Je vraagt je docent erom.
Schrijf één zin waarin je om hulp vraagt. Gebruik een "te + werkwoord"-constructie (bijvoorbeeld "om ... te ...").
Sentence structure: te + the infinitive.
Task 5 of 12
Een collega vraagt of jij een vergaderzaal kunt reserveren. Je reageert met een voorstel.
Schrijf één zin waarin je een concreet voorstel doet voor het reserveren van de zaal.
Sentence structure: a main clause. The verb comes second.
Task 6 of 12
Er staat morgen een vuilniswagen in de straat. Je laat het je buren weten.
Schrijf één zin die begint met "Morgen" waarin je de buren iets laat weten over de vuilniswagen.
Start your sentence like this: Morgen ...
Sentence structure: inversion. The verb comes before the subject.
Task 7 of 12
Een vriend nodigt je uit voor een feest, maar je kunt niet. Je legt uit waarom.
Maak de zin af met een reden. Gebruik het woord "omdat". "Ik kom zaterdag niet naar je feest, ..."
Start your sentence like this: Ik kom zaterdag niet naar je feest, ...
Sentence structure: a subordinate clause. The verb goes to the end.
Task 8 of 12
Je zoekt een stageplek en mailt een bedrijf. Je schrijft waarom je contact opneemt.
Schrijf één zin waarin je vraagt of je mag langskomen. Gebruik een "te + werkwoord"-constructie (bijvoorbeeld "om ... te ...").
Sentence structure: te + the infinitive.
Task 9 of 12
Je leidinggevende stuurt het nieuwe rooster. Je bent ingedeeld op een dag dat je niet kunt. Je schrijft een kort bericht terug.
Schrijf een kort bericht aan je leidinggevende. Verzin de details zelf. Schrijf in je bericht: - op welke dag het probleem is; - waarom je dan niet kunt; - wat je voorstelt als oplossing.
Task 10 of 12
Je gaat een week op vakantie. Je vraagt je buurvrouw of zij op je planten wil passen. Je schrijft haar een kort bericht.
Schrijf een kort bericht aan je buurvrouw. Verzin de details zelf. Schrijf in je bericht: - wat je haar vraagt; - wanneer en hoe lang; - hoe ze de sleutel kan krijgen.
Task 11 of 12
Je volgt een avondcursus, maar je bent ontevreden. Je schrijft een e-mail aan de organisatie.
Schrijf een e-mail aan de organisatie van de cursus. Zorg dat je e-mail een goede, samenhangende tekst is. Verzin de details zelf.
To: info@cursuscentrum.nl
Subject: Klacht over de avondcursus
Geachte heer/mevrouw,
[ your message goes here ]
Met vriendelijke groet,
Task 12 of 12
In je wijk start een wandelclub. Je schrijft een korte tekst voor de wijkkrant om mensen uit te nodigen.
Schrijf een korte tekst voor de wijkkrant. Zorg dat het een goede, samenhangende tekst is. Verzin de details zelf. Dit is geen e-mail, dus je hoeft geen aanhef of afsluiting te schrijven.
Task 1 of 12
De vergadering van vanmiddag is verplaatst naar morgen. Je laat je team het weten.
Schrijf één zin waarin je je team laat weten dat de vergadering is verplaatst.
Sentence structure: a main clause. The verb comes second.
Task 2 of 12
Door wegwerkzaamheden is de route naar kantoor afgesloten. Je waarschuwt je collega's.
Schrijf één zin die begint met "Daarom" en die een advies geeft vanwege de wegwerkzaamheden.
Start your sentence like this: Daarom ...
Sentence structure: inversion. The verb comes before the subject.
Task 3 of 12
Je kunt je opdracht niet op tijd inleveren. Je legt je docent uit waarom.
Maak de zin af met een reden. Gebruik het woord "omdat". "Ik kan de opdracht niet op tijd inleveren, ..."
Start your sentence like this: Ik kan de opdracht niet op tijd inleveren, ...
Sentence structure: a subordinate clause. The verb goes to the end.
Task 4 of 12
Je hebt een boek nodig voor je studie. Je vraagt de bibliotheek om hulp.
Schrijf één zin waarin je vraagt of het boek beschikbaar is. Gebruik een "te + werkwoord"-constructie (bijvoorbeeld "om ... te ...").
Sentence structure: te + the infinitive.
Task 5 of 12
Collega's zoeken een cadeau voor een jarige collega. Je geeft een idee in de groepsapp.
Schrijf één zin waarin je een concreet cadeau-idee geeft.
Sentence structure: a main clause. The verb comes second.
Task 6 of 12
Een bestelling is niet aangekomen. Je mailt de webshop.
Schrijf één zin die begint met "Vorige week" waarin je meldt dat je je bestelling nog niet hebt ontvangen.
Start your sentence like this: Vorige week ...
Sentence structure: inversion. The verb comes before the subject.
Task 7 of 12
Je had afgesproken te gaan eten met een vriendin, maar je wilt het verzetten. Je legt uit waarom.
Maak de zin af met een reden. Gebruik het woord "omdat". "Zullen we het etentje verzetten, ..."
Start your sentence like this: Zullen we het etentje verzetten, ...
Sentence structure: a subordinate clause. The verb goes to the end.
Task 8 of 12
Er is een open dag bij een opleiding. Je nodigt een vriend uit om mee te gaan.
Schrijf één zin waarin je hem uitnodigt om mee te gaan. Gebruik een "te + werkwoord"-constructie (bijvoorbeeld "om ... te ...").
Sentence structure: te + the infinitive.
Task 9 of 12
Je leidinggevende vraagt of je een extra project op je kunt nemen. Je schrijft een kort bericht terug.
Schrijf een kort bericht aan je leidinggevende. Verzin de details zelf. Schrijf in je bericht: - of je het project wel of niet kunt doen; - waarom; - wat je eventueel nog nodig hebt.
Task 10 of 12
Je werkt op kantoor en wilt iets doorgeven aan de schoonmaker. Je legt een kort briefje neer.
Schrijf een kort briefje voor de schoonmaker. Verzin de details zelf. Schrijf in je briefje: - wat je vraagt; - waarom; - hoe de schoonmaker kan reageren als er een probleem is.
Task 11 of 12
Je ziet een advertentie voor een bijbaan in een supermarkt. Je schrijft een e-mail om te solliciteren.
Schrijf een e-mail aan de supermarkt. Zorg dat je e-mail een goede, samenhangende tekst is. Verzin de details zelf.
To: werk@supermarkt.nl
Subject: Sollicitatie bijbaan
Geachte heer/mevrouw,
[ your message goes here ]
Met vriendelijke groet,
Task 12 of 12
De speeltuin in je buurt moet worden opgeknapt. Je schrijft een korte tekst voor de wijkkrant om hulp te vragen.
Schrijf een korte tekst voor de wijkkrant. Zorg dat het een goede, samenhangende tekst is. Verzin de details zelf. Dit is geen e-mail, dus je hoeft geen aanhef of afsluiting te schrijven.
On the B1-route, Writing is one of the parts of the Staatsexamen NT2, programme I. You get short and longer tasks. Sometimes you write one sentence, sometimes an email or a short text with your opinion.
For each task the examiner checks two things. Do you do what the task asks? Is your Dutch good enough to understand? For longer texts the structure counts too.
Your result is a vaardigheidsscore. You pass at 500 or higher. This practice exam converts your points with the official CvTE table.
All B1 parts are on B1 inburgering practice exam. Practise reading with Inburgering B1 reading practice.
At a vaardigheidsscore of 500 or higher. On this practice exam you need 25 of the 48 points for that. On the real exam it can differ a little per version.
An AI model marks your text on the same points as the exam. Treat your score as an indication, not an official result.
Yes, but only the Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2), for Reading and Writing.
The Staatsexamen NT2 costs €50 per part, so €200 for all four parts.
No. Real exam tasks are secret. These tasks are our own, written in the format of the real exam.
These practice exams are made by the team behind Inburgeringscursus.nl, an online course for the inburgering exam. Want to practise more than you can here? Then the course is the next step.
The course is paid. The practice exams on this site stay free.
See the courseInburgeringsexamen.nl is the free guide of Inburgeringscursus.nl.