Skip to content

Practice exam · B2 · Reading

B2 reading practice exam, with the real scoring.

Read six long texts and answer 36 questions. We convert your score to a vaardigheidsscore, as in the real exam. For every question you see where the answer is.

Go to the practice exam

Free B2 reading practice exam

There are 2 practice exams. Each has 6 texts with 36 questions in total. You have 100 minutes.

Practice exam 1

Text 1 of 6

Til met je benen, niet met je rug

Deze tekst komt uit een werkinstructie en legt uit hoe je veilig zware dingen tilt.

Wie op zijn werk regelmatig iets moet tillen, loopt het risico op rugklachten. Die klachten ontstaan zelden door één zware last, maar bijna altijd door jarenlang verkeerd tillen. Het goede nieuws is dat goed tillen te leren is. Met een paar eenvoudige regels voorkom je de meeste problemen, ook als je de hele dag zware dingen verplaatst.

Eerst nadenken, dan tillen

Voordat je iets optilt, sta je even stil bij wat je gaat doen. Is de last te zwaar om alleen te tillen? Vraag dan hulp of gebruik een hulpmiddel, zoals een steekwagen. Veel rugletsel ontstaat doordat mensen uit gewoonte alleen blijven tillen wat eigenlijk te zwaar is. Sterker zijn dan je denkt is geen reden om je rug te overbelasten. Kijk ook of de weg vrij is, zodat je niet halverwege struikelt met een zware doos in je armen.

Til bovendien een last nooit koud. Net als bij sporten heeft je lichaam even nodig om op gang te komen. Wie 's ochtends meteen het zwaarste werk doet, terwijl zijn spieren nog stijf zijn, vraagt om problemen. Begin de dag daarom rustig, met lichtere taken, en bewaar het zware werk niet allemaal voor één moment. Een lichaam dat al een beetje in beweging is, kan veel meer hebben dan een lichaam dat net van de bank komt.

Til met je benen

De belangrijkste regel is bekend, maar wordt vaak vergeten: til met je benen, niet met je rug. Ga door je knieën, houd je rug recht, en kom omhoog door je benen te strekken. Je benen zijn veel sterker dan je rug, en als je ze gebruikt, neem je het zware werk weg bij het kwetsbaarste deel van je lichaam. Wie zich vooroverbuigt en met een kromme rug tilt, doet precies het tegenovergestelde, en juist dat veroorzaakt op den duur schade.

Houd de last bovendien dicht tegen je lichaam aan. Hoe verder je iets van je af houdt, hoe zwaarder het voor je rug wordt, ook al weegt het hetzelfde. Een doos die je tegen je buik draagt, belast je veel minder dan dezelfde doos op gestrekte armen. Draai tijdens het tillen niet met je rug, maar verplaats je voeten als je een andere kant op moet. Draaien met een zware last in je handen is een van de snelste manieren om je rug te blesseren.

Let ook op je tempo. Veel mensen tillen met een rukbeweging omhoog, omdat het dan even minder zwaar voelt. Maar juist die plotselinge beweging is gevaarlijk: je rug krijgt dan in één keer een grote belasting te verwerken. Til daarom rustig en gelijkmatig, zonder schokken. Een soepele, beheerste beweging is veiliger dan een snelle. En voel je tijdens het tillen pijn, stop dan meteen. Pijn is een waarschuwing van je lichaam, en wie die negeert, maakt een kleine klacht vaak groter dan nodig.

Til je samen met iemand anders, overleg dan vooraf. Niets gaat zo snel mis als wanneer twee mensen een zware last optillen zonder af te spreken wie wat doet. De een tilt, de ander niet, en juist daardoor komt het hele gewicht onverwacht op één rug terecht. Spreek dus af wie het sein geeft, en til tegelijk omhoog. Samen tillen is alleen veiliger als je het ook echt samen doet; anders is het juist gevaarlijker dan alleen.

Verdeel en rust

Til niet alles in één keer als dat niet hoeft. Twee keer een lichte last is veiliger dan één keer een zware, ook al kost het je iets meer tijd. En las pauzes in: een rug die de hele dag zonder rust wordt belast, raakt eerder beschadigd dan een rug die af en toe even kan herstellen. Goed tillen is dus niet alleen een kwestie van houding, maar ook van verstandig verdelen.

Tot slot helpt het om sterk te blijven. Wie regelmatig beweegt en zijn rug- en buikspieren een beetje traint, heeft een lichaam dat beter tegen tillen kan. Een sterke rug raakt minder snel geblesseerd dan een zwakke, en herstelt ook sneller als er toch iets misgaat. Goed tillen begint dus eigenlijk al voordat je iets optilt, namelijk bij hoe je voor je lichaam zorgt. Wie deze regels volgt, houdt het werk veel langer vol, en houdt zijn rug gezond tot ver na zijn pensioen.

1. Waardoor ontstaan rugklachten volgens de tekst meestal?

  • a.door één keer iets heel zwaars te tillen
  • b.door te weinig te bewegen
  • c.door jarenlang verkeerd te tillen

2. Joris moet een zware doos verplaatsen die hij niet alleen kan tillen. Wat staat hierover in de tekst?

  • a.Hij tilt de doos uit gewoonte toch alleen.
  • b.Hij vraagt hulp of pakt een hulpmiddel.
  • c.Hij wacht tot de doos lichter is.

3. Waarom moet je met je benen tillen en niet met je rug?

  • a.Je benen bewegen sneller dan je rug kan volgen.
  • b.Je benen zijn sterker dan je rug.
  • c.Je ziet met rechte rug beter waar je loopt.

4. Waarom moet je de last dicht tegen je lichaam houden?

  • a.Zo kun je met de last sneller lopen.
  • b.Ver van je af belast hij je rug zwaarder.
  • c.Tegen je lichaam weegt de last lichter.

5. Fatima draagt een zware doos en moet een andere kant op. Wat moet ze volgens de tekst doen?

  • a.Ze verplaatst haar voeten.
  • b.Ze draait met haar rug.
  • c.Ze zet de doos neer en pakt hem opnieuw.

6. Waarom raadt de tekst aan om de last te verdelen en pauzes te nemen?

  • a.Zo heb je geen hulpmiddelen meer nodig.
  • b.Zo ben je met het zware werk sneller klaar.
  • c.Zo krijgt je rug de kans om te herstellen.

Text 2 of 6

Het cijfer en wat het niet vertelt

Deze tekst komt van een website met beschouwende artikelen over onderwijs en gaat over de waarde van toetsen en cijfers.

Geen enkel onderdeel van het onderwijs roept zoveel emotie op als het cijfer. De een ziet er een eerlijke maatstaf in, de ander een bron van onnodige stress. De waarheid ligt, zoals zo vaak, ergens in het midden. Een cijfer kan nuttig zijn, maar het kan ook iets meten wat er eigenlijk niet toe doet. De vraag is dus niet of we moeten toetsen, maar wat we precies meten als we dat doen.

Wat een cijfer wel kan

Laten we eerlijk zijn over de waarde van toetsen. Een goede toets laat een leerling zien wat hij al beheerst en wat nog niet. Zonder enige vorm van meten zou een leerling in het ongewisse blijven over zijn eigen vooruitgang, en zou een docent niet weten waar hij moet bijsturen. Een cijfer geeft houvast, een ijkpunt waaraan je kunt aflezen of het de goede kant op gaat. "Een toets is in de eerste plaats een spiegel," zegt onderwijskundige Hester Veenstra. "Hij laat zien waar je staat, en dat is waardevolle informatie, mits je hem zo gebruikt." In die zin is het cijfer een hulpmiddel, en een goed hulpmiddel bovendien.

Wat een cijfer niet kan

Maar, en hier wordt het ingewikkeld, een cijfer meet maar een klein deel van wat een mens kan. Het meet vooral wat zich makkelijk laat meten: feiten, sommen, regels. Wat zich niet makkelijk in een cijfer laat vangen, valt buiten beeld, en dat is nu juist vaak het belangrijkste. Nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen, het vermogen om met anderen samen te werken: het zijn eigenschappen die er in het leven enorm toe doen, maar die op geen enkel rapport verschijnen. Wie alleen op cijfers let, dreigt te vergeten dat de mens meer is dan de som van zijn toetsen.

Het probleem is niet dat we deze eigenschappen niet belangrijk vinden. Vraag een willekeurige ouder wat hij zijn kind toewenst, en het antwoord gaat zelden over hoge cijfers. Het gaat over geluk, over zelfvertrouwen, over de kracht om door te zetten als iets tegenzit. Toch is het juist dat wat we niet toetsen, en wat dus ongemerkt naar de achtergrond verdwijnt. We zeggen het ene belangrijk te vinden, maar meten het andere, en uiteindelijk is het wat we meten dat de meeste aandacht krijgt. Zo ontstaat er een kloof tussen wat we werkelijk waardevol vinden en wat het onderwijs in de praktijk beloont.

Daar komt een verraderlijk effect bij. Wat we meten, gaan we vanzelf belangrijker vinden, simpelweg omdat het gemeten wordt. Een leerling die voortdurend op cijfers wordt afgerekend, gaat al snel leren voor het cijfer in plaats van voor de stof. Hij vraagt niet meer "wat wil ik begrijpen?" maar "wat moet ik kennen voor de toets?". En dat is een wezenlijk verschil. Zo kan het meten zelf veranderen wat een leerling doet, en niet altijd ten goede. Het cijfer dat bedoeld was om het leren te dienen, gaat het leren dan sturen, en uiteindelijk in de weg zitten.

Dat effect reikt verder dan de leerling alleen. Ook scholen en docenten worden afgerekend op cijfers, en dus gaan ook zij sturen op wat goed meetbaar is. Vakken die zich makkelijk laten toetsen, krijgen aandacht en tijd; vakken waarvan de waarde zich niet in een cijfer laat vatten, komen in de verdrukking. Zo bepaalt de meetlat uiteindelijk niet alleen hoe er geleerd wordt, maar zelfs wat er nog geleerd wordt. Wat niet meetbaar is, dreigt te verdwijnen, niet omdat het onbelangrijk is, maar simpelweg omdat het zich niet in een getal laat vangen. En dat is een prijs die we vaak betalen zonder het te merken.

De vraag achter de vraag

Misschien is de echte vraag dus niet "hoe hoog is het cijfer?" maar "wat heeft de leerling werkelijk geleerd?". Die twee vallen lang niet altijd samen. Een leerling kan een hoog cijfer halen door de avond ervoor alles in zijn hoofd te stampen, en het een week later weer vergeten zijn. Een ander worstelt met de toets, maar begrijpt de stof veel dieper. Het cijfer zegt dan precies het verkeerde over wie er werkelijk iets heeft geleerd. Wie zich daarvan bewust is, kijkt anders naar het rapport: niet als een eindoordeel, maar als één momentopname die maar een deel van het verhaal vertelt.

Daar komt nog iets bij wat we makkelijk vergeten: een cijfer zegt niets over hoe ver iemand is gekomen, alleen over waar hij nu staat. Twee leerlingen met hetzelfde cijfer kunnen een totaal verschillende weg hebben afgelegd. De een begon met een grote voorsprong en hoefde nauwelijks moeite te doen; de ander begon ver achter en heeft zich met hard werken omhoog geknokt. Het rapport behandelt hen als gelijk, terwijl hun prestatie dat allerminst is. Wie alleen naar het eindcijfer kijkt, ziet de inspanning niet die erachter schuilgaat, en juist die inspanning is vaak het meest veelbelovende wat een leerling te bieden heeft.

Niet afschaffen, maar relativeren

Moeten we de cijfers dan maar afschaffen? Dat lijkt mij te makkelijk. Zonder enige vorm van meten verliezen we een nuttig hulpmiddel, en raken zowel leerling als docent het zicht kwijt. Het gaat er niet om dat we stoppen met toetsen, maar dat we het cijfer op zijn plaats zetten: als een hulpmiddel, niet als een eindoordeel. Een goed cijfer is mooi, maar het is geen bewijs dat iemand klaar is voor het leven, en een laag cijfer is geen bewijs van het tegendeel. Wie dat voor ogen houdt, geeft het cijfer precies de waarde die het verdient: nuttig, maar nooit het hele verhaal.

1. Hoe kun je de mening van de schrijver over cijfers het beste samenvatten?

  • a.Cijfers zijn nuttig, maar zeggen niet alles.
  • b.Cijfers schaden leerlingen meer dan ze helpen.
  • c.Cijfers meten precies wat er echt toe doet.
  • d.Cijfers zouden uit het onderwijs moeten verdwijnen.

2. Wat bedoelt Hester Veenstra met "Een toets is in de eerste plaats een spiegel"?

  • a.Een toets laat vooral je tekorten zien.
  • b.Een toets laat zien waar je staat.
  • c.Een toets oordeelt eerlijker dan een docent.

3. Sanne haalt een hoog cijfer door de avond ervoor alles in haar hoofd te stampen. Wat zou de schrijver hierover zeggen?

  • a.Haar cijfer zegt weinig over wat ze leerde.
  • b.Haar cijfer is oneerlijk tegenover andere leerlingen.
  • c.Haar cijfer bewijst dat ze de stof goed beheerst.

4. Wat is het "verraderlijke effect" dat de schrijver beschrijft?

  • a.Leerlingen stampen de stof en vergeten die weer.
  • b.Leerlingen raken gestrest van te veel toetsen.
  • c.Leerlingen leren voor het cijfer.

5. Tarik maakt de toets fout, maar legt zijn klasgenoten de stof daarna helder uit. Wat zou de schrijver hierover zeggen?

  • a.Zijn lage cijfer bewijst weinig.
  • b.Hij had zich beter moeten voorbereiden op de toets.
  • c.Zijn toets is waarschijnlijk verkeerd nagekeken.

6. Waarom wil de schrijver de cijfers niet afschaffen?

  • a.Zonder meten weet niemand meer waar een leerling staat.
  • b.Zijn kritiek gaat alleen over hoe cijfers worden berekend.
  • c.Een school mag niet zonder cijfers werken.

7. Met welk advies sluit de schrijver af?

  • a.Leg de nadruk weer op de meetbare vakken.
  • b.Gebruik het cijfer, maar niet als eindoordeel.
  • c.Beoordeel leerlingen op inzet, niet op cijfers.
  • d.Vertrouw voortaan niet langer op cijfers.

Text 3 of 6

Voor korte ritten is de fiets bijna altijd de betere keuze

Deze tekst komt uit een campagne van een gemeente en wil mensen overhalen om voor korte ritten vaker de fiets te nemen.

Veel mensen stappen voor het kleinste ritje meteen in de auto. Even naar de winkel, even een kind wegbrengen, even iets ophalen: de sleutel ligt zo in het slot. Toch is de auto voor korte afstanden vaak de minst handige keuze. Voor ritjes onder de vijf kilometer is de fiets meestal sneller, goedkoper en gezonder. Het wordt tijd dat we de auto wat vaker laten staan.

Vaak ben je sneller met de fiets

Het klinkt misschien gek, maar voor korte ritten ben je met de fiets vaak eerder op je bestemming dan met de auto. Een auto moet je starten, door het verkeer loodsen en aan het eind weer parkeren, en juist dat parkeren kost in een drukke buurt veel tijd. Met de fiets rijd je tot aan de deur en zet je hem zo neer. "Voor de meeste ritten binnen de stad is de fiets niet alleen gezonder, maar gewoon sneller," zegt verkeersdeskundige Lotte Brinkman. Wie de tijd voor het parkeren meerekent, is met de fiets vaak eerder klaar.

Reken het eens uit voor een ritje van drie kilometer naar het centrum. Met de auto sta je voor een stoplicht, zoek je een parkeerplek, loop je van die plek naar je bestemming en moet je aan het eind van de dag hetzelfde weer terug. Met de fiets rijd je rechtstreeks, langs files en stoplichten, en stap je af waar je moet zijn. In veel steden is de fiets op zulke afstanden niet een paar minuten sneller, maar soms wel tien of vijftien. En dat is dan nog zonder de ergernis van het zoeken naar een plek mee te rekenen. Wie eenmaal heeft ervaren hoe soepel zo'n ritje gaat, snapt niet meer waarom hij er ooit de auto voor pakte.

Goedkoper en gezonder

Een fiets kost bijna niets in het gebruik. Geen benzine, geen parkeergeld, nauwelijks onderhoud. Een auto daarentegen kost geld zodra hij van zijn plek komt. Wie veel korte ritjes met de auto vervangt door de fiets, merkt dat aan het eind van de maand in zijn portemonnee. En er is een tweede voordeel dat je niet voelt in je portemonnee, maar wel in je lijf: fietsen is beweging. Wie elke dag een half uur fietst, doet bijna ongemerkt aan zijn gezondheid. Je hoeft er niet eens voor naar de sportschool; je beweegt gewoon onderweg.

Dat laatste is misschien wel het mooiste. Veel mensen weten dat ze meer zouden moeten bewegen, maar komen er niet aan toe: na een drukke werkdag is de stap naar de sportschool groot. Wie op de fiets gaat, lost dat probleem in één keer op. Je hoeft geen tijd vrij te maken om te bewegen, want het beweegt vanzelf mee met wat je toch al doet. Zo wordt gezond leven ineens veel makkelijker, niet omdat je er meer moeite voor doet, maar juist minder. De fiets maakt van een gewone rit een beetje beweging, zonder dat je er iets extra's voor hoeft te plannen.

"Maar het regent zo vaak"

De meestgehoorde tegenwerping is het weer. En ja, soms regent het. Maar wie eerlijk telt, ontdekt dat het veel minder vaak hard regent dan we denken. De meeste ritjes kun je droog maken, en voor de natte dagen bestaat regenkleding. Wie alleen fietst als de zon schijnt, gebruikt het weer vaak als excuus voor een gewoonte die hij eigenlijk niet wil veranderen. Een beetje regen is zelden een echte reden om de auto te pakken; het is meestal gewoon makkelijker om dat te zeggen.

Er is nog een voordeel dat met geen meetlat te vangen is, maar dat veel fietsers het belangrijkst vinden: de rust in je hoofd. Autorijden in een drukke stad is stressvol. Je staat in de file, je zoekt naar een plek, je let voortdurend op andere auto's. Op de fiets valt dat allemaal weg. Je beweegt, je bent buiten, en je komt vaak met een helderder hoofd aan dan je vertrok. Veel mensen merken dat een ritje op de fiets niet alleen tijd bespaart, maar ook een betere stemming oplevert. En dat is een voordeel dat je de hele dag bij je draagt.

Begin klein

Niemand vraagt je om je auto weg te doen. Maar kijk eens kritisch naar je eigen ritjes. Hoeveel daarvan zijn eigenlijk zo kort dat de fiets net zo goed of beter zou zijn? Begin met één rit per dag, het boodschappenrondje of de weg naar het werk, en kijk hoe het bevalt. Grote kans dat je merkt dat het prettiger is dan je dacht: geen filestress, geen zoeken naar een parkeerplek, en een frisse neus toe. Soms is de beste keuze ook gewoon de makkelijkste, als je er eenmaal aan gewend bent.

1. Wat is het doel van deze tekst?

  • a.lezers overhalen om hun auto weg te doen
  • b.lezers uitleggen hoe je een fiets onderhoudt
  • c.lezers overhalen vaker de fiets te nemen

2. Waarom ben je voor korte ritten vaak sneller met de fiets?

  • a.De route met de fiets is korter dan die met de auto.
  • b.Met de auto ben je veel tijd kwijt aan parkeren.
  • c.Een fiets rijdt harder dan een auto in de stad.

3. Welke zin uit de tekst is een feit en geen overtuigingsmiddel?

  • a."Grote kans dat het prettiger is dan je dacht."
  • b."Soms is de beste keuze ook de makkelijkste."
  • c."Een fiets kost geen parkeergeld."

4. Hoe reageert de schrijver op de tegenwerping over het weer?

  • a.Het regent minder vaak hard.
  • b.Bij regen pak je beter toch de auto.
  • c.In de regen kun je beter niet fietsen.

5. Mees wil de auto vaker laten staan, maar weet niet hoe te beginnen. Welk advies geeft de tekst hem?

  • a.Fiets alleen op dagen dat de zon schijnt.
  • b.Begin met één rit per dag.
  • c.Doe je auto meteen na het lezen de deur uit.

6. Welk tweede voordeel van fietsen "voel je niet in je portemonnee, maar wel in je lijf"?

  • a.Fietsen is beweging.
  • b.Fietsen maakt je sneller dan een auto.
  • c.Fietsen is alleen leuk in de zon.

Text 4 of 6

De nacht vol verhalen: wat dromen ons vertellen

Deze tekst komt van een populairwetenschappelijke website en gaat over wat we wel en niet weten over dromen.

Iedereen droomt, elke nacht weer, of we het ons 's ochtends nu herinneren of niet. Toch is de droom een van de grootste raadsels van de wetenschap. We weten inmiddels veel over wat er in de slapende hersenen gebeurt, maar de vraag waaróm we dromen is nog steeds niet helemaal beantwoord. Wel zijn er een paar overtuigende verklaringen, die elkaar niet hoeven uit te sluiten. Dat de droom zo lang een raadsel is gebleven, heeft een eenvoudige reden: je kunt er niet rechtstreeks naar kijken. Een onderzoeker kan wel meten wat er in de hersenen gebeurt, maar hij kan niet zien wat iemand droomt. Daarvoor is hij afhankelijk van wat de dromer zich na het wakker worden herinnert, en dat is vaak maar weinig.

Wanneer we dromen

De meeste en levendigste dromen vinden plaats in een bepaalde slaapfase, de zogenaamde remslaap. In die fase zijn de hersenen bijna net zo actief als wanneer we wakker zijn, terwijl het lichaam volledig ontspannen is. Het is alsof de geest aan het werk is terwijl het lichaam stilligt. Wie iemand in die fase wakker maakt, hoort meestal een levendig droomverhaal; wie iemand in een andere fase wekt, krijgt zelden zo'n verhaal te horen. De remslaap keert in de loop van de nacht een paar keer terug, en wordt naar de ochtend toe langer.

Dat de remslaap naar de ochtend toe langer wordt, verklaart waarom we juist vlak voor het wakker worden vaak de langste en meest uitgesponnen dromen hebben. De dromen aan het begin van de nacht zijn meestal korter en vager. Het is dan ook geen toeval dat de droom die je je 's ochtends nog herinnert, bijna altijd de laatste van de nacht is: die vond plaats vlak voordat je wakker werd, in de langste remslaapfase. Wat daarvoor gebeurde, ben je meestal allang weer kwijt, ook al heb je die nacht zeker meer dan eens gedroomd.

Wat dromen zouden doen

Waarom we dromen, daarover lopen de verklaringen uiteen. Volgens een eerste verklaring helpen dromen ons om de gebeurtenissen van de dag te verwerken. In onze slaap zou het brein de indrukken ordenen, het belangrijke bewaren en de rest laten vervagen. Dat zou verklaren waarom we vaak dromen over wat ons overdag heeft beziggehouden. Een tweede verklaring gaat verder: dromen zou een soort oefenterrein zijn. In een droom kun je gevaarlijke of moeilijke situaties beleven zonder echt risico, en zo bereid je je onbewust voor op het echte leven. Wie veel droomt over spannende situaties, oefent als het ware in veilige omstandigheden.

Er is nog een derde gedachte, die met gevoelens te maken heeft. Sterke emoties van overdag, zoals angst of verdriet, lijken in de droom op een veilige manier te worden verwerkt. Het is alsof het brein 's nachts de scherpe randjes van een nare ervaring afslijpt, zodat die de volgende dag minder zwaar weegt. Dat zou verklaren waarom je je na een nacht slapen vaak rustiger voelt over iets wat de avond ervoor nog groot leek. Ook deze verklaring is niet zeker, maar ze past goed bij wat veel mensen herkennen.

Geen van deze verklaringen is bewezen, en misschien klopt er meer dan één tegelijk. Dat is in de wetenschap niet ongewoon: een verschijnsel kan meer dan één functie hebben. Wat wel duidelijk is, is dat dromen niet zomaar betekenisloze beelden zijn. Daarvoor zijn de hersenen er te actief bij. Iets in ons brein vindt het blijkbaar de moeite waard om elke nacht opnieuw die verhalen te maken.

Waarom we ze vergeten

Een laatste raadsel is waarom we onze dromen meestal zo snel vergeten. Vaak weet je vlak na het wakker worden nog precies wat je droomde, maar is het een minuut later al verdwenen. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de manier waarop het brein bij het ontwaken overschakelt. De stof die nodig is om herinneringen vast te leggen, is tijdens het dromen maar weinig aanwezig, en daardoor beklijven de meeste dromen niet. Wie zijn dromen wil onthouden, kan er een opschrijven zodra hij wakker wordt, voordat de droom vervliegt. Sommige mensen leggen daarom een schriftje naast hun bed, en merken dat ze na een tijdje steeds meer dromen kunnen navertellen. Maar voor de meesten geldt: hoe echt een droom op dat moment ook voelt, hij is meestal binnen enkele minuten weer verdwenen.

1. Waar gaat deze tekst vooral over?

  • a.hoe je zelf kunt bepalen waarover je droomt
  • b.waarom slaap juist voor kinderen belangrijk is
  • c.wat we wel en niet weten over waarom we dromen
  • d.hoe je beter en langer kunt leren slapen

2. Wat is kenmerkend voor de remslaap?

  • a.De hersenen zijn actief, het lichaam niet.
  • b.Er ontstaan in deze fase geen dromen meer.
  • c.Het lichaam beweegt veel en de hersenen rusten.

3. Wat houdt de eerste verklaring voor dromen in?

  • a.Dromen voorspellen wat er nog gaat gebeuren.
  • b.Dromen helpen de dag te verwerken.
  • c.Dromen zetten het lichaam aan tot bewegen.

4. Wat bedoelt de schrijver met de "oefenterrein"-verklaring?

  • a.Je sport in je droom en wordt daar fitter van.
  • b.Je oefent moeilijke situaties zonder echt risico.
  • c.Dromen trainen je spieren tijdens de slaap.

5. Noor voelt zich na een nacht slapen rustiger over iets naars van de avond ervoor. Welke verklaring uit de tekst past hierbij?

  • a.dromen voorspellen wat er de volgende dag gebeurt
  • b.dromen verwerken sterke emoties
  • c.dromen zetten het lichaam 's nachts aan het werk

6. Waarom vergeten we onze dromen meestal zo snel?

  • a.We slapen op dat moment te diep om iets te onthouden.
  • b.Wat we dromen is niet echt gebeurd, dus vervaagt het.
  • c.De stof die herinneringen vastlegt, is er dan nauwelijks.

Text 5 of 6

Altijd geluid: de waarde van een stil moment

Deze tekst komt uit een tijdschrift en gaat over de waarde van stilte in een wereld vol geluid.

Stilte is zeldzaam geworden. Waar we ook zijn, er is bijna altijd geluid: verkeer, muziek, een scherm dat aanstaat. En als het om ons heen even stil is, vullen we die stilte vaak zelf op, met een filmpje of een liedje. Het lijkt wel of we niet meer goed tegen stilte kunnen. De vraag is of dat erg is, of dat we daarmee iets kwijtraken wat we eigenlijk nodig hebben. Een paar generaties geleden was stilte nog vanzelfsprekend: wie alleen was, was ook echt alleen met zijn gedachten. Vandaag hebben we altijd iets binnen handbereik om die stilte mee te verjagen, en dat doen we dan ook bijna zonder erbij na te denken.

Waarom we stilte mijden

Dat we stilte opvullen, is op zich begrijpelijk. In de stilte komen onze gedachten naar boven, en die gedachten zijn niet altijd prettig. Zolang er geluid is, hoeven we onszelf niet tegen te komen. Een liedje of een filmpje leidt af, en afleiding voelt makkelijker dan stilte. "We zijn bang geworden voor onze eigen gedachten," zegt psycholoog Daan Wessels. "Daarom zetten we liever iets aan." Op die manier wordt geluid een soort vluchtweg: zolang er iets klinkt, hoeven we niet stil te staan bij wat er in ons omgaat.

Wat stilte ons geeft

Toch raken we daarmee iets kwijt. Want juist in de stilte gebeurt er iets waardevols. Zonder voortdurende prikkels krijgt de geest de ruimte om te verwerken, te ordenen en tot rust te komen. Veel mensen merken dat hun beste ideeën niet komen terwijl ze druk bezig zijn, maar juist tijdens een stille wandeling of onder de douche. Dat is geen toeval. In de stilte kan het hoofd doen wat het in het lawaai niet kan. Wie de stilte altijd vermijdt, ontneemt zijn geest die kans, en merkt vaak niet eens wat hij mist.

Stilte heeft bovendien te maken met echt luisteren, en niet alleen naar geluid. In een gesprek is een korte stilte vaak het moment waarop iemand eindelijk zegt wat hij werkelijk denkt. Wie elke stilte meteen opvult, ook in een gesprek, laat die ruimte niet ontstaan. Zo bezien is het verdragen van stilte niet alleen goed voor onszelf, maar ook voor onze omgang met anderen. Iemand die de stilte kan laten vallen, geeft de ander de kans om op adem te komen en zich uit te spreken. Daarom is stil kunnen zijn niet hetzelfde als niets te zeggen hebben; het is vaak juist een teken van aandacht.

Daar komt bij dat voortdurend geluid ook gewoon vermoeit. Ons hoofd verwerkt alles wat het hoort, ook als we er niet bewust op letten. Een dag vol geluid is daardoor een dag vol werk voor onze hersenen, en die hebben af en toe rust nodig om niet uitgeput te raken. Stilte is in die zin geen leegte, maar herstel. Het is niet het ontbreken van iets, maar de ruimte waarin iets kan gebeuren.

Het is veelzeggend dat veel mensen na een vakantie zonder veel prikkels terugkomen met het gevoel dat hun hoofd weer leeg en helder is. Niet de zon of het strand zorgt daar in de eerste plaats voor, maar de stilte die ze daar vonden: minder schermen, minder lawaai, minder dingen die om aandacht vragen. Je hoeft daar niet voor weg te gaan. Een beetje van die rust kun je elke dag vinden, als je de stilte maar toelaat in plaats van haar meteen op te vullen. Wie dat een tijdje doet, merkt vaak dat hij rustiger wordt, beter slaapt en helderder nadenkt.

Stilte opzoeken

Misschien moeten we de stilte daarom weer leren waarderen, juist omdat ze zo zeldzaam is geworden. Dat hoeft niet groots: een wandeling zonder oortjes in, een kwartier zonder scherm, even niets. In het begin voelt dat ongemakkelijk, omdat we het niet meer gewend zijn. Dat ongemak hoort erbij en gaat vanzelf weg naarmate je het vaker doet. Maar wie het volhoudt, ontdekt dat stilte geen straf is, maar een geschenk. Niet iets om bang voor te zijn, maar iets om af en toe bewust op te zoeken. We hoeven het lawaai om ons heen niet helemaal uit te bannen; we moeten alleen weer leren om de stilte af en toe binnen te laten. Want soms is het beste wat je kunt doen, even helemaal niets.

1. Hoe kun je het standpunt van de schrijver het beste samenvatten?

  • a.Stilte is saai; je kunt er beter geluid bij zetten.
  • b.Mensen denken te veel na over hun eigen leven.
  • c.Geluid om ons heen is altijd slecht voor ons.
  • d.We hebben stilte nodig en moeten haar toelaten.

2. Waarom vullen we stilte volgens de schrijver vaak op met geluid?

  • a.Omdat stilte op veel plekken verboden is.
  • b.Omdat geluid gezonder is dan stilte.
  • c.In de stilte komen onze gedachten naar boven.

3. Wat bedoelt de schrijver met "Stilte is geen leegte, maar herstel"?

  • a.Stilte is gevaarlijk voor wie alleen is.
  • b.Stilte is eigenlijk hetzelfde als slapen.
  • c.Stilte is ruimte om te herstellen.

4. Waarom vermoeit voortdurend geluid ons volgens de tekst?

  • a.Ons hoofd verwerkt alles wat het hoort.
  • b.We vallen van al dat geluid vanzelf in slaap.
  • c.Geluid beschadigt op den duur ons gehoor.

5. Tim wil meer rust in zijn hoofd. Welk advies past bij wat de schrijver aanraadt?

  • a.vanaf nu nooit meer muziek of een filmpje aanzetten
  • b.kleine momenten van stilte zoeken
  • c.vanaf nu tegen niemand in huis meer iets zeggen

Text 6 of 6

Huisregels Sportcomplex De Wetering

Deze tekst komt van de website van een sportcomplex. Lees eerst de vraag. Zoek het antwoord in de tekst.

Deze huisregels gelden voor alle bezoekers van Sportcomplex De Wetering. Wie zich inschrijft, gaat akkoord met onderstaande artikelen.

Artikel 1: Toegang

Toegang tot de sportzalen is uitsluitend mogelijk met een geldige ledenpas. Leden onder de zestien jaar hebben daarnaast schriftelijke toestemming van een ouder of verzorger nodig. Bezoekers die geen lid zijn, kunnen een dagkaart kopen bij de balie; deze geeft toegang tot de zalen, maar niet tot de zwembaden. Voor de zwembaden geldt een aparte regeling, zie artikel 4.

Artikel 2: Openingstijden

Het complex is op werkdagen geopend van 07.00 tot 22.30 uur en in het weekend van 09.00 tot 18.00 uur. In de laatste dertig minuten voor sluitingstijd worden geen nieuwe bezoekers meer toegelaten. Tijdens schoolvakanties gelden aangepaste tijden, die minimaal twee weken van tevoren op de website worden bekendgemaakt.

Artikel 3: Reserveren en afmelden

Voor groepslessen is reserveren verplicht. Reserveren kan tot uiterlijk twee uur voor aanvang van de les. Bent u verhinderd, dan meldt u zich uiterlijk vier uur van tevoren af. Wie zich niet of te laat afmeldt, betaalt een bedrag van vijf euro. Deze regel geldt niet bij ziekte, mits u dit voor aanvang van de les telefonisch doorgeeft.

Artikel 4: Zwembaden

Het wedstrijdbad is bedoeld voor baanzwemmen; het recreatiebad is er voor vrij zwemmen en voor kinderen. Kinderen tot zeven jaar mogen het water uitsluitend in onder begeleiding van een volwassene. In het wedstrijdbad zijn drijfmiddelen niet toegestaan, in het recreatiebad wel. Een dagkaart voor de sportzalen geeft geen toegang tot de baden; daarvoor koopt u een los zwemkaartje.

Artikel 5: Kleedkamers en kluisjes

Gebruik van een kluisje is gratis. Kluisjes worden dagelijks na sluitingstijd geleegd; achtergebleven spullen bewaren wij vier weken. Waardevolle voorwerpen kunt u afgeven bij de balie. Het complex is niet aansprakelijk voor verlies of diefstal, ook niet wanneer een kluisje is gebruikt.

Artikel 6: Gedrag

Wij verwachten dat bezoekers rekening houden met elkaar. Bij herhaalde overlast kan de directie de toegang ontzeggen. Aanwijzingen van medewerkers dienen altijd te worden opgevolgd. Het maken van foto- of filmopnamen is in de kleedkamers en bij de baden niet toegestaan, in de sportzalen alleen met toestemming van de aanwezige begeleider.

1. Ravi is vijftien en wil lid worden om in de sportzalen te trainen. Wat heeft hij nodig?

  • a.Een ledenpas en schriftelijke toestemming van een ouder.
  • b.Alleen een geldige ledenpas.
  • c.Een dagkaart van de balie.

2. Het is zaterdag. Hoe laat kan een bezoeker uiterlijk nog naar binnen?

  • a.Om 17.30 uur.
  • b.Om 18.00 uur.
  • c.Om 22.00 uur.

3. Sofia heeft een groepsles gereserveerd, maar wordt ziek. Wat moet zij doen om de vijf euro niet te hoeven betalen?

  • a.Zich uiterlijk vier uur van tevoren afmelden.
  • b.Zich uiterlijk twee uur van tevoren afmelden.
  • c.Voor aanvang van de les telefonisch doorgeven dat zij ziek is.

4. Een vader wil gaan zwemmen met zijn dochter van vijf. Wat geldt er voor haar?

  • a.Zij mag geen drijfmiddelen gebruiken.
  • b.Zij moet begeleid worden door een volwassene.
  • c.Zij mag alleen in het wedstrijdbad zwemmen.

5. Iemand laat zijn jas achter in een kluisje. Wat gebeurt daarmee?

  • a.Die wordt vier weken bewaard.
  • b.Die blijft in het kluisje tot hij wordt opgehaald.
  • c.Het complex vergoedt de jas.

6. Een bezoeker wil in de sportzaal filmen voor zijn eigen trainingsschema. Mag dat?

  • a.Ja, filmen is alleen bij de baden verboden.
  • b.Nee, filmen is in het hele complex verboden.
  • c.Ja, met toestemming van de aanwezige begeleider.

Practice exam 2

Text 1 of 6

Hoe je voorkomt dat een vergadering verzandt

Deze tekst komt uit een handleiding voor leidinggevenden en legt uit hoe je een vergadering leidt die iets oplevert.

Bijna iedereen die weleens vergadert, kent het gevoel: een uur lang gepraat, en aan het eind weet niemand precies wat er is besloten. Je loopt de zaal uit met het idee dat het anders en korter had gekund, en meestal heb je daar gelijk in. Vergaderingen hebben de naam tijdverspilling te zijn, en vaak is dat ook zo. Maar dat ligt zelden aan het vergaderen zelf en bijna altijd aan hoe het wordt geleid. Met een paar regels kun je van een uitzichtloze bijeenkomst een gesprek maken dat ergens toe leidt.

Begin met een doel, niet met een onderwerp

De eerste fout wordt al gemaakt voordat de vergadering begint. Veel uitnodigingen noemen alleen een onderwerp: "we bespreken de planning". Maar een onderwerp is geen doel. Wat wil je aan het eind bereikt hebben? Een besluit, een verdeling van taken, een keuze tussen twee opties? Wie dat vooraf niet scherp heeft, krijgt een gesprek dat alle kanten op waaiert zonder ergens te landen. "Een vergadering zonder helder doel is als een reis zonder bestemming," zegt organisatieadviseur Paula Renkema. "Je bent uren onderweg en komt nergens aan." Noem in de uitnodiging dus niet alleen waarover het gaat, maar ook wat de bijeenkomst moet opleveren.

Niet iedereen hoeft erbij

Een tweede valkuil is dat we te veel mensen uitnodigen. Het lijkt vriendelijk en democratisch om iedereen erbij te vragen, maar het werkt averechts. Hoe meer mensen aan tafel, hoe trager het gesprek, en hoe groter de kans dat de helft zit te wachten op iets wat hen niet aangaat. Nodig daarom alleen de mensen uit die echt nodig zijn om het doel te halen. Dat klinkt hardvochtig, maar het is juist een vorm van respect: je vraagt mensen niet om hun tijd te verspillen aan een gesprek waar ze niets aan toevoegen. Wie niet aan tafel zat, kan achteraf gewoon de afspraken lezen.

Bereid de bijeenkomst bovendien voor, en vraag dat ook van de anderen. Niets is een grotere tijdverspilling dan een vergadering waarin de helft van de tijd opgaat aan het bijpraten van mensen die de stukken niet hebben gelezen. Stuur de belangrijkste informatie van tevoren rond, met de afspraak dat iedereen die kent voordat hij binnenkomt. Dan kun je de vergadering gebruiken waar ze voor bedoeld is: niet om informatie over te dragen, maar om samen te beslissen. Een goed voorbereide vergadering van een half uur levert vaak meer op dan een onvoorbereide van twee uur.

Bewaak de tijd en de zijpaden

Tijdens de vergadering is het de taak van de voorzitter om koers te houden. Dat betekent twee dingen. Ten eerste: bewaak de tijd. Een gesprek dat mag uitdijen, dijt altijd uit. Spreek vooraf af hoe lang je over elk punt doet, en houd je eraan. Ten tweede: bewaak de zijpaden. Bijna elk gesprek dwaalt af naar een ander, vaak interessant, maar niet ter zake doend onderwerp. De voorzitter moet die zijpaden vriendelijk maar duidelijk afkappen: "goed punt, maar dat hoort niet bij dit besluit, laten we het apart bespreken." Wie dat niet doet, laat de vergadering kapen door wie het hardst praat, en dat is zelden degene met het beste punt.

Eindig met afspraken, niet met een gevoel

De grootste fout zit aan het eind. Veel vergaderingen sluiten af met een vaag gevoel dat "we eruit zijn", zonder dat iemand kan zeggen wat er precies is afgesproken. Een week later blijkt iedereen iets anders te hebben begrepen, en is er niets gebeurd. Sluit een vergadering daarom nooit af zonder drie dingen helder te maken: wat is besloten, wie gaat wat doen, en wanneer is het af? Zet die afspraken op papier en stuur ze rond. Pas als dat helder is, heeft de vergadering iets opgeleverd.

Het op papier zetten doet bovendien meer dan alleen het geheugen opfrissen. Wie weet dat de afspraken worden vastgelegd, voelt zich er ook eerder aan gebonden. Een belofte die in de lucht blijft hangen, is makkelijk te vergeten; een belofte die zwart op wit staat, met een naam en een datum erbij, niet. Zo wordt het verslag geen formaliteit, maar het moment waarop een vrijblijvend gesprek verandert in echte afspraken. Een gesprek is pas geslaagd als het tot iets leidt, en niet als het alleen maar prettig voelde.

1. Wat is volgens de tekst meestal de oorzaak van een nutteloze vergadering?

  • a.de manier waarop hij wordt geleid
  • b.dat er te weinig mensen bij zijn
  • c.dat vergaderen op zich tijdverspilling is

2. Waarom is een onderwerp volgens de tekst geen doel?

  • a.Een doel gaat altijd over geld verdienen.
  • b.Een onderwerp is te ingewikkeld om te bespreken.
  • c.Een onderwerp zegt niet wat je wilt bereiken.

3. Waarom is het juist respectvol om niet iedereen uit te nodigen?

  • a.Grote groepen komen sneller tot een besluit.
  • b.Je bespaart mensen een nutteloos gesprek.
  • c.Een uitnodiging kost de voorzitter tijd.

4. Bas zit een vergadering voor en een collega begint over een ander, niet ter zake doend onderwerp. Wat moet Bas volgens de tekst doen?

  • a.Het zijpad meteen helemaal uitdiscussiëren.
  • b.De vergadering meteen helemaal beëindigen.
  • c.Het zijpad vriendelijk afkappen.

5. Wat bedoelt de tekst met "laat de vergadering kapen door wie het hardst praat"?

  • a.Een vergadering vraagt om zwijgende deelnemers.
  • b.Luide mensen hebben meestal het beste punt.
  • c.Zonder sturing bepaalt de luidste de richting.

6. Wanneer heeft een vergadering volgens de laatste alinea iets opgeleverd?

  • a.als iedereen even aan het woord is geweest
  • b.als het gesprek voor iedereen prettig voelde
  • c.als de afspraken helder zijn

Text 2 of 6

Wie het verleden vertelt, kiest: over geschiedenis en perspectief

Deze tekst komt van een website met beschouwende artikelen over geschiedenis en gaat over de vraag of het verleden objectief beschreven kan worden.

We leren geschiedenis vaak alsof het een vaststaand verhaal is: dit gebeurde, toen, en zo zat het. Op school staat het in een boek, met jaartallen en feiten, en weinig nodigt uit om eraan te twijfelen. Maar wie wat langer naar de geschiedenis kijkt, ontdekt dat het verleden veel minder vast ligt dan het lijkt. Niet omdat de feiten veranderen, maar omdat het verhaal dat we van die feiten maken altijd door iemand wordt verteld, en iemand vertelt nooit helemaal kleurloos. De vraag of er zoiets bestaat als objectieve geschiedenis, is daardoor lastiger te beantwoorden dan je zou denken.

Het verleden is groter dan elk verhaal

Begin bij iets eenvoudigs: er is in het verleden oneindig veel gebeurd. Geen enkel boek kan alles vertellen, dus moet er gekozen worden. Wat noem je wel, en wat laat je weg? Welke gebeurtenis is belangrijk genoeg om in het verhaal te komen, en welke verdwijnt in de voetnoten of helemaal uit beeld? Die keuze maakt de historicus, en bij elke keuze sluipt er een oordeel binnen. "Geschiedenis is niet het verleden zelf, maar wat wij ervan maken," zegt historicus Bram Velsink. "En wat wij ervan maken, zegt evenveel over ons als over toen." Het verleden is met andere woorden te groot om in één verhaal te passen, en juist daardoor is elk verhaal een selectie, en elke selectie een keuze.

Wie vertelt, bepaalt mee

Daar komt bij dat het uitmaakt wie er vertelt. Een veldslag ziet er anders uit door de ogen van de overwinnaar dan door die van de verliezer. Een ontdekkingsreis is een heldenverhaal voor het ene volk en het begin van een ramp voor het andere. Lang werd de geschiedenis vooral geschreven door de winnaars en de machtigen, en hun blik werd daarmee de blik die wij voor "de" geschiedenis aanzagen. Pas later kwamen de verhalen van de anderen erbij: van de gewone mensen, de overwonnenen, degenen die geen pen in handen hadden. Telkens als zo'n nieuw perspectief opdook, veranderde niet het verleden, maar wel ons beeld ervan. En dat laat precies zien hoe weinig vanzelfsprekend dat beeld is.

Een mooi voorbeeld van hoe ons beeld kan kantelen, is de manier waarop we naar het dagelijks leven van vroeger kijken. Lang ging de geschiedenis bijna uitsluitend over koningen, oorlogen en verdragen, want dat is wat er werd opgeschreven. Maar de meeste mensen waren geen koningen; ze waren boeren, ambachtslieden, dienstmeisjes, en van hun leven weten we veel minder, simpelweg omdat er minder over bewaard is gebleven. Toen historici zich gingen afvragen hoe gewone mensen leefden, ontstond er een heel ander beeld van diezelfde eeuwen. Niet omdat er nieuwe feiten bij kwamen, maar omdat er andere vragen werden gesteld. En welke vragen je stelt, bepaalt voor een groot deel welk verleden je te zien krijgt.

Sommige mensen trekken hieruit de conclusie dat geschiedenis dan maar een kwestie van mening is: ieder zijn verhaal, en geen enkel verhaal beter dan het andere. Maar die conclusie gaat te ver, en is bovendien gevaarlijk. Want hoewel elk verhaal gekleurd is, zijn niet alle verhalen even waar. Een historicus die zorgvuldig zijn bronnen weegt, eerlijk vermeldt wat hij niet zeker weet en zijn eigen voorkeuren probeert te herkennen, komt dichter bij de waarheid dan iemand die het verleden naar zijn hand zet. Perspectief hebben is onvermijdelijk; je perspectief verbergen of misbruiken is dat niet. Daar zit het verschil tussen geschiedenis en propaganda.

Eerlijk over het eigen perspectief

Misschien is volledige objectiviteit dus niet haalbaar, maar eerlijkheid wel. Een goede historicus doet niet alsof hij van nergens kijkt, want dat kan niemand. Hij maakt juist duidelijk vanwaar hij kijkt, zodat de lezer dat kan meewegen. Dat klinkt als een zwakte, maar het is een kracht: wie zijn eigen positie toont, geeft de lezer de middelen om kritisch te lezen. De geschiedschrijver die beweert volkomen neutraal te zijn, is juist het minst te vertrouwen, want hij verbergt iets wat onvermijdelijk is.

Diezelfde houding mogen we ook van onszelf als lezer verwachten. Wie een geschiedenisboek openslaat, doet er goed aan zich af te vragen wie het schreef, wanneer, en met welk doel. Een boek over een oorlog, geschreven kort na afloop door iemand uit het ene kamp, leest anders dan een boek dat een halve eeuw later wordt geschreven door iemand die beide kanten kan overzien. Geen van beide hoeft te liegen, maar ze kijken vanuit een andere plek, en dat kleurt wat ze zien. Wie dat beseft, leest geen enkel geschiedverhaal meer als de simpele waarheid, maar als één stem in een gesprek dat nooit helemaal af is.

Waarom dit ertoe doet

Dit alles is geen academisch spelletje. Hoe we het verleden vertellen, bepaalt mede hoe we naar het heden kijken. Wie maar één versie van de geschiedenis kent, denkt al snel dat het zo en niet anders is gegaan, en sluit zich af voor andere ervaringen. Wie beseft dat elk verhaal een keuze is, leest kritischer, luistert beter naar andere stemmen en laat zich minder makkelijk iets wijsmaken. Objectieve geschiedenis bestaat misschien niet, maar eerlijke geschiedenis wel. En die eerlijke geschiedenis, die haar eigen grenzen kent, is uiteindelijk betrouwbaarder dan welke zogenaamd neutrale versie dan ook.

1. Hoe kun je het standpunt van de schrijver het beste samenvatten?

  • a.Geschiedenis is louter een kwestie van mening.
  • b.Geschiedenis is een volledig objectief vak.
  • c.Het verleden zelf verandert door de jaren heen.
  • d.Objectiviteit niet, eerlijkheid wel.

2. Waarom moet een historicus volgens de tekst altijd kiezen?

  • a.Omdat historici hun schrijfwerk willen beperken.
  • b.Omdat het meeste over het verleden onbekend blijft.
  • c.Geen boek kan alles vertellen.

3. Wat bedoelt Bram Velsink met "wat wij ervan maken, zegt evenveel over ons als over toen"?

  • a.Alleen het heden is de moeite van het vertellen waard.
  • b.De keuzes verraden iets over de schrijvers.
  • c.Het verleden zelf heeft nooit echt bestaan.

4. Wat gebeurde er volgens de tekst telkens als er een nieuw perspectief opdook?

  • a.Ons beeld van het verleden veranderde.
  • b.De oude feiten werden ongeldig verklaard.
  • c.Het verleden zelf veranderde telkens mee.

5. Waarom is de conclusie "geschiedenis is maar een mening" te ver en gevaarlijk?

  • a.Omdat meningen in de wetenschap verboden zijn.
  • b.Omdat historici het altijd met elkaar eens zijn.
  • c.Gekleurd betekent niet dat alles even waar is.

6. Waarom is een historicus die beweert volkomen neutraal te zijn juist het minst te vertrouwen?

  • a.Omdat hij zijn bronnen nooit bij naam noemt.
  • b.Omdat neutrale schrijvers hun lezers vervelen.
  • c.Hij verbergt zijn eigen perspectief.

7. Nora leest een oorlogsboek dat kort na de oorlog is geschreven door iemand uit één kamp. Wat zou de schrijver haar aanraden?

  • a.Lees het als de simpele waarheid over de oorlog.
  • b.Lees het als één stem in een gesprek.
  • c.Negeer het boek, want het is per definitie onwaar.

Text 3 of 6

Tegen de wegwerpcultuur: waarom repareren de moeite waard is

Deze tekst komt uit een opinieblad en bepleit dat we kapotte spullen vaker moeten repareren in plaats van weggooien.

Er gaat iets kapot, en je eerste gedachte is: ik koop wel een nieuwe. Dat is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld, en vaak is een nieuwe ook zo besteld. Repareren lijkt daarnaast iets uit grootmoeders tijd, omslachtig en ouderwets. Toch is die reflex om alles meteen te vervangen minder onschuldig dan hij lijkt, en het is hoog tijd dat we het repareren in ere herstellen, niet uit nostalgie, maar uit gezond verstand.

Weggooien is duurder dan het lijkt

Op het eerste gezicht is een nieuwe kopen makkelijker en soms zelfs goedkoper dan repareren. Maar die rekening klopt niet helemaal. Want elke keer dat je iets weggooit en nieuw koopt, betaal je niet alleen met geld, maar ook met grondstoffen die voor dat nieuwe product nodig zijn. Die grondstoffen zijn niet oneindig, en het delven en verwerken ervan belast het milieu zwaar. Wat goedkoop lijkt aan de kassa, is duur betaald op de plekken die we niet zien. Reparateur Wim Doornbos zegt het zo: "We hebben het kapotte ding al gemaakt, met alle moeite van dien. Het dan weggooien terwijl het te repareren is, is die hele inspanning weggooien."

Repareren maakt onafhankelijk

Er is nog een argument, en dat raakt aan iets groters. Wie zijn spullen kan repareren, is minder afhankelijk. Niet elke storing is een reden om iets nieuws te kopen; vaak is het een kleine ingreep, een onderdeeltje, een handeling die je met een beetje uitleg zelf kunt doen. Wie dat durft, is niet langer overgeleverd aan de fabrikant die het liefst ziet dat je iets nieuws koopt. Repareren geeft je een stukje zeggenschap over je eigen spullen terug. En dat is meer waard dan de paar euro die een reparatie soms kost.

Er zit bovendien iets bevredigends in het zelf herstellen van iets wat kapot was. In veel buurten zijn er tegenwoordig zogenaamde reparatiecafés, waar mensen samenkomen om elkaars spullen te maken: een naaimachine die hapert, een lamp die het niet meer doet, een stoel met een wiebelpoot. Wie daar binnenstapt met iets kapots en even later weer naar buiten loopt met iets dat het wéér doet, voelt een trots die het kopen van iets nieuws nooit geeft. Repareren is in die zin niet alleen nuttig, maar ook leuk, en het brengt mensen samen rond iets concreets. Het is precies het tegenovergestelde van de eenzame klik waarmee je online een vervanger bestelt.

"Maar het is tegenwoordig niet meer te maken"

De meestgehoorde tegenwerping is dat moderne apparaten niet meer te repareren zijn. En het is waar dat veel producten met opzet zo worden gemaakt dat je er niet bij kunt: dichtgelijmd, met onderdelen die je niet los kunt krijgen. Maar dat is geen reden om het op te geven; het is juist een reden om er iets aan te doen. Steeds meer mensen eisen dat producten weer repareerbaar worden, en die druk werkt: er komen regels die fabrikanten verplichten onderdelen te leveren en reparatie mogelijk te maken. Wie zegt "het kan toch niet meer", houdt precies de situatie in stand die hij beklaagt. Het kan wél weer, maar alleen als we het blijven vragen.

Een kleine daad met grote betekenis

Niemand vraagt je om alles zelf te gaan repareren of nooit meer iets nieuws te kopen. Maar de volgende keer dat er iets stukgaat, stel jezelf dan één vraag voordat je het weggooit: kan dit misschien gemaakt worden? Soms is het antwoord nee, en dan is een nieuwe terecht. Maar vaak is het antwoord ja, en dan heb je met een kleine moeite iets bespaard: geld, grondstoffen, en een beetje van de wegwerpgewoonte die ons allemaal in haar greep heeft.

En als je het zelf niet kunt, laat het dan maken. Er bestaat nog altijd een groep vakmensen die hun brood verdienen met repareren, en zij verdwijnen alleen als wij hun werk niet meer vragen. Door een kapot ding naar de reparateur te brengen in plaats van naar de stort, houd je niet alleen een product in leven, maar ook een vak. Zo bezien is repareren niet ouderwets, maar juist een keuze met toekomst. Het is een kleine daad, maar het zijn juist de kleine daden, miljoenen keren herhaald, die samen het verschil maken.

1. Wat wil deze tekst bereiken?

  • a.uitleggen hoe je een apparaat repareert
  • b.lezers overhalen vaker te repareren
  • c.reclame maken voor nieuwe apparaten

2. Welke zin uit de tekst is een feit en geen overtuigingsmiddel?

  • a."Wat goedkoop lijkt aan de kassa, is duur betaald."
  • b."Het delven van grondstoffen belast het milieu zwaar."
  • c."De kleine daden maken samen het verschil."
  • d."Repareren geeft je een stukje zeggenschap terug."

3. Wat bedoelt Wim Doornbos met "weggooien terwijl het te repareren is, is die hele inspanning weggooien"?

  • a.Repareren kost vaak te veel moeite.
  • b.Je gooit ook de moeite weg die er al in zat.
  • c.Je moet kapotte spullen meteen weggooien.

4. Waarom maakt repareren je volgens de tekst "minder afhankelijk"?

  • a.Je bent niet langer overgeleverd aan de fabrikant.
  • b.Omdat repareren je helemaal niets kost.
  • c.Omdat je dan nooit meer iets hoeft te kopen.

5. Hoe reageert de schrijver op de tegenwerping dat moderne apparaten niet meer te repareren zijn?

  • a.Hij erkent het deels, maar blijft reparatie eisen.
  • b.Hij ontkent dat apparaten moeilijk te maken zijn.
  • c.Hij vindt dat we het maar moeten opgeven.

6. De waterkoker van Tim gaat kapot. Welke vraag zou de schrijver hem aanraden eerst te stellen?

  • a.Wat heeft het destijds gekost?
  • b.Kan dit misschien gemaakt worden?
  • c.Is er een nieuwere versie?

Text 4 of 6

Het nut van vergeten: waarom een perfect geheugen een vloek zou zijn

Deze tekst komt van een populairwetenschappelijke website en gaat over de functie van vergeten.

Vergeten heeft een slechte naam. We zien het als een gebrek, een tekortkoming van ons geheugen die we het liefst zouden willen oplossen. Een naam die we kwijt zijn, een afspraak die we missen, een feit dat we niet meer weten: het voelt telkens als falen. Maar wat als vergeten helemaal geen fout is, maar juist een van de slimste dingen die ons brein doet?

Een geheugen dat alles bewaart

Stel je voor dat je niets zou vergeten. Dat klinkt als een zegen, maar het is het niet. Er zijn enkele zeldzame mensen bekend die zich vrijwel alles herinneren wat hun ooit is overkomen, tot in het kleinste detail. Je zou denken dat zij bevoorrecht zijn, maar velen van hen ervaren het als een last. Elke pijnlijke herinnering blijft even scherp als op de dag zelf; elk verdriet komt in volle hevigheid terug. Ze kunnen niets achter zich laten, want hun geheugen laat niets los. Wat een gave lijkt, blijkt een gevangenis. Vergeten, zo bezien, is geen gebrek maar een genade.

Juist het vermogen om te vergeten stelt ons in staat om verder te gaan na iets moeilijks. Verdriet en pijn slijten met de tijd, niet omdat de gebeurtenis minder erg was, maar omdat de scherpte van de herinnering langzaam afneemt. Dat is geen onverschilligheid; het is een vorm van genezing. Een wond die nooit zou helen, zou je leven onmogelijk maken. Op dezelfde manier zou een herinnering die nooit zou vervagen, je gevangen houden in het verleden. Dat we kunnen vergeten, of in elk geval kunnen laten verbleken, is wat ons in staat stelt om te blijven leven na verlies. Het is een van de zachtste dingen die ons brein voor ons doet.

Vergeten als opruimen

Het brein vergeet niet zomaar van alles; het maakt voortdurend keuzes over wat het bewaart en wat het laat vervagen. Wat belangrijk is en vaak gebruikt wordt, wordt steviger opgeslagen. Wat je maar één keer nodig had, mag verdwijnen. Zo houdt het brein zichzelf werkbaar, net zoals je een kast leefbaar houdt door af en toe op te ruimen. Een geheugen dat alles even sterk vasthield, zou verstopt raken onder een berg nutteloze details, en juist het belangrijke zou daardoor moeilijker te vinden zijn. Vergeten is in die zin geen verlies, maar onderhoud. Het ruimt de ruimte vrij die je nodig hebt om helder te kunnen denken.

Daar komt bij dat vergeten ons helpt om hoofdzaken van bijzaken te scheiden. Wie zich elk detail van een gebeurtenis zou herinneren, zou door de bomen het bos niet meer zien. Doordat de details vervagen en alleen de kern blijft hangen, kunnen we leren van wat we meemaken zonder erin te verdrinken. Het vergeten van het onbelangrijke is wat het belangrijke laat oplichten. Zo is een geheugen dat selectief vergeet, vaak nuttiger dan een geheugen dat alles bewaart.

Dat verklaart ook iets merkwaardigs aan onze herinneringen: ze zijn niet zo betrouwbaar als we denken. Een herinnering is geen foto die ergens in ons hoofd ligt opgeslagen en die we onveranderd terughalen. Elke keer dat we ons iets herinneren, bouwen we het als het ware opnieuw op, en bij dat opbouwen sluipen er kleine veranderingen in. Details verschuiven, worden ingevuld of weggelaten. Daardoor kun je een gebeurtenis met volle overtuiging anders herinneren dan ze werkelijk was. Dat lijkt een gebrek, maar het hangt samen met diezelfde flexibiliteit die ons geheugen zo bruikbaar maakt: een geheugen dat zich aanpast, is nuttiger dan een geheugen dat alles star bewaart, ook al betalen we daar af en toe een onnauwkeurige herinnering voor.

Niet alles vergeten is gelijk

Dat betekent natuurlijk niet dat alle vergeten even nuttig is. Een naam vergeten op een ongelegen moment is vervelend, en wie door ziekte zijn herinneringen kwijtraakt, lijdt een echt verlies. Het gaat hier om het gewone, gezonde vergeten, het dagelijkse opschonen dat de meeste mensen als een gebrek ervaren maar dat eigenlijk een teken is dat hun geheugen goed werkt. Misschien moeten we ons dus iets minder schamen als ons iets ontschiet. Het is geen bewijs dat ons geheugen hapert, maar vaak juist een teken dat het doet wat het hoort te doen: het onbelangrijke loslaten, zodat er ruimte blijft voor wat er werkelijk toe doet.

1. Wat is de kerngedachte van deze tekst?

  • a.Vergeten is geen gebrek, maar nuttig.
  • b.Een perfect geheugen is het ideaal om na te streven.
  • c.Vergeten is een tekortkoming die we moeten bestrijden.
  • d.We vergeten met z'n allen veel te weinig details.

2. Waarom ervaren mensen die zich vrijwel alles herinneren dat vaak als een last?

  • a.Hun geheugen kost hun te veel energie.
  • b.Ze raken juist namen en afspraken kwijt.
  • c.Elke pijnlijke herinnering blijft even scherp.

3. Waarmee vergelijkt de tekst het werk dat het brein doet door te vergeten?

  • a.met het bouwen van een huis
  • b.met het vullen van een vat
  • c.met het opruimen van een kast

4. Stel je een geheugen voor dat alles even sterk vasthoudt. Wat zou daarvan volgens de tekst het nadeel zijn?

  • a.Het kost je meer tijd om te leren.
  • b.Het wordt juist sneller en scherper.
  • c.Het raakt verstopt onder nutteloze details.

5. Kees weet van een vakantie nog de sfeer en de hoogtepunten, maar niet elk detail. Hoe past dit bij de tekst?

  • a.Zijn geheugen werkt slecht, want details ontbreken.
  • b.Hij heeft de vakantie niet bewust beleefd.
  • c.De details vervagen en de kern blijft hangen.

6. Welk onderscheid maakt de schrijver in de laatste alinea?

  • a.tussen onthouden en opnieuw moeten leren
  • b.tussen jonge en oude mensen met geheugenklachten
  • c.tussen gezond vergeten en verlies door ziekte

Text 5 of 6

De vrijheid om te kiezen: zegen of last?

Deze tekst komt uit een tijdschrift en gaat over de vraag of meer keuzevrijheid ons gelukkiger maakt.

We leven in een tijd van eindeloze keuze. Voor het simpelste product staan we voor een schap met tientallen varianten; voor elke beslissing in ons leven lijken de mogelijkheden onbegrensd. Nog nooit hadden mensen zo veel te kiezen als wij vandaag. Dat geldt als vooruitgang, en in veel opzichten is het dat ook. Maar of al die keuze ons ook gelukkiger maakt, dat is nog maar de vraag. Soms lijkt het tegenovergestelde waar.

Keuze als verworvenheid

Laten we eerst erkennen wat keuzevrijheid ons heeft gebracht. De vrijheid om je eigen leven in te richten, je eigen werk te kiezen, je eigen partner, je eigen weg, is een groot goed. Generaties voor ons hadden die vrijheid niet; hun leven lag voor een groot deel vast bij hun geboorte. Dat wij wél mogen kiezen, is een verworvenheid om zuinig op te zijn. Niemand verlangt serieus terug naar een tijd waarin anderen voor je bepaalden wie je mocht zijn. In die zin is meer keuze onmiskenbaar winst.

Het is dan ook belangrijk om de kritiek op te veel keuze niet verkeerd te begrijpen. Wie zegt dat eindeloze keuze ons soms ongelukkig maakt, pleit niet voor minder vrijheid. De vrijheid om te mogen kiezen is iets anders dan de hoeveelheid opties die ons wordt voorgeschoteld. Je kunt volledig vrij zijn om je eigen weg te gaan, en tegelijk gebaat zijn bij een wereld die je niet bij elke kleine beslissing met vijftig varianten overspoelt. De vraag is dus niet of we vrijheid willen, maar of méér altijd beter is. En dat is iets heel anders.

Wanneer keuze gaat verlammen

En toch knaagt er iets. Want te veel keuze blijkt niet te bevrijden, maar te verlammen. Dat klinkt tegenstrijdig, en toch herkent bijna iedereen het. Wie voor twee mogelijkheden staat, kiest makkelijk; wie voor vijftig mogelijkheden staat, raakt verlamd, bang om de verkeerde te kiezen. "Hoe meer opties, hoe groter de twijfel, en hoe sterker het gevoel dat je iets beters had kunnen kiezen," zegt psycholoog Tessa Boon. En juist dat gevoel ondermijnt de tevredenheid. Wie uit vijftig opties koos, blijft zich afvragen of een van die negenenveertig andere niet beter was geweest. De keuze die bedoeld was om hem te bevrijden, laat hem achter met twijfel in plaats van rust.

Daar komt bij dat keuze ook een last van verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Als alles je eigen keuze is, dan is alles wat misgaat ook je eigen schuld. Wie geen keuze had, kon de omstandigheden de schuld geven; wie alle keuze heeft, kan dat niet meer. Zo verandert de vrijheid om te kiezen ongemerkt in de druk om de juiste keuze te maken, en die druk is zwaar. Het is veelzeggend dat mensen in een tijd van ongekende keuzevrijheid niet merkbaar gelukkiger zijn dan hun grootouders, en soms juist onrustiger.

De kunst van het begrenzen

Betekent dit dat we de keuze maar moeten afschaffen? Natuurlijk niet; dat zou het kind met het badwater weggooien. Maar het betekent wel dat meer keuze niet vanzelf beter is, en dat het een kunst is om je eigen keuzes te begrenzen. Wie leert om op een gegeven moment tevreden te zijn met een goede optie, in plaats van eindeloos te blijven zoeken naar de allerbeste, leeft rustiger. Niet elke beslissing verdient eindeloze afweging; vaak is "goed genoeg" werkelijk goed genoeg.

In de praktijk betekent dat: leer onderscheid maken tussen de keuzes die er werkelijk toe doen en de keuzes die dat niet doen. Voor welke baan je kiest of met wie je je leven deelt, mag je gerust lang wikken en wegen; dat zijn beslissingen die je leven sturen. Maar welk merk pasta je koopt of welke film je vanavond kijkt, verdient die aandacht niet. Wie al zijn keuze-energie verspilt aan onbelangrijke beslissingen, houdt minder over voor de keuzes die er echt toe doen. Een rustig leven is niet een leven zonder keuze, maar een leven waarin je weet welke keuzes je aandacht verdienen en welke je met een gerust hart snel mag maken. De ware vrijheid is misschien niet de vrijheid om uit alles te kiezen, maar de vrijheid om niet door die eindeloze keuze geleefd te worden.

1. Hoe kun je het standpunt van de schrijver het beste samenvatten?

  • a.Vroeger was het leven een stuk beter.
  • b.Meer keuze maakt mensen altijd gelukkiger.
  • c.Keuze is winst, maar te veel keuze kan verlammen.
  • d.We moeten de keuzevrijheid weer afschaffen.

2. Wat erkent de schrijver als de winst van keuzevrijheid?

  • a.de vrijheid om je eigen leven in te richten
  • b.dat producten steeds goedkoper worden
  • c.dat we minder hoeven af te wegen

3. Fleur staat in de winkel voor vijftig soorten yoghurt en kan niet kiezen. Hoe verklaart de tekst dit?

  • a.Alle vijftig soorten zijn precies gelijk.
  • b.Hoe meer opties, hoe groter de twijfel.
  • c.Er staan juist te weinig soorten yoghurt.

4. Welke "last" brengt keuzevrijheid volgens de schrijver met zich mee?

  • a.Afhankelijkheid: anderen kiezen voor jou.
  • b.Kosten: elke keuze maakt alles duurder.
  • c.Verantwoordelijkheid voor wat misgaat.

5. Wat is volgens de slotalinea "de ware vrijheid"?

  • a.niet door de eindeloze keuze geleefd worden
  • b.uit zo veel mogelijk opties kunnen kiezen
  • c.helemaal nooit meer hoeven kiezen

Text 6 of 6

Reglement Volkstuinvereniging De Groene Wig

Deze tekst komt uit het reglement van een volkstuinvereniging. Lees eerst de vraag. Zoek het antwoord in de tekst.

Dit reglement geldt voor alle huurders van een tuin bij Volkstuinvereniging De Groene Wig.

Artikel 1: Toewijzing

Tuinen worden toegewezen op volgorde van de wachtlijst. Wie een tuin krijgt aangeboden en weigert, behoudt zijn plaats; wie tweemaal weigert, gaat onderaan de lijst. Een huurder mag maximaal één tuin huren. Onderverhuur is in geen geval toegestaan.

Artikel 2: Onderhoud

De huurder houdt zijn tuin het hele jaar door netjes. Ten minste twee derde van het oppervlak is in gebruik voor het telen van groente, fruit of bloemen. Paden langs de tuin worden door de huurder onkruidvrij gehouden tot het midden van het pad. Bij achterstallig onderhoud volgt eerst een schriftelijke waarschuwing; is de tuin zes weken daarna nog niet op orde, dan kan het bestuur de huur beëindigen.

Artikel 3: Bouwwerken

Per tuin is één kas of schuurtje toegestaan, met een grondoppervlak van maximaal zes vierkante meter en een hoogte van maximaal twee meter twintig. Voor elk bouwwerk vraagt u vooraf schriftelijk toestemming aan het bestuur. Bouwwerken die zonder toestemming zijn geplaatst, verwijdert de huurder op eigen kosten.

Artikel 4: Water en gereedschap

Het watertappunt is geopend van april tot en met oktober. Sproeien met een slang mag alleen voor negen uur in de ochtend en na zeven uur in de avond. Gereedschap van de vereniging leent u in het clubhuis en brengt u dezelfde dag schoon terug. Bij verlies vergoedt u de vervangingswaarde.

Artikel 5: Werkbeurten

Elke huurder doet vier werkbeurten per jaar aan het gemeenschappelijke groen. Wie een werkbeurt mist, betaalt vijfentwintig euro per gemiste beurt. Huurders boven de zeventig jaar zijn vrijgesteld, maar blijven welkom om mee te doen. Afmelden voor een werkbeurt kan tot drie dagen van tevoren bij de coördinator.

Artikel 6: Bezoek en dieren

Bezoekers zijn welkom tijdens de openingstijden van het complex. Honden mogen mee, mits aangelijnd; op de gemeenschappelijke velden geldt een aanlijnplicht die ook buiten openingstijden blijft gelden. Het houden van kippen of andere dieren op de tuin is niet toegestaan.

1. Joris staat op de wachtlijst en weigert voor de tweede keer een aangeboden tuin. Wat gebeurt er?

  • a.Hij behoudt zijn plaats op de lijst.
  • b.Hij gaat onderaan de wachtlijst.
  • c.Hij wordt van de lijst verwijderd.

2. Een huurder krijgt een schriftelijke waarschuwing over achterstallig onderhoud. Hoeveel tijd heeft hij om de tuin op orde te brengen?

  • a.Drie dagen.
  • b.Zes weken.
  • c.Het hele jaar.

3. Sanne wil een kas van vijf vierkante meter plaatsen. Wat moet zij doen?

  • a.Niets, want vijf vierkante meter valt binnen de grens.
  • b.Vooraf schriftelijk toestemming vragen aan het bestuur.
  • c.De kas na plaatsing melden bij het bestuur.

4. Het is een warme dag in mei. Wanneer mag een huurder met een slang sproeien?

  • a.In geen enkele maand is sproeien toegestaan.
  • b.Om acht uur in de ochtend.
  • c.Om twaalf uur in de middag.

5. Meneer De Wit is tweeënzeventig en doet geen werkbeurten. Wat betaalt hij?

  • a.Vijfentwintig euro per gemiste beurt.
  • b.Honderd euro per jaar.
  • c.Niets, want hij is vrijgesteld.

6. Wat geldt er voor een hond op de gemeenschappelijke velden?

  • a.Hij moet altijd aangelijnd zijn.
  • b.Hij mag los lopen buiten openingstijden.
  • c.Honden zijn op het complex niet toegestaan.

How Reading B2 works

B2 is the level of the Staatsexamen NT2, programme II. That programme is for people who want to study or work at hbo or university level. On the onderwijsroute you can take the language exams at B1 or B2. You do not have to take programme I first.

The texts are long and often about social topics. You read articles, opinion pieces and explanations. The questions ask about the writer’s opinion, how the text is built and what is said between the lines.

Your result is a vaardigheidsscore. You pass at 500 or higher. This practice exam converts your correct answers with the official 2025 CvTE table.

All B2 parts are on B2 inburgering practice exam. Is B2 still too hard? Start with Inburgering B1 reading practice.

Questions about Reading B2

When do I pass Reading B2?

At a vaardigheidsscore of 500 or higher. How many questions you need right for that differs a little per exam version. On this practice exam it is 25 of 36.

How is it different from Reading B1?

The texts are longer and harder. They are more often about abstract topics. You also need to follow how the writer reasons. Both exams use a vaardigheidsscore with 500 as the pass mark.

Can I use a dictionary?

Yes, but only the Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2), for Reading and Writing. Practise with it too.

What does the exam cost?

The Staatsexamen NT2 costs €50 per part. That is the same for programme I and programme II.

Are these real exam texts?

No. Real exam texts are secret. These texts and questions are our own, in the same format and at the same level as the real exam.

Inburgerings
cursus.nl

Practise more with Inburgeringscursus.nl

These practice exams are made by the team behind Inburgeringscursus.nl, an online course for the inburgering exam. Want to practise more than you can here? Then the course is the next step.

  • More practice exams for every part.
  • Feedback on your own writing and speaking.
  • Practice aimed at what you still find hard.

The course is paid. The practice exams on this site stay free.

See the course

Inburgeringsexamen.nl is the free guide of Inburgeringscursus.nl.