Text 1 of 6
Til met je benen, niet met je rug
Deze tekst komt uit een werkinstructie en legt uit hoe je veilig zware dingen tilt.
Wie op zijn werk regelmatig iets moet tillen, loopt het risico op rugklachten. Die klachten ontstaan zelden door één zware last, maar bijna altijd door jarenlang verkeerd tillen. Het goede nieuws is dat goed tillen te leren is. Met een paar eenvoudige regels voorkom je de meeste problemen, ook als je de hele dag zware dingen verplaatst.
Eerst nadenken, dan tillen
Voordat je iets optilt, sta je even stil bij wat je gaat doen. Is de last te zwaar om alleen te tillen? Vraag dan hulp of gebruik een hulpmiddel, zoals een steekwagen. Veel rugletsel ontstaat doordat mensen uit gewoonte alleen blijven tillen wat eigenlijk te zwaar is. Sterker zijn dan je denkt is geen reden om je rug te overbelasten. Kijk ook of de weg vrij is, zodat je niet halverwege struikelt met een zware doos in je armen.
Til bovendien een last nooit koud. Net als bij sporten heeft je lichaam even nodig om op gang te komen. Wie 's ochtends meteen het zwaarste werk doet, terwijl zijn spieren nog stijf zijn, vraagt om problemen. Begin de dag daarom rustig, met lichtere taken, en bewaar het zware werk niet allemaal voor één moment. Een lichaam dat al een beetje in beweging is, kan veel meer hebben dan een lichaam dat net van de bank komt.
Til met je benen
De belangrijkste regel is bekend, maar wordt vaak vergeten: til met je benen, niet met je rug. Ga door je knieën, houd je rug recht, en kom omhoog door je benen te strekken. Je benen zijn veel sterker dan je rug, en als je ze gebruikt, neem je het zware werk weg bij het kwetsbaarste deel van je lichaam. Wie zich vooroverbuigt en met een kromme rug tilt, doet precies het tegenovergestelde, en juist dat veroorzaakt op den duur schade.
Houd de last bovendien dicht tegen je lichaam aan. Hoe verder je iets van je af houdt, hoe zwaarder het voor je rug wordt, ook al weegt het hetzelfde. Een doos die je tegen je buik draagt, belast je veel minder dan dezelfde doos op gestrekte armen. Draai tijdens het tillen niet met je rug, maar verplaats je voeten als je een andere kant op moet. Draaien met een zware last in je handen is een van de snelste manieren om je rug te blesseren.
Let ook op je tempo. Veel mensen tillen met een rukbeweging omhoog, omdat het dan even minder zwaar voelt. Maar juist die plotselinge beweging is gevaarlijk: je rug krijgt dan in één keer een grote belasting te verwerken. Til daarom rustig en gelijkmatig, zonder schokken. Een soepele, beheerste beweging is veiliger dan een snelle. En voel je tijdens het tillen pijn, stop dan meteen. Pijn is een waarschuwing van je lichaam, en wie die negeert, maakt een kleine klacht vaak groter dan nodig.
Til je samen met iemand anders, overleg dan vooraf. Niets gaat zo snel mis als wanneer twee mensen een zware last optillen zonder af te spreken wie wat doet. De een tilt, de ander niet, en juist daardoor komt het hele gewicht onverwacht op één rug terecht. Spreek dus af wie het sein geeft, en til tegelijk omhoog. Samen tillen is alleen veiliger als je het ook echt samen doet; anders is het juist gevaarlijker dan alleen.
Verdeel en rust
Til niet alles in één keer als dat niet hoeft. Twee keer een lichte last is veiliger dan één keer een zware, ook al kost het je iets meer tijd. En las pauzes in: een rug die de hele dag zonder rust wordt belast, raakt eerder beschadigd dan een rug die af en toe even kan herstellen. Goed tillen is dus niet alleen een kwestie van houding, maar ook van verstandig verdelen.
Tot slot helpt het om sterk te blijven. Wie regelmatig beweegt en zijn rug- en buikspieren een beetje traint, heeft een lichaam dat beter tegen tillen kan. Een sterke rug raakt minder snel geblesseerd dan een zwakke, en herstelt ook sneller als er toch iets misgaat. Goed tillen begint dus eigenlijk al voordat je iets optilt, namelijk bij hoe je voor je lichaam zorgt. Wie deze regels volgt, houdt het werk veel langer vol, en houdt zijn rug gezond tot ver na zijn pensioen.
1. Waardoor ontstaan rugklachten volgens de tekst meestal?
- a.door één keer iets heel zwaars te tillen
- b.door te weinig te bewegen
- c.door jarenlang verkeerd te tillen
2. Joris moet een zware doos verplaatsen die hij niet alleen kan tillen. Wat staat hierover in de tekst?
- a.Hij tilt de doos uit gewoonte toch alleen.
- b.Hij vraagt hulp of pakt een hulpmiddel.
- c.Hij wacht tot de doos lichter is.
3. Waarom moet je met je benen tillen en niet met je rug?
- a.Je benen bewegen sneller dan je rug kan volgen.
- b.Je benen zijn sterker dan je rug.
- c.Je ziet met rechte rug beter waar je loopt.
4. Waarom moet je de last dicht tegen je lichaam houden?
- a.Zo kun je met de last sneller lopen.
- b.Ver van je af belast hij je rug zwaarder.
- c.Tegen je lichaam weegt de last lichter.
5. Fatima draagt een zware doos en moet een andere kant op. Wat moet ze volgens de tekst doen?
- a.Ze verplaatst haar voeten.
- b.Ze draait met haar rug.
- c.Ze zet de doos neer en pakt hem opnieuw.
6. Waarom raadt de tekst aan om de last te verdelen en pauzes te nemen?
- a.Zo heb je geen hulpmiddelen meer nodig.
- b.Zo ben je met het zware werk sneller klaar.
- c.Zo krijgt je rug de kans om te herstellen.